Jens Reich, de kansloze presidentskandidaat

BERLIJN - Hij zou de zachtste - niet de weekste - president ter wereld zijn. Prachtige redes zou hij houden voor geboeide, muisstille zalen. In zijn paleis zou het daarentegen luidruchtig toe gaan als op een volkse kermis, met tegendraads theater, pop en jazz en beroemde orkesten zouden er spelen voor caissières en buschauffeurs. De president van alle burgers zou hij zijn, zonder hoed en zonder das.

WIM BOEVINK

Nee, niet Havel in zijn mooie kleine Tsjechië, maar Jens Reich in het grote, verminkte Duitsland. Alleen al zijn kandidatuur voor de opvolging van Richard von Weizsücker die op 23 mei aftreedt, toont in welke richting Duitsland zich kan ontwikkelen. Als hij gekozen zou worden, zou Duitsland een ander land schijnen - bondspresident Reich, zijn streven het tegendeel van wat zijn naam suggereert.

Maar gekozen wordt hij niet. Daarvoor zijn de conventionele politieke krachten in Duitsland te sterk en hebben de grote partijen het kiescollege, de zogenaamde Bundesversammlumg, die tweede Pinksterdag bijeen komt, tezeer in hun greep. Reich, in '39 geboren, is geen partijman, hij is moleculair bioloog. En hij is Oostduitser. Daar behoorde hij sinds de jaren zeventig tot een kring van critici die over de rot in het systeem nadachten. In '89 was hij mede-oprichter van het Neue Forum, de burgerrechtsbeweging die zich voor een democratisering van de DDR inzette.

Kort was hij afgevaardigde in de eerste en enige vrij gekozen Volkskammer; in 1990 - na de Duitse hereniging - verkoos hij echter zijn beroep als wetenschapper boven een kandidatuur voor de bondsdag. Later heeft hij die terugkeer in de privésfeer, die vele geëngageerde Oostduitse intellectuelen maakten, berouwd. Vanwege Hoyerswerda, vanwege Rostock.

In '93 vormde zich in Frankfurt een nieuwe groep van kritische burgers, die zich ergerde aan het partijpolitieke gesol om de opvolging van Weizsücker. Duitsland moet een president krijgen die niet door de gebruikelijke partijgrenzen is getekend, meende de groep die 'Frankfurter Kreis' genoemd werd. Iemand uit het midden moest het worden, een burgerpresident, niet in de zin van bourgeois, maar van citoyen: verlicht, moedig, de controverse niet schuwend. Men vroeg Jens Reich. Hij accepteerde.

Zo ontstond zijn kandidatuur als een idee, gedragen door zulke uiteenlopende geesten als de essayist Hans Magnus Enzensberger, de uitgever Joachim Fest (van de Frankfurter Allgemeine Zeitung), de Groenen-politica Antje Vollmer, de voorzitter van de centrale raad voor de joden in Duitsland, Ignatz Bubis, de theoloog Richard Schröder, de Frankfurtse secretaris voor multiculturele zaken Daniel CohnBendit, de winnaar van de vredesprijs van de Duitse boekhandel, Friedrich Schorlemmer. Tot de ondersteuners behoorden ook studentendelegaties en partij-jongeren uit zowel CDU als SPD. Reichs kandidatuur was een teken dat het ook anders kon in het nieuwe, naar zijn plaats zoekende Duitsland.

Een teken ja, maar is Reich ook een serieuze kanshebber tegenover partijkandidaten als Johannes Rau (SPD) of Roman Herzog (CDU)? Onlangs was Reich uitgenodigd voor een gesprek met de vereniging van buitenlandse journalisten in Berlijn. De vereniging telt 160 leden, maar slechts vijftien achtten het de moeite waard om Reich te komen beluisteren. Reich is te onbekend.

Vijftien man dus. Jens Reich is een kansloze kandidaat. Zelfs in eigen land, vooral in het westen, is hij een onbekende. In november vorig jaar hield hij in München een lezing onder de titel 'Rede over het eigen land', maar eigenlijk vertelde hij daar op mild-ironische toon zijn levensverhaal, dat veertig jaar lang verbonden was met het verhaal van de DDR. Een vaderland was dat niet, legde hij zijn Westduitse gehoor voor. Ondanks al het vaandelzwaaien, de parades en sportfeesten: zoiets als een nationaal gevoelde DDR-identiteit heeft nooit bestaan. De DDR, dat was een 'slingerend staatsschip met een cynische bemanning'. In 1988 bezochten honderdduizenden DDR-burgers een concert van Bruce Springsteen in Oost-Berlijn, de straten waren verstopt, het verkeer volkomen lamgelegd. En duizenden zongen, dansten, stampten bij de muziek van 'Born in the USA'.

Wat is de zin van zijn kandidatuur? “Ik zou mezelf niet kansloos noemen, maar ik ben realist. Als ik niet gekozen word, heb ik tenminste bereikt dat over de functie van het presidentschap weer wordt nagedacht, dat daarover een openbare discussie is ontbrand die zich onttrekt aan het gemarchandeer van de partijen. De keuze van de president is een maatschappelijke gebeurtenis, geen partijpolitieke. Ik heb laten zien dat ook een niet-politicus kan kandideren voor het hoogste ambt. Volgens de grondwet moet een kandidaat alleen ouder zijn dan veertig. Zelfs dat beschouw ik als een discutabele beperking.”

Een staatshoofd zonder partij-basis? “Helmut Schmidt, de oudbondskanselier, heeft gezegd dat ik niet gekwalificeerd ben. Het zou mij aan de politieke en diplomatieke ervaring ontbreken die nodig is om in te grijpen bij een crisis-situatie. Volgens hem heeft Duitsland een profi-manager nodig en geen geëngageerde huisvader die achter zijn bureau vandaan komt.”

“Maar wie heeft in het oosten politiek-diplomatieke ervaring? Toch alleen Egon Krenz en Erich Honecker? Geschikte kandidaten zijn ze daarmee nog niet, geloof ik. Mijn kandidatuur is een provocatie, een breuk met veertig jaar bondsrepublikeinse traditie. De politieke melodie die ik verbreid heeft men in Duitsland nog niet eerder gehoord.”

In zijn professie als moleculair bioloog heeft Reich zijn eigen melodie al laten horen. In een paginagroot artikel in het weekblad Die Zeit opende hij een discussie over de omstreden zegeningen van de gentechnologie. Juist in Duitsland bouwde deze wetenschap een slechte reputatie op: de erfenisleer werd er de basis voor het antropologische racisme, de eugenetica leverde de argumentatie voor de uitroeiing van miljoenen.

Reich wil desondanks de taboeëering breken, vraagt om een nieuwe openheid voor de gen-technologie. In de genetica wil hij niets anders dan wat de natuur al doet: gen-'manipulatie' komt ook als natuurlijk proces voor. Hij spreekt over 'springende genen' die de grenzen van de soort overschrijden zoals het aids-virus van de aap naar de mens, of in het geval van de koeiengekte - naar men vermoedt - via eiwitten van het schaap naar het rund en mogelijkerwijs naar de mens.

Over het aids-virus schrijft hij: “Voor mij is het uitgesloten dat we ooit tot een uitroeiing van deze ziekte komen als we niet leren met dezelfde instrumenten om te gaan als dit virus”. Misbruik, on-ethisch handelen, dat alles is sowieso al mogelijk, schrijft Reich, ook al worden nog zoveel verbodsbepalingen uitgevaardigd. Alleen een open debat kan de genetica bevrijden uit de starre kampen van Frankensteinse gen-ingenieurs enerzijds en manipulatie-tegenstanders anderzijds.

Reichs pleidooi voor de genetische techniek riep tegenstanders in het geweer die het argument van de natuurlijke gen-manipulatie 'pijnlijk naëf' noemden, een kwalificatie die in Duitsland vooral voor mensen uit de vroegere DDR (Steffen Heitmann!) gereserveerd lijkt. Reichs repliek (weer in Die Zeit) niet niet op zich wachten: “Het is niet zo dat ik de nieuwe gen-technologie met vooruitgangsdronken optimisme omhels. Zo naiëf ben ik niet. Maar ik ben er van overtuigd dat we een categorische onthouding niet tot maatschappelijk richtsnoer van ons denken moeten maken.” Daarin schuilt een kern-opvatting van Reichs filosofie: “Het is noodzakelijk elke conflictsituatie waarvoor een maatschappelijke en morele voorlichtings- en discussiebehoefte bestaat, concreet te benoemen.”

Toegepast op het presidentschap wil Reich discussies entameren, sociale conflicten aanspreken. Conflicten, zegt Reich, brengen de republiek niet in gevaar, integendeel, ze dragen aan de stabilisering ervan bij - kijk maar naar de botsingen met de vredesbewegingen in de bondsrepubliek van de jaren tachtig. Partijen zouden juist hun conflictprofiel moeten aanscherpen, dat bevordert de zakelijke discussie. Het presidentschap is daartoe voor Reich een instrument, hij ziet zich als de voorzitter in een debat. Niet dat hij inhoudelijk neutraal wil zijn: “Ik ben geen politieke eunuch”. Neutraal is hij alleen in de allerdaagse politiek. Maar evenmin is hij de allesweter, hij is niet de kroon op het hoofd. “De president mag niet in de autoriteitsbehoefte van de bevolking voorzien. Een man zonder charisma, zo wil ik zijn.”

Het liefst zou hij het land openstellen voor allen die komen willen. Zijn Duitsland zou alles zijn wat de DDR niet was. Zonder Muur, zonder visa, zonder grenspolitie. Met burgerrechten voor allen die in Duitsland willen werken en tot het maatschappelijk leven bijdragen. Maar zo'n land bestaat niet. En Reich wordt geen president.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden