Jeremy Irons: Nooit de conventionele weg

AMSTERDAM - Zijn docenten op de Londense theaterschool gaven hem weinig kans op een filmcarriere: “Je bent dertig jaar te laat geboren, anders had je misschien de nieuwe Leslie Howard kunnen worden. Maar naar jouw type is tegenwoordig geen vraag meer.” Het was de tijd van de Richard Burtons, Albert Finneys, Simon Wards, brede mannen met ronde koppen. Op zo'n typisch gedistingeerde Brit - lang, slank, smal gezicht - a la Jeremy Irons zat de filmwereld niet te wachten.

Dat was voor 1981, het jaar waarin de tv-serie 'Brideshead revisited' en de film 'The French lieutenant's woman' kort na elkaar werden uitgebracht. Het was de spreekwoordelijke Grote Doorbraak: “That combination did it for me.” Sindsdien heeft Irons niet meer omgekeken en een vlekkeloze reputatie als filmacteur opgebouwd, onder regisseurs als Volker Schlondorff, Barbet Schroeder, Steven Soderbergh, Louis Malle, David Cronenberg. En Bille August, in wiens verfilming van Isabelle Allendes wereldwijde bestseller 'The house of the spirits' (volgende week in de bioscoop) hij de mannelijke hoofdrol speelt.

Aanvankelijk leken zijn docenten trouwens gelijk te krijgen. In de jaren zeventig speelde Irons weliswaar enkele malen in succesvolle West End-produkties, “maar mijn naam stond altijd in kleine letters op de affiches vermeld. Ik wist dat het publiek niet speciaal voor mij naar een voorstelling kwam, ik was te weinig bekend.” Daar moest, vond hij, dringend iets aan gedaan worden, natuurlijk liefst met iets groots. “En niets werkt in dat opzicht beter dan televisie. Toen ik hoorde, dat er plannen waren een serie te maken van Evelyn Waughs 'Brideshead', heb ik de producent opgebeld. Dat ik vervolgens een hoofdrol heb gekregen, was natuurlijk al schitterend, maar ik had nooit verwacht dat ik daarna zo snel in de filmwereld zou doorstoten.” Aan een verklaring voor zijn succes waagt hij zich niet: “De camera houdt gewoon van sommige gezichten meer dan van andere.”

Aan zijn doorbraak kleefde maar een gevaar: dat hij door 'Brideshead' en 'The French lieutenant's woman' een Brits upperclass imago zou krijgen. Dat zou pas echt boring as hell zijn geweest, zegt hij grinnikend in dat prachtige Engels van hem, vanachter een wolk sigaretterook. Maar wat doe je, als je een breed scala van rollen zou willen spelen, maar beter dan wie ook weet dat je geen rondborstig arbeideresk type a la Albert Finney of een mad Irishman a la Peter O'Toole bent? Wachten. Dat deed hij een jaar lang, voordat hij opnieuw een filmaanbod accepteerde. Het werd, heel bewust, een dwarse keuze: de rol van Poolse arbeider in Jerzy Skolimowski's 'Moonlighting'.

Risico's

“Producenten en regisseurs kregen daardoor in de gaten dat ik bereid was risico's te nemen. Ik heb nooit de conventionele weg bewandeld, ik ben bijvoorbeeld niet naar Hollywood gegaan. En nog steeds accepteer ik een rol alleen, als het script me echt interesseert. Of als ik erg op een regisseur gesteld ben.”

David Cronenberg, maker van de betere griezelfilm, is bijvoorbeeld zo iemand. In 1989 was Irons in diens 'Dead ringers' te zien als identieke tweeling met Jekyll en Hyde-karakters; vorige week is Cronenbergs 'M. Butterfly' in Amerika uitgebracht, het ongelooflijke maar waargebeurde verhaal van een Franse diplomaat (Irons) die in Peking zeventien jaar lang een verhouding had met een Chinese, die zich uitgaf voor opera-zangeres. Dat bleek een leugen, zij was een spionne. Bovendien bleek zij een hij.

Pal voor zijn komst naar Nederland kreeg Irons de verzamelde recensies onder ogen. “Ze waren vreselijk.” Allemaal? “Zo goed als.” Natuurlijk vindt hij het jammer dat ze er kennelijk niet in geslaagd zijn hun fascinatie voor dit verhaal over te brengen. Maar eigenlijk had hij wel verwacht dat de film slecht ontvangen zou worden; al tijdens de opnames voelde hij dat hij in uitgesleten spoor zat. Maar ach, you win some, you lose some wuift hij die recensies weg.

'The house of the spirits' daarentegen behoort volgens zijn stellige overtuiging tot de eerste categorie. “Er is noodgedwongen heel veel weggelaten, zelfs een hele generatie is eruit gesneden. Maar het belangrijkste is, dat de film toch heel trouw aan het boek blijft. Ik wilde er graag aan meewerken. Niet zozeer vanwege het politieke element in het boek, want ik ben geen politiek dier, maar omdat het verhaal laat zien hoe mensen zich gedragen en waarom, en welke diep ingrijpende gevolgen dat kan hebben. Ik wist dat er een paar jaar terug een verfilming op stapel stond, met Glenn Close en William Hurt, maar dat er problemen waren gerezen. Ik heb toen de producent gebeld met het verzoek aan mij te denken voor de rol van Esteban, als het project toch zou doorgaan.”

Over het uiterlijk van deze man, Isabelle Allendes grootvader, heeft hij met regisseur Bille August lang nagedacht. De keuze om Esteban forser en ruwer te maken dan Irons van zichzelf is, kwam voort uit hun gut reaction: “Hij is een Bask, een bergbewoner, trots, niet elegant.”

Daarom wilde Irons dat Esteban, met behulp van grime, een trotse mond zou hebben. Aan zijn rol, en die van onder anderen Glenn Close, Meryl Streep en Vanessa Redgrave, kwam sowieso veel schminkwerk te pas, omdat de film zo'n halve eeuw Chileense geschiedenis bestrijkt. “De paar uur dat ik elke dag gegrimeerd moest worden, gaven me de tijd in zijn huid te glijden. Het gaat erom de kern te vinden, en bij Esteban lag die voor mij in zijn naiviteit. Hij is niet slecht, maar naief, doordat hij denkt greep te kunnen houden op gebeurtenissen en mensen. Hoeveel vreselijks hij ook veroorzaakt, ik hou oprecht van hem. Dat moet ook wel, als je maandenlang in iemands huid doorbrengt. Ik kan naar volle waarheid zeggen dat ik nog nooit niet hield van een figuur die ik heb gespeeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden