interview

Jeroen Krabbé: Kijken doe je met je ogen, zien met je ziel

Jeroen Krabbé Beeld reyer boxem

Als schilder onderging Jeroen Krabbé (72) de afgelopen jaren een metamorfose. In plaats van landschappen maakt hij tegenwoordig abstract werk. Maar ook als mens is hij veranderd: hij is vrijer in zijn hoofd. 'Ik heb het niet meer nodig goed gevonden te worden.'

Het was aan het eind van de middag, op een regenachtige herfstdag. Het ging net opklaren, toen zijn vrouw Herma hem naar buiten riep. 'Kom snel kijken, Jeroen', riep ze. Zo 'weergaloos mooi' scheen het late zonlicht door de bomen op de waterplassen op het bospad bij zijn huis in Dalfsen, dat Jeroen Krabbé er gauw een foto van maakte.

Tot voor enkele jaren zou hij er een herkenbaar landschap van hebben geschilderd. "Nu is het dít geworden", zegt hij en scrolt op zijn laptop langs abstracte schilderijen in explosieve kleuren. Als je wat langer kijkt kun je op een enkel doek nog vaag de contouren van het bospad onderscheiden in het kleurengeweld. Maar het zijn niet meer de herkenbare, paradijselijke landschappen die we van hem gewend zijn. En waarvoor de bossen en velden rond zijn huis in Dalfsen en het Franse platteland al jaren het hoofdmotief zijn. Zeer gewild zijn de landschappen van Krabbé. De liefhebbers stonden ervoor in de rij bij zijn galerie in Londen.

Dat zal schrikken zijn voor uw fans?

"Ik kan me goed voorstellen dat men zich afvraagt: wat doet die Krabbé nu? En er zullen ongetwijfeld ook mensen zijn die mijn abstracte werk niet mooi vinden. Dat mag, het zal me een zorg zijn."

Meent u dat echt?

"Ja. Ik ben uiteraard benieuwd hoe de reacties zijn, maar ik heb het helemaal losgelaten dat het publiek en de kunstcritici mijn werk mooi of goed moeten vinden."

Niet alleen op de schildersdoeken van Jeroen Krabbé (72) heeft zich een metamorfose voltrokken. De afgelopen drie jaar maakte hij in stilte de omslag naar abstract werk. Ook de schilder zelf blijkt veranderd. Hij is niet meer de man die het 'doodeng' vindt om naar buiten te treden met zijn werk. Een angst die een lange voorgeschiedenis heeft, maar daarover straks meer.

Eerst maar eens koffie. We zitten in het keukentje achterin zijn atelier in Amsterdam, tweehoog. Het is het voormalige atelier van de Amsterdamse schilder en fotograaf George Hendrik Breitner (1857-1923). De ruimte is nagenoeg leeg. Zo'n dertig schilderijen zijn zojuist overgebracht naar Zwolle, waar woensdag de tentoonstelling 'Het late licht' met zijn recente werk opent in Museum de Fundatie.

Het trapgat bleek te klein voor een aantal metersgrote doeken, die hij in het atelier had laten opspannen. Die moesten door het grote 'Breitnerraam' aan de voorkant naar beneden worden getakeld. Dat is ook iets waaraan het publiek zal moeten wennen, realiseert hij zich ineens hardop. Dat hij niet meer op 'huiskamerformaat' werkt, waar zijn Londense galeriehouder Francis Kyle altijd op aandrong. Droogjes: "Dat handzame formaat was beter voor de verkoop." Hij slaakt een gelukzalige zucht. "Alleen al het werken op grote doeken geeft me zo'n gevoel van vrijheid."

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld rv

Jarenlang maakte u kleurrijke landschappen, waarbij u zich presenteerde als de schilder van geluk. Bent u dat zat?

"Met mijn landschappen heb ik veel succes gehad, vooral in Engeland. Maar als ik in Frankrijk was dacht ik weleens: o jee, ik heb er nog maar vier liggen en straks belt Francis Kyle weer voor een nieuwe voorraad."

Het werd een maniertje?

"Nee, dat niet, maar ik voelde weleens druk om te blijven schilderen. Je kunt ook in zo'n succesformule blijven hangen. Dat is een doodlopende weg. En toen stopte mijn galerie er drie jaar geleden mee. Mijn eerste reactie was: o, wat verschrikkelijk, wat nu? Ik heb mijn schilderijen in de opslag gedaan, maar ik voelde me ook vrijer. Ik hoefde niet meer mooie landschappen te schilderen. Daardoor heb ik gemakkelijker de omslag naar abstractie kunnen maken."

Hoe kwam u op het idee om abstract te gaan werken?

"Dat zat al een beetje in mijn hoofd door een opmerking van Ralph Keuning (directeur van Museum de Fundatie, red.) Op een tentoonstelling in Bergen in Noord-Holland, van schilderijen waarin mijn jeugd en kindertekeningen het onderwerp waren, zei Ralph in zijn openingsspeech dat de achtergrond van mijn werken eigenlijk abstracte schilderijen waren. Dat verraste me. Ik had alleen maar voor die abstracte patronen gekozen, omdat de achtergrond niet mocht meespelen. Het accent moest echt op de kindertekeningen liggen. Ik bedacht me toen dat ik dat nog weleens wilde proberen: een abstract schilderij maken. Toen mijn galerie stopte, was het moment daar."

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld reyer boxem

Hoe leer je abstract schilderen?

"Eerst ben ik gaan oefenen, op klein formaat, en daarbij ben ik uitgegaan van een bestaand landschap. Ik heb het beeld genomen van dat late licht op het natte bospad."

Met de foto erbij bent u gaan schilderen?

"Nee, dat doe ik nooit. De beelden van landschappen zitten allemaal in mijn hoofd. Ik vond het wel doodeng om de werkelijkheid los te laten. Ik had ook geen vastomlijnde ideeën hoe ik dat moest aanpakken. Omdat het geen herkenbare vormen mocht hebben, ben ik me gaan concentreren op de kleuren en het licht. De kleuren ben ik tegen elkaar gaan zetten, zodat de vormen er niet meer toe doen."

Hij pakt de laptop er weer bij om de reeks kleine doekjes te laten zien die hij achter elkaar heeft beschilderd, in allerlei kleur- en lichtschakeringen. "Ik ben heel voorzichtig begonnen om te leren hoe je de werkelijkheid loslaat. Kijk, hier zie je nog duidelijk het bospad, daar al minder. Vergelijk het maar met het leren van een vreemde taal. Dan begin je ook met woordjes en vervoegingen, het spreken volgt pas later."

Maar wel steeds met dat bestaande landschap voor ogen?

"Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik het. Zo moeilijk is dat ook niet, want we hebben dat huis in Dalfsen al 43 jaar."

Maar echt abstract is het pas als je niet meer uitgaat van de werkelijkheid."

"Bij wezenlijke abstractie laat je alles los. Maar ik had dat bos nodig als haak om het schilderij aan op te hangen. Ik weet ook niet of ik ooit zonder enig houvast kan werken. Dat is maar een enkeling gegund, zoals Mondriaan."

Hij laat een ansichtkaart zien met een afbeelding van een abstract 'blokjesschilderij' van Paul Klee. "Ik vind dit prachtig werk, maar stiekem vraag ik me wel af of hij toch niet iets concreets op zijn netvlies had toen hij dit schilderde, of het nou een vloerkleed was, een bos of een vrouw."

"Na al die oefeningen in het klein was de volgende uitdaging om groot te gaan werken. Wat me wel voort heeft gestuwd, was dat Ralph me een tentoonstelling had aangeboden. Daarvoor moest ik minstens twaalf grote doeken maken. Inmiddels heb ik zo de smaak te pakken, dat ik niet meer terug wil naar mijn herkenbare landschappen. Ik kán het ook niet meer."

Ralph Keuning was ook de eerste museumdirecteur die u in 2008 een solo-tentoonstelling aanbood. Daar kwamen laatdunkende reacties op vanuit de museumwereld.

"Ralph heeft echt zijn nek voor me uitgestoken. Er leefden toen allerlei vooroordelen over mij. Er werd over me gezegd dat ik als bekende acteur ook zo nodig moest schilderen. Terwijl ik notabene de Rijksakademie heb voltooid."

Trouw zocht Krabbé destijds ook op en trof toen een kunstenaar die er grote moeite mee had om naar buiten te treden met zijn werk. Die angst om zich te manifesteren als schilder had een lange historie, die terugging tot de tijd dat hij nog op de Rijksakademie van beeldende kunsten zat. Zo onzeker was hij over zijn talent, dat hij de opleiding voortijdig had afgebroken als niet een docent zich over hem had ontfermd. Dat was Friso ten Holt (1921-1997).

Exposeren vond hij ook 'doodeng'. Maar hij durfde het wel aan toen het Singer Museum in Laren begin jaren tachtig voorstelde zijn werk te tonen samen met dat van zijn vader en grootvader, ook beeldend kunstenaar. Krabbé was destijds al bekend als acteur, op toneel, televisie en in films. En toen trad hij ook nog naar buiten als schilder. Inderdaad was de teneur van de kritiek: weer zo'n bekende Nederlander die het nodig vond te gaan schilderen. Hij voelde zich zo gekwetst dat hij besloot nooit meer te exposeren. Tot Keuning hem overhaalde.

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld rv

En nu zit hier een kunstenaar die zegt dat hij zich niet meer druk maakt om negatieve reacties en vooroordelen.

"Dat is niet nu pas, hoor. Ik heb die hunkering naar erkenning al langer geleden achter me gelaten. Dat was toen ik in 2010 mijn serie schilderijen presenteerde, die het verhaal vertellen van mijn joodse grootvader Abraham Reiss. Hij is in 1943 vermoord in het concentratiekamp Sobibor. Mijn ouders hadden mij zijn naam willen geven, ik ben van 1944, maar zo'n joodse naam kon natuurlijk niet in de oorlog. Daarom hebben ze me vernoemd naar de schilder Jeroen Bosch met als tweede naam Aart, een variant op Abraham."

"Die schilderijen over mijn opa hóefde niemand mooi of goed te vinden. Ik wilde hoe dan ook de beelden die maar in mijn hoofd rond bleven spoken, omzetten in verf. En zo mijn grootvader zijn bestaan teruggeven. Met die serie schilderijen heb ik ook de hunkering doorbroken om goed gevonden te worden. Ik weet dat ik een serieuze schilder ben en niet een acteur die ook nog wat met verf kladdert."

Acteren doet u toch niet meer.

"Mijn laatste film, over Albert Schweitzer, was in 2009. In 2014 stond ik voor het laatst op toneel, in de voorstelling 'Vaslav'. Maar er is wel iets voor in de plaats gekomen met de tv-programma's over kunst die ik presenteer. Na Van Gogh en Picasso beginnen we binnenkort aan een derde serie."

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld reyer boxem

Straks noemen ze u nog de schilder die zo nodig met zijn kop op de tv moet...

"Ze hebben me ervoor gevraagd en dat aanbod kon ik niet afslaan. Ik ben in de eerste plaats schilder, meer dan acteur of tv-presentator. Maar het is fantastisch om te praten over je passie en je kennis over te dragen op het publiek. Het geeft zoveel voldoening als ik van mensen hoor dat ze door mijn programma anders naar kunst zijn gaan kijken. Wat ik heel belangrijk vind is toegankelijkheid. Er kijken ook mensen die niets van kunst weten. Die haken af bij termen als impressionisme en expressionisme, als niet wordt uitgelegd wat die kunststromingen inhouden. Mijn vader zei altijd, als hij me meenam naar het museum en ik niets begreep van een schilderij: het is wat jij erin ziet. Kijken doe je met je ogen, zien met je ziel."

"Mensen denken vaak dat die tv-programma's voor mij als acteur een makkie zijn. Maar tv is zo anders dan toneel en film, waar alles tot in de kleinste details vooraf is besproken. Op tv moet ik improviseren, maar dat werkt als een gek, vind ik. Het is echt, niet gespeeld."

U komt uit een echte kunstenaarsfamilie. Uw vader en grootvader schilderden, uw zoon Jasper...

"Ik dacht altijd dat het na mij zou ophouden. Tot zijn zestiende had Jasper niets met kunst. Nu maakt hij zulke prachtige dingen. Ik ben jaloers op de vrijheid waarmee hij werkt. Ik leer veel van hem, ook omdat hij scherpe maar altijd eerlijke kritiek levert op mijn werk. En het mooie is dat het na hem niet ophoudt. Onze kleindochter Lotus van vijftien, de oudste dochter van Jasper, kan prachtig tekenen en schilderen. Ja, hier staat ook een trotse opa."

Jeroen Krabbé - Het Late Licht, 25 mei tot en met 1 oktober in Museum de Fundatie, Zwolle

Veelzijdig

Jeroen Aart Krabbé werd in 1944 geboren in Amsterdam. Na de Rietveld Academie ging hij naar de Amsterdamse Toneelschool. In 1965 begon zijn acteurscarrière. Hij speelde in vele films, waaronder 'Soldaat van Oranje', 'Een vlucht regenwulpen', 'De Vierde Man', 'The Living Daylights' (James Bond) en 'The Fugitive'. Het acteren combineerde hij vanaf 1981 met een opleiding aan de Rijksakademie van beeldende kunsten. In 1997 debuteerde hij als filmregisseur met 'Left Luggage'. Hij kreeg in 2001 de Gouden Film-prijs voor 'De ontdekking van de hemel'. In 2008 had hij als schilder zijn eerste solotentoonstelling in een Nederlands museum. Met zijn vrouw Herma heeft hij drie zonen en zeven kleinkinderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden