'Jeltsin zoekt vast rails om hoofd op te leggen'

KEMEROVO - Na twee weken staken was er deze week ineens goed nieuws voor de mannen van de Boetovskaja-mijn. Ze krijgen eindelijk salaris, maar alleen voor de maanden juli en augustus. Hun gezichten blijven echter somber en verslagen.

Een dag eerder dan de andere stakende mijnwerkers in Ruslands steenkoolgebieden daalden de arbeiders van Boetovskaja, even ten noorden van de Siberische kolenstad Kemerovo in het kolenbekken van Koezbass, woensdag weer af in hun diepe schachten. De stemming is bedrukt. “Iedereen weet dat we opnieuw in actie moeten komen om de volgende salarissen te krijgen”, zegt mijnopzichter Gennadi Kopilov, die boven aan de knoppen staat om de veiligheid en de produktie te bewaken. “Er komt een tijd dat we geen ander middel meer zien dan het geweer.”

De 45-jarige Kopilov krijgt een twinkeling in de ogen als hij daaraan denkt. “Ik zou graag met een groep gewapende mannen het Kremlin bestormen. Ik zou de hele regering gijzelen en duidelijk maken wat ze de mijnwerkers aandoen.”

Maar de barre werkelijkheid is dat de mijnwerkers nog liever een half jaar zonder geld zitten dan dat ze hun mijn verlaten. Zelfs een gewone staking valt hun zwaar.

De afgelopen weken kwam het toch tot een staking in de steenkoolgebieden van Siberië. Maar die was bij lange na niet algemeen. Hier en daar slonk de kolenvoorraad van warmtecentrales tot twee dagrantsoenen, maar de mijnwerkers zorgden ervoor dat het niet minder werd.

“Plichtsgevoel en professionalisme”, zegt mijnopzichter Kopilov. Maar hij geeft grif toe dat ook eigenbelang de mijnarbeiders aan het werk houdt. Een mijn die door stakingen nog meer verlies lijdt dan normaal, kan hoog op de lijst van sluitingen komen te staan.

Gelaten zitten de mannen van de avonddienst bijeen in het glazen hok van hun voorman om het werkplan te bespreken voordat ze 200 meter de diepte in gaan. Geen spoor van opluchting is er te bespeuren over de twee maanden salaris die ze hebben gekregen. “Het was meteen weer op toen we onze schulden terugbetaalden”, zeggen ze. Alleen de onbetaalde huur vreet het salaris weg. “Als je twee maanden achterstand hebt, dan moet je elke dag één procent van de schuld extra betalen. Reken maar uit wat dat kost als je een half jaar achterloopt.”

Opzichter Kopilov kijkt geamuseerd bij de vraag hoe hij en zijn maten het een half jaar zonder geld volhouden. “In Siberië hebben we aardappelen”, antwoordt hij met spottende blik.

“Iedereen heeft een tuintje”, leggen de mannen van de avonddienst uit. “Maar om brood te kopen moeten we geld lenen. Over worst of vlees denken we niet eens meer. Voor de school van onze kinderen moeten we tegenwoordig ook betalen. En voor de dokter, niets is meer gratis. Zo gaat Rusland naar het kapitalisme toe. Geen salaris krijgen en overal voor betalen.”

De staat, die in communistische tijden de helft van de kostprijs van de steenkool voor zijn rekening nam, subsidieert de mijnen nu nog slechts voor 15 procent. Maar zelfs die subsidie komt maar moeilijk los. “Dat geld verdwijnt ergens”, is de vaste overtuiging van de arbeiders. De mijnen zelf zijn niet bij machte winst te maken. Verouderde techniek, grote aantallen arbeiders en hoge transportkosten drukken de mijnen in het rood. “We exporteerden kolen naar Japan. Maar dat is niet kostendekkend meer”, zegt opzichter Kopilov. “De spoorwegen zijn te duur.”

Het spoor heeft inderdaad de prijzen fors verhoogd sinds de dagen van de Sovjet-Unie, toen er niet op kosten werd gelet. Nu in kapitalistische tijden de meeste prijzen vrij zijn, zijn de steenkoolmijnen wel aan een maximum gebonden. Zo tracht Moskou de energievoorziening en de zware industrie - de grote klanten van de mijnen - te helpen. Maar die klanten betalen niet, omdat ook hun klanten niet betalen. Zo draait de oude industriële sector vast.

Voor de mijnwerkers is het extra zuur. Zij waren de stootarbeiders van de Sovjet-Unie, ze werden verheerlijkt in de propaganda en ze kregen - naar Sovjet-maatstaven - fors betaald. “Ik woonde in een mijnwerkersstad, mijn ouders zaten in de mijn en het was vanzelfsprekend dat ik ook de mijn in zou gaan”, vertelt opzichter Kopilov. “En waarom ook niet? We kregen twee of drie keer zoveel als andere mensen.” Ook voor de mannen van de avonddienst woog het geld zwaar mee. “We dachten dat we een goed leven zouden hebben, maar kijk nu naar ons. We zijn het laagste van het laagste.”

Het verlies aan status schrijnt. “Vroeger kwamen de hoge heren ons graag opzoeken. Jeltsin ook toen hij probeerde aan de macht te komen. Ik hoor het hem nog zeggen: 'Als ik jullie, mijnwerkers, bedrieg, dan zal ik mijn hoofd op de rails leggen'. Ja, ja, hij is zeker nog steeds op zoek naar de rails.”

Met een staking in juli 1989 braken ze de laatste Sovjet-president, Gorbatsjov, de nek. Voor Jeltsin was hun steun een mooi opstapje. Maar Jeltsins economische hervormingen breken nu de nek van de mijnwerkers, zo voelen ze dat. “We dachten dat er democratie zou komen. Mooi niet. De directeuren hebben nu onbeperkte macht. Neem zoveel zelfstandigheid als je wil, zeiden ze in Moskou. Nou, dat is gebeurd. Als de heren geen salarissen willen betalen, dan doen ze dat gewoon niet. Maar ze bouwen wel mooie huizen voor zichzelf, duurder dan een bioscoop.”

De mannen van de Boetovskaja-mijn zijn toch iets beter af dan menig collega in de Koezbass-kolenstreek. Er wordt al zeven jaar gegraven voor een nieuwe mijn, die hun bijna uitgeputte gangen moet vervangen. Er lijkt een toekomst te zijn in Boetovskaja. Op de vraag wanneer de nieuwe mijn klaar zal zijn, kijkt opzichter Kopilov peinzend. “Wie zal het zeggen. Technisch gesproken kan hij over twee jaar open, als er geld is. Maar wat voor toekomst is dat, als de nieuwe mijn van mijn salaris wordt betaald?”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden