Jeffrey Tate laat met Beethovens Zevende goede indruk achter

Herhaling vanavond, Doelen Rotterdam.

Een situatie die een proeftuin mag heten voor wat hen volgend seizoen te wachten staat. Chefdirigent Jeffrey Tate zat afgelopen donderdag in De Doelen op de bok. In het jubileumseizoen '93/94 staat hij uitsluitend genoteerd voor vier concerten in september. Dan is in de praktijk zijn niet gelukkig uitgevallen relatie met het Rotterdamse orkest beeindigd, dat de rest van dat drukke seizoen een lange reeks gastdirigenten op hun wenken zal moeten bedienen, waaronder Tate's voorgangers James Conlon, Edo de Waart en Jean Fournet.

Een gezonde situatie is dat voor geen enkel orkest, maar het RPhO kan wel tegen een stootje, zoals donderdag bleek. Het Beethovenprogramma, waar Tate duidelijk hoorbaar zijn best op had gedaan, klonk uitstekend. Zoals Rattle momenteel een ideale Debussy-klank uit de musici tovert, zo klonken ze nu bijna zo idiomatisch klassiek.

Nu stond het eerste deel van het programma ook onder het heel gunstige gesternte van solist Joshua Bell in het vioolconcert, die overduidelijk dirigent en orkest meetrok in zijn sublieme uitvoering.

Bell, een 26-jarige Amerikaan, heeft voorheen wisselende indrukken achtergelaten. Zijn superieure technische beheersing kwam echter nooit eerder zo mooi uit de verf als nu, waarbij bovendien een zeldzaam integere, evenwichtige benadering van de muzikale materie.

De soepelheid waarmee hij zijn instrument hanteert, met een even zelfverzekerde vingerals streektechniek, is verbluffend. Bell speelt viool zoals een ander aardappels schilt - alleen is er geen sprake van routine, gemakzucht of het moeten wegsnijden van rotte stukken.

Bell stijgt boven techniek uit, zorgt voor een constant mooie, intense toon in vele schakeringen en laat zich heerlijk gaan op de voorschriften van de componist, die hij niet naar zijn hand zet, maar met volle inzet volgt. Zijn muzikaliteit behoedt hem voor uitglijders, enkele eigenzinnigheidjes in de cadensen zijn prikkelend en doen niets af aan de klassieke schoonheid waarin deze uitvoering zich hulde.

Tate en het orkest omhelsden hem met alle vakmanschap, alertheid en klankrijkdom die ze in huis hebben. Of die inspiratiebron nog nawerkte in de uitvoering van de zevende symfonie lijkt mij een retorische vraag. Niet dat die even volmaakt was, verre van dat, maar er sprak toch een stuk vakwerk en vitaliteit uit die deze combinatie niet a priori heeft opgeleverd.

De hele symfonie zat degelijk voorbereid in mekaar, met goed gekozen tempi, juiste fraseringen en een volstrekt duidelijke dynamische afbakening. Het klankevenwicht was soms niet optimaal, details in de houtblazers minder perfect dan we bij deze mensen gewend zijn - toch wat te veel hooi op de vork? -, maar in totaal was dit een heel goede doorsnee-uitvoering, waarvan we er de laatste jaren in Rotterdam wel wat meer hadden kunnen gebruiken. De laatste loodjes wegen kennelijk zwaar voor Tate.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden