Jelle denkt aan zijn tante

Jelle Brandt Corstius (Jörgen Caris, Trouw)

Toen ik was afgestudeerd stelde mijn tante voor met mij een reis te maken. Waarheen, dat mocht ik zelf bepalen. Ik wilde graag een reis maken naar Moskou, waar ik nog nooit was geweest. Liesje was er ook nog nooit geweest, en ik had het idee dat die stad ook niet echt op haar verlanglijstje stond. Maar ze zei onmiddellijk dat we dat vooral moesten doen.

Zoals in alles bereidde zij de reis zeer grondig voor. De meeste mensen zouden een hotel boeken, ’spasibo’ uit het hoofd leren en dat is het dan. Zo niet Liesje. Zij volgde een maandenlange cursus Russisch, en leerde voor de zekerheid nog wat Russische oorlogsliedjes uit haar hoofd.

We overnachtten in het reusachtige hotel Rossija, dat inmiddels in gesloopt. In die tijd werkte het hotel nog een beetje, in die zin dat je er wel kon slapen, maar er geen ontbijt meer was. En dat een deel van het hotel was uitverhuurd aan een ’small people show’. Jammer genoeg heb ik nooit gekeken wat die show precies inhield.

In die tijd was Moskou een stuk ruiger dan nu. De enige cappuccino werd geserveerd in Gorki-park in een mafiose tent met de toepasselijke naam ’Pief Paf’ (de melk was bedorven). Onze vakantie was een aaneenschakeling van ontberingen en onbegrijpelijke situaties. Daar kan je je aan ergeren, maar wij besloten hard om alles te lachen. Om het burengerucht dat ons de hele wakker hield, dat een verstopte radio in de hotelkamer bleek te zijn. Om de metrodeuren die onverbiddelijk dichtklapten met mijn tante ertussen. Om de twee glazen wodka die geheel ongevraagd voor onze neus werden neergezet. Om de begraafplaats van Dostojevski waar mijn tante onderuitging op het eerste oktoberijs.

In een gids hadden wij een restaurant gevonden waar lekker eten scheen te worden geserveerd. Dat hadden wij na alle ontberingen wel verdiend, en begonnen een zoektocht die ongeveer twee uur in beslag nam. Voor de ingang van het restaurant hing een dik pluchen gordijn, achter het gordijn stonden zes schaars geklede vrouwen. Het restaurant bleek intussen plaats te hebben gemaakt voor een bordeel. Een iets meer geklede vrouw was niet verbaasd over onze komst en vroeg vriendelijk wat wij in gedachten hadden. Uitgeput en hongerig maar lachend liepen wij naar buiten.

Onderweg naar het vliegveld, nadat wij een uur op een taxi hadden gewacht, gingen er twee gedachten door mijn hoofd: Ik zou hier wel willen wonen. En: ik heb de liefste tante ter wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden