jelle's weekdier: de Antilliaanse leguaan

Iguana delicatissima heet het dier. Je zou maar zo heten, het lijkt een getekende vrijbrief richting ontijdig einde, want als je 'delicatissima' bent, zit je voor je er erg in hebt in de kookpot. De naam is zelfs een vorm van overtreffende trap, het beestje is niet gewoon delicata, lekker, maar delicatissima: de bijzonder lekkere leguaan. Bij planten komt de notie van consumeerbaarheid wel vaker in de naam voor, meestal in de vorm van de soortaanduiding 'sativa/sativus'. We kennen bijvoorbeeld Castanea sativa, de tamme kastanje, Crocus sativus, saffraan en natuurlijk niet te vergeten Cannabis sativa, de hennep- ofwel wietplant. Een plant die delicatissima heet bestaat bij mijn weten niet, maar er zijn wel andere diersoorten met die naam: zo bestaan er een vlokreeftje, een koraalsoort, een zeelelie en een eencellige wiersoort die het epitheton 'delicatissima' voeren, wat echter niet zozeer te maken heeft met hun smakelijkheid als wel met het feit dat ze klein en fijn zijn.

Dat laatste kunnen we van de Antilliaanse leguaan niet zeggen. Het dier ziet eruit als een kruising tussen een voorwereldlijke dinosaurus en de draak van Sint Joris, met een woest ogende kop vol schubben en een lange rij driehoekige uitsteeksels op de rug. Ondanks dit dreigende uiterlijk zijn het vreedzame planteneters, die zich voornamelijk voeden met bladeren en vruchten. We hebben niets van ze te vrezen. Zij wel van ons. De soort staat als 'endangered' op de Rode Lijst van de internationale natuurbeschermingsorganisatie IUCN en wordt desondanks graag gegeten, hoewel dat officieel verboden is. De website van IUCN vermeldt er interessante informatie over. Het Nederlandse (!) eiland Sint-Eustatius kent de laatste tijd een dramatische toename van de leguanenjacht, wat wordt toegeschreven aan de immigratie van gastarbeiders voor de olieraffinaderij en "economische problemen als gevolg van veranderde regels van de EU".

Wat dat laatste inhoudt is mij onbekend, maar het resultaat is dat veel leguanen hun bestaan eindigen in restaurants op het nabijgelegen Sint-Maarten.

Om deze reden heeft men nu echt alarm geslagen, er is uiteraard meteen een website gestart (SOSiguana.org) en in 'Vroege Vogels TV' is de aandacht gevestigd op het probleem. De soort komt op nog maar een vijftiental eilandjes voor, een mager restant van het vroegere verspreidingsgebied dat het grootste deel van de Kleine Antillen besloeg tussen Anguilla en Martinique. Ook op Sint-Maarten kwam hij ooit voor; daar zit nu wel de minder zeldzame gewone leguaan, die trouwens met de Antilliaan kan hybridiseren, wat niet bijdraagt aan het soortbehoud.

Eilanddieren hebben altijd iets kwetsbaars. De komst van de mens en de in diens kielzog meereizende ratten, geiten, katten en honden heeft wereldwijd een slachting aangericht onder eilandbewoners. De dodo van Mauritius is het bekendste voorbeeld, maar ook de dwerggeitjes van Mallorca, de dwergolifantjes van Sicilië en Malta, de dwergnijlpaardjes van Kreta en de olifantsvogels van Madagaskar zijn historie. De Antilliaanse leguaan komt dus nog wel op enkele eilanden voor. Op Nederlands grondgebied zijn het er maar ongeveer vierhonderd, een kwetsbaar aantal, of liever nog: delicaat.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Met uitsterven bedreigd: de bijzonder lekkere leguaan

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden