Jehovah's Getuigen zijn geteld en gemeten

AMSTERDAM - In de jaren '50 vergeleek een Amerikaanse commentator het met de productieschema's van het Oost-Europese staatscommunisme: de traditionele stortvloed van getallen in De Wachttoren van 1 januari, waarin de activiteiten van de Jehovah's Getuigen gedurende het afgelopen jaar zijn geboekstaafd.

RICHARD SINGELENBERG

Waren de cijfers van kolchoz-opbrengsten en tractorenfabricage bedoeld om aan te tonen dat het systeem werkte als de Sovjet-burger zich voldoende voor de goede zaak inzette, ook voor veel Getuigen zijn de jaarlijkse statistieken het bewijs dat hun toewijding aan het geloof concrete resultaten oplevert. Want wie wil weten hoeveel Jehovah's Getuigen in 1996 hebben gepredikt in Estland of op het Stille Zuidzee-eiland Niue, hoeveel uren ze daaraan hebben besteed in Frans Guyana of Bosnië en wat het resultaat is van hun evangelische ijver in Mozambique of Liechtenstein, die dient bij het eerst volgende bezoek van een Getuige om de uitgave van 1 januari 1997 te vragen. Tenminste, àls er al een aanbelt. De Jehovah's Getuigen laten het namelijk een beetje afweten.

Voor de eerste keer sinds de tweede helft van de jaren '70, toen tienduizenden Getuigen als gevolg van het debâcle van de '1975'-profetie hun organisatie teleurgesteld de rug toekeerden, wordt het Wachttorengenootschap geconfronteerd met een opmerkelijke afname van de groei van het aantal actieve lidmaten in westerse landen.

Bedroeg de toename in Noord-Amerika en Australië over 1995 nog 3 procent, dit jaar valt daar slechts een stijging van 1 procent te constateren. Voor Europa, met uitzondering van de landen achter het voormalige IJzeren Gordijn, bedragen die cijfers respectievelijk 2 en 0,9 procent.

In Scandinavië, België en Nederland is het aantal actieve aanhangers zelfs licht gedaald, terwijl in Engeland, Duitsland en Frankrijk sprake is van een nulgroei.

Het karige positieve saldo wordt vooral gegenereerd in Italië, Spanje en Portugal, maar ook in deze traditioneel rooms-katholieke bolwerken is de groei, vergeleken met het einde van de jaren '80, gehalveerd.

Die terugloop zien we ook in de zendingsijver. Volgens de statistieken hebben de 5 miljoen volgelingen in 1996 ongeveer 14 miljoen uren minder besteed aan de prediking dan in 1995 (Het boekjaar loop van september tot en met augustus, vandaar dat de resultaten reeds bekend zijn).

Op wereldwijd niveau komt dat neer op een afname van 1 procent, in Europa en afname van 8 procent.

Zo predikte de Getuige in Noorwegen in het hele jaar gemiddeld 130 uur (6 uur minder dan in 1995), terwijl de Italiaanse mede-gelovige daar 234 uur aan besteedde (Wie denkt dat de kou de oorzaak is van deze Noorse matheid: in Alaska werd 157 uur verkondigd).

Dan praten we nog maar niet over de ruim 200.000 Getuigen in Japan, want die waren in 1996 met z'n allen meer dan 99 miljoen uur op pad, wat neerkomt op 471 uur per persoon.

Een dergelijke hyperactieve inzet is bij de doorsnee Nederlandse Jehovah's Getuige ver te zoeken, want in de wereld-ranglijst bungelt die met 145 uur (11 uur minder dan in 1995) bijna onderaan. Daaronder treffen we nog het eiland Sint Helena aan met 108 uur, maar dat is begrijpelijk. Met 1 Getuige op de 34 inwoners - de hoogste JG-dichtheid ter wereld - doen ze er waarschijnlijk het verstandigst aan zich niet al te frequent te laten zien.

Tot nu toe praten we alleen maar over Jehovah's Getuigen die prediken. De anderen, zowel de inactieven als degenen die de beweging hebben verlaten of zijn geëxcommuniceerd, staan niet in de statistieken vermeld. Aan de hand van de jaarlijkse doopcijfers is echter na te gaan of de nieuwe aanwas zich aansluit bij het bestand van actieve aanhangers.

Zo zijn er in 1995 en 1996 in Nederland bijna 1900 nieuwe Getuigen gedoopt, maar tegelijkertijd is het aantal actieve leden gedaald. Dat duidt er op dat het papieren lidmaatschap toeneemt. Hoe langer hoe meer volgelingen zijn slechts in naam Jehovah's Getuigen en voelen er kennelijk weinig voor hun geloof op de traditionele wijze uit te dragen.

Een trend die zich overigens niet alleen in Nederland voordoet, maar die zich al enkele jaren en in toenemende mate in West-Europa en de VS aftekent.

In hoeverre deze ontwikkeling de organisatie overigens zal nopen haar definitie van de aanhang te herzien, is interessant. Immers, het betreft 'mensen die actief getuigenis afleggen', waaraan veertig jaar geleden de clausule was toegevoegd dat 'wie niet predikt, geen Getuige van Jehovah is'.

Ongetwijfeld zal de dip in de cijfers over 1996 samenhangen met de ingrijpende wijziging van de '1914'-doctrine, die eind 1995 werd afgekondigd. Deze verandering komt er op neer, dat de finale slag van Armageddon voor onbepaalde tijd is uitgesteld. Daardoor zijn waarschijnlijk talrijke volgelingen, die reikhalzend uitzagen naar het einde van dit aardse tranendal, van de beweging vervreemd.

Deze teleurgestelden wordt echter een hart onder de riem gestoken: 'Dienen wij niet blij te zijn dat het einde nog niet is gekomen?', aldus de begeleidende tekst in De Wachttoren. Juist als gevolg van dit uitstel “zijn nog meer 'schapen' in de gelegenheid om uit deze onlangs ontsloten gebieden bijeengebracht te worden”, waarmee het blad refereert aan de opheffing van het predikingsverbod in Oost-Europa en talrijke gebieden in Derde Wereldlanden.

Maar belangrijker dan deze leerstellige mutatie is het veranderende profiel van de westerse aanhang. In tegenstelling tot de volgelingen in nauwelijks ontgonnen landen als Angola of Albanië, bestaat deze groep hoe langer hoe meer uit tweede en derde generatie Getuigen die wars zijn van het zelotisme van hun beproefde voorouders.

Wat ooit begon als een religieus protest tegen een corrupte wereld, is in het kielzog van de voortschrijdende secularisatie geëvolueerd in coulante onverschilligheid. Dat laatste geldt niet alleen voor de evangelist, maar ook voor degene aan wie hij zijn urgente boodschap overbrengt. De lethargie van de tot vervelens toe afgegraasde recruteringsgebieden in het rijke westen is immers de dood in de pot voor het enthousiasme van de verkondiger die meent de echte waarheid in pacht te hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden