Jemen: een verachte bakermat Noorden had ook best even gekoloniseerd willen zijn

Jemen had in de oudheid een even beroemde beschaving als Egypte en Irak. Maar andere Arabieren minachten de Jemenieten, omdat ze 'Shakespeare niet kennen'. Ze nemen plaats op de tribune voor de shoot-out tussen president en vice- president.

Of het nu gaat om een bedoeienensjeik, een communistische partijbons, een veteraan uit de oorlog in Afghanistan, een vluchteling uit Somalie, of die vervelende detective van de geheime dienst die je uithoort, allemaal krijgen ze, even na het middaguur, die gretige junkenblik, als ze haastig een gesprek afbreken, of als ze je uitnodigen thuis of in de herberg samen de groene qatblaadjes te nuttigen. Hoe belangrijk qat is blijkt wel uit het verdrag, dat de Jemenieten in februari met elkaar sloten in de Jordaanse hoofdstad Amman. Het moest een binnenlandse oorlog voorkomen, maar er komt ook een paragraaf in voor over qat, niet over een collectieve ontwennningskuur maar over wie de belastingen op dit spul mag innen. Elk verhaal over Jemen verdraait de werkelijkheid wanneer je niet steeds in je achterhoofd houdt de beelden van bolle glasblazerswangen, volgepropt met qat. Vandaar eerst deze inleiding.

De eerste indruk bij aankomst in de hoofdstad Sanaa is dat de reisgidsen liegen en dat Jemen minder groen is dan voorgeschilderd. Veel groen kun je ook niet verwachten, want dit oeroude Arabische land op de scharnier van de Rode Zee en de Indische Oceaan ligt op dezelfde breedte als de Afrikaanse Sahellanden. Al zijn er plekken in Jemen waar genoeg water valt voor een oerbos, maar hier hebben ze duizenden jaren geleden al gedaan, waar ze pas nu in Brazilie goed mee zijn begonnen, ijverig alle bomen kappen. Er groeit nu qat.

De tweede indruk is dat de Arabische kranten liegen. Terwijl de internationale persbureaus tot voor kort amper aandacht besteedden aan Jemen, haalt het land al sinds vorige zomer dagelijks de voorpagina's in de Arabische pers, met alarmerende berichten over oorlogsdreiging tussen noord en zuid, die zich in 1990 verenigden. Maar, hoewel je in weinig landen zoveel geweren ziet, er ontbreekt de nerveuze stemming die je bij acute oorlogsdreiging zou verwachten. De derde indruk is dat het land minder exotisch is dan zijn imago. Jemen is het land van antieke hoogbouw, flatgebouwen uit de tijd dat wij in hutten woonden. De binnenstad van Sanaa voldoet nog aan dat beeld. Maar een land dat vooruit wil moet ook lelijk durven te zijn. Buiten de oude stadsmuren, voorzover die er nog staan, heeft zich een doodgewone, lelijke grote stad ontwikkeld, zoals die er zoveel zijn in het Midden Oosten. Toen de Jemenieten in 1962 hun imam wegjoegen, had Sanaa ruim honderdduizend inwoners, samengeperst tussen de stadsmuren, nu zijn het er ruim een miljoen.

De vaak onafgewerkte moderne huizen staan in schril contrast tot de schitterende architectuur, waarop het land al duizenden jaren het patent heeft. Als je door het oude Sanaa loopt kun je je die oude imam wel voorstellen, die elke nieuwigheid afwees. Hij moet de illusie hebben gehad dat alles perfect was, als hij vrijdags maar niet verzuimde enige deugnieten het hoofd af te slaan. Fecalien belandden rechtstreeks vanuit het privaat op straat en dienden als brandstof. Overig huisvuil vraten geiten op. Tegen de moderne plastic rommel heeft ook het spijsverteringskanaal van een geit geen passend verweer. Maar dat de prijs van romantiek hoog kan zijn blijkt op de eerste dag van de ied, het feest na de vastenmaand Ramadan. Een pittige regenbui concentreert zich boven Sanaa, ongeveer een uur. Jemenieten hebben het al gauw over een wolkbreuk, maar dat komt doordat er vrijwel geen afwatering is, waardoor het allemaal meer lijkt dan het is. Na afloop van de bui telt de monumentale binnenstad negen flatgebouwen minder, de ruines zijn moeilijk te vinden, want er zijn vaker zulke regenbuien geweest, en de gevolgen daarvan zijn ook niet altijd opgeruimd. Er is ook een kind verdronken, midden op straat. Een krant vraagt zich af of je God nou moet danken voor zo'n plensbui, hoe blij het land ook is met elke druppel regenwater. Het woord flatgebouw is niet helemaal juist, althans in Sanaa niet. Sjibam, in de Hadramaut, schijnt wel een beetje op de Bijlmermeer te lijken, flats van 30 tot 40 meter hoog, met tunnels in de lucht die de gebouwen met elkaar verbinden. In Sanaa zijn het apart staande bouwsels, bedoeld voor de verschillende generaties van een familie, elk gezin een etage. Zulke huizen heb je ook in dorpen, zij het minder hoog.

Jemen, althans het noorden, is een van de weinige Arabische landen die geen kolonisator hebben gekend. De Turken hebben in de zestiende en de vorige eeuw enige tientallen jaren geprobeerd het land te beheersen, met matig succes. Een bezoek aan zo'n nooit gekoloniseerd land maakt duidelijk hoe diep de invloed van kolonisatie elders is geweest. Vergelijk Jemen eens met Noord-Afrika, dat zo doordrenkt is van de Franse cultuur en taal dat mensen er soms niet weten of ze Arabieren dan wel Fransen zijn. De Jemenieten missen op hun beurt de heldensagen van een vrijheidsstrijd. Een verschil met de Levantijnse Arabische landen is dat Jemen niet direct betrokken is bij het conflit met Israel. Veel Jemenieten hadden, achteraf, best wel even een kolonisator willen hebben. Ze verwijzen naar het zuiden van hun land, waar de Engelsen ruim 130 jaar de scepter zwaaiden, en waar het wat ordelijker is. Een tijdelijke kolonisatie zou de Jemenieten misschien ook hebben gevrijwaard van de minachting, waarmee andere Arabieren hen soms bejegenen. Het is stank voor dank, je houdt als een van de weinigen de kolonisatoren buiten de deur, en als beloning vinden de anderen je stom omdat je je niet hebt gelaafd aan de bronnen van de beschaving van die kolonisatoren, en niet weet wie Shakespeare is. Binnen Jemen zelf kijken zuiderlingen neer op noorderlingen, volgens hen wilde Hunnen.

Je kunt Jemenieten op hun ziel trappen met opmerkingen over primitiviteit. In de jaren zestig deed de Egyptische zangeres Oem Kalsoem dat. Ze trad op voor Egyptische militairen, die een soort Vietnamoorlog voerden in Jemen, tegen de aanhangers van de verdreven imam. Bewonderaars van de zangeres plachten haar 'bij God, mevrouw' toe te roepen. Ook een Jemeniet waagde zich aan dit huldebetoon. Hij gebruikte een woord dat in Jemen 'mevrouw' betekent, maar in Egypte 'hoer'. “Jullie worden in nog geen duizend jaar beschaafd!” beet de zangeres de Jemenieten onder haar publiek toe en brak haar voorstelling af. Een paar jaar later hield ook het Egyptische leger het voor gezien, nadat het tienduizenden Jemenieten had geexecuteerd of doodgefolterd.

Dammen

Al die minachting ten spijt, in de oudheid had Jemen een even beroemde beschaving als Egypte en Irak. Maar de mensen lijken er minder trots op. Ook Jemen leverde een cultuurtechnische prestatie van belang. De Egyptenaren en de Irakezen onderwierpen rivieren, de Jemenieten haalden uit weinig water een optimaal resultaat. Diep in het binnenland hadden ze een stelsel van dammen en bevloeiingsinstallaties, in gebieden waar droogte landbouw bijna onmogelijk maakt.

Jemen had een sleutelpositie in de karavaanhandel, het was de kruidenier van het Middellandse-Zeegebied van waren uit Azie. Maar Jemen had vooral een eigen exportprodukt, wierook. Het schijnt dat de Jemenitische economie ineenstortte toen het Romeinse rijk overging op het christendom. Er was toen ineens minder wierook nodig voor magische rituelen. De rol van Jemen was nog niet uitgespeeld, ook in de islamitische periode waren er bloeiperioden. Jemen schonk de wereld toen de algebra.

Vanuit Europees perspectief lijkt Jemen een nietig landje. Maar in de Arabische wereld kijken ze daar anders tegenaan. Saoedi-Arabie ziet in Jemen een gevaarlijke concurrent op het Arabische schiereiland, die kort moet worden gehouden. Saoedi-Arabie mag oneindig veel groter zijn, Jemen heeft wel meer inwoners, ongeveer 14 miljoen. In de jaren dertig veroverde Saoedi-Arabie de landstreek Asir op Jemen, ten zuiden van Mekka, en de Saoediers zijn er niet zeker van dat de Jemenieten zich daarbij hebben neergelegd. Het Saoedische koningshuis was niet blij toen het verenigde Jemen in 1990 koos voor democratie, want dat zou besmettelijk kunnen werken op Saoedi-Arabie zelf. Toen Jemen na de Iraakse bezetting van Koeweit te lief was voor de Iraakse dictator Saddam Hoessein, schopte Saoedi-Arabie zo'n half miljoen Jemenitische gastarbeiders de grens over. Het land verloor daarmee zijn belangrijkste bron van inkomsten. Saoedi-Arabie heeft meer drukmiddelen. Het betaalt de bedoeienensjeiks in het noorden van Jemen geld, meer dan de Jemenitische overheid zich kan veroorloven. De loyaliteit van die sjeiks is onduidelijk. Het zijn halve Saoediers, tot in deze eeuw trokken ze 's winters naar de Nadjd, het hartland van het huidige Saoedi-Arabie.

Eerste indrukken hoeven niet altijd juist te zijn. Jemenieten laten zich niet snel uit hun evenwicht brengen, en dat is, met het enorme wapenbezit, maar goed ook. Daardoor voel je niet direct de oorlogsdreiging. Maar ze maken zich wel degelijk zorgen, zeker op termijn. “We kijken met verbazing naar onze leiders”, zegt een zakenman. “Nee, er is geen probleem tussen de gewone mensen uit het noorden en het zuiden, die crisis leeft alleen 's avonds op de televisie, en 's ochtends, voor radio Londen”. Maar een half uur later is hij wel somber. “Als we uit elkaar vallen blijft het niet beperkt tot een breuk tussen Noord en Zuid. Het hele land valt dan in scherven”.

De twee alom beschimpte leiders zijn de voormalige noordelijke president Ali Abdallah Salih, nu president, en de voormalige president van het communistische Zuid-Jemen, Ali Salim Al-Baid, tegenwoordig vice-president. Al-Baid trok zich vorige zomer terug in zijn oude hoofdstad Aden, nadat de president zijn bevoegdheden had ingeperkt. Al-Baid had nog een reden om te vertrekken, veel Jemenieten kunnen het bloed van de ex-communisten drinken, vanwege hun terreur in de jaren zeventig. De Jemenitische politie is er niet in geslaagd om ook maar een van de vele tientallen politieke moorden van de afgelopen jaren op te lossen. Vooral ex-communisten waren doelwit. Zodra de daders in het machtsgebied zitten van een sjeik, kunnen de autoriteiten weinig uitrichten, zo ze dat al willen.

De president en de vice-president, de twee Ali's, lijken op cowboys met getrokken pistolen. Maar er zijn andere hoofdrolspelers, ambitieus genoeg om de twee Ali's uit de schijnwerpers te duwen. Op de achtergrond opereren de wraakzuchtige oliestaten, onder wie Koeweit, die hun gestook alleen al zullen voortzetten omdat de Jemenieten als bemiddelaar de Jordaanse koning Hoessein hebben uitgekozen, die ook al zo aardig was tegen Saddam. Hem gunnen de olie-Arabieren geen diplomatiek succes.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden