Naschrift

Jeanne Grasveld (1919-2019) leefde voor haar laboratorium

Jeanne Grasveld aan het werk in haar laboratorium.

Jeanne Grasveld (1919-2019) leefde voor haar werk als hoofdassistente op het Laboratorium voor Microbiologie in Utrecht. Verder draaide alles om familie, ze bleef tot na haar pensioen bij haar ouders wonen.

Een gewenst zondagskind, dat was Jeanne Grasveld. In het dikke geboorteboek, inmiddels vergeeld en klaar voor het museum, schrijft haar moeder, Aleida Romme, in oktober 1919 hoe blij ze is met haar eerstgeborene. ‘Het hele huis stond op stelten. Je kwam zo onverwacht. Vader sjouwde met de smid nog de grote kast uit de slaapkamer. Daarna bracht juffrouw De Later je keurig aangekleed naar mama en kon ik je een eerste zoen geven. Je was zo’n snoezige pop met veel donker haar. Zoiets had ik nooit eerder gezien.’

De dag na haar geboorte wordt de kleine Jeanne in de antieke doopjurk van de familie Romme gehesen, zodat zij volgens goed katholiek gebruik zo snel mogelijk gedoopt kan worden. Op haar borst speldt vader Louis Grasveld een medaille van hem. Die ochtend komt een gesloten rijtuig voorrijden met koetsier, die Jeanne Rudolphine Marie vliegensvlug naar de kerk rijdt. Eenmaal thuis wordt de baby pontificaal op tafel gelegd en drinken haar ouders en grootouders een glaasje port op haar gezondheid. Vader heeft eerder die dag al opgemerkt dat een van haar vingertjes er wat vreemd uitziet, maar volgens de dokter komt dat helemaal goed.

Het plezier in Jeannes leven wordt al snel vergroot met de komst van nog twee zussen en vier broers: Louis, Miek, Aleid, Carl, Rud en Phons. Hun villa met ruime tuin is een aangenaam speeldomein voor het zevental. Het gezin maakt deel uit van de elite in Doorn, haar vader is per slot van rekening directeur van drie steenfabrieken en de burgemeester is een goede bekende. Haar moeder, zus van de bekende KVP-politicus Carl Romme, krijgt assistentie van diverse hulpen en kindermeisjes, iets wat Jeanne niet meer dan normaal vindt.

Jeanne Grasveld op stelten in de jaren twintig in hun tuin in Doorn.

Als gehoorzaam en verantwoordelijk kind trekt ze graag met de kindermeisjes op; vooral de Duitse juffrouw Schmitz kan op haar onverdeelde aandacht rekenen. Tot op hoge leeftijd houden ze contact met elkaar. De kinderen trekken graag en veel met elkaar op en vooral sport is een grote liefhebberij. Zo krijgen alle kinderen, met tucht en straffe hand, zwemles van opa in de rivier de Lek en ze hebben hun eigen voetbalteam VENC: de ‘vrienden en neven club’. Jeanne leert al jong hoe belangrijk familie is; daar deel je je leven mee, is dan al haar overtuiging.

Duits studeren

Het gymnasium doorloopt ze bij de zusters van Onze Lieve Vrouw ter Eem. In alle vroegte stapt ze ’s ochtends op de tram naar Amersfoort. Eigenlijk wil Jeanne daarna graag Duits studeren, ze spreekt het al goed, maar daar steekt vader een stokje voor. Door de oorlog – een zware tijd waarin Jeanne weleens eropuit wordt gestuurd om in de Achterhoek eten te zoeken – is Duits geen optie meer. Ze is niet het type meisje dat tegen haar vader ingaat en kiest voor microbiologie.

Na haar opleiding werkt ze korte tijd als laborant in het ziekenhuis in Roermond, maar al snel vindt ze een betrekking als assistent op het Hygiënisch Laboratorium in Utrecht. Daar zal ze van 1946 tot 1983 werken, onder andere voor de bekende professor H.W. Julius, gespecialiseerd in bacteriologie, en K.C. Winkler, hoogleraar besmettingsleer. Aan het begin van haar carrière, tijdens de naoorlogse jaren, moeten ze creatieve oplossingen bedenken voor de schaarste aan middelen. Zo gebruikt ze conservenblikken om kweekbuizen in te zetten en worden de kostbare dekglaasjes stuk voor stuk uitgekookt, schoongemaakt en gedroogd na elk preparaat – tot grote ergernis van het schoonmaakpersoneel.

Verwondering

Het lab onder de gebinten van het historische pand aan de Catharijnesingel is haar domein. Eerst is ze medisch analiste, later hoofdassistente. Jeanne hecht aan een secure werkwijze. Ze leeft voor haar werk: ‘Mijn zinvolle leven, dat ik jaren mocht leiden op mijn dierbare Catharijne zolder’, beschrijft ze in het jubileumboek ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van het lab. Ze is getuige van diverse doorbraken op het gebied van ziektepreventie en DNA. Haar werk ontroert haar geregeld. Voor haar zijn bacteriën net mensen: “Met een ultramicroscoop ontvouwt zich nieuw leven. Toen ik dat voor de eerste keer zag was ik vol verwondering, net zoals de studenten die dat voor het eerst zien. Dat is echt heel bijzonder”, vertelt ze eens.

Jeanne blijft haar hele loopbaan bij haar ouders wonen. Zelf klaagt ze daar nooit over, het is voor haar vanzelfsprekend dat zij als ongetrouwde oudste dochter voor hen zorgt. Een man en kinderen, ze had het graag gewild. Vooral kinderen. Als twintiger is Jeanne eens hevig verliefd. Wanneer haar vriend omkomt in de oorlog lijkt het of ze daarmee de moed in de liefde voorgoed verliest. Ze noemt hem altijd haar ‘onbekende soldaat’.

Wellicht speelt ook haar misvormde hand een rol. Haar ‘gekke babyvingertje’ is inmiddels flink vergroeid, veroorzaakt door een zeldzame aangeboren aandoening waarbij reuzengroei optreedt bij een van de vingers. Nooit zal ze haar misvormde hand openlijk tonen, altijd verstopt ze die onder haar gezonde hand. Het is in die tijd nog niet mogelijk haar hand te opereren zonder de functie te verliezen en dat wil ze pertinent niet.

Moeder Microbiologie

Hoewel Jeanne heus een gezin mist, laat ze dat nooit merken. Ze is goedgemutst en ontpopt zich tot een ware moeder voor de medicijnen- en biologiestudenten bij de begeleiding van hun practica besmettingsleer. Jeanne heeft altijd een luisterend oor, is kordaat en zeer direct. Met haar luide stem kan ze eenvoudig de collegezaal met tachtig studenten overstemmen. Het levert haar de bijnaam ‘Moeder Microbiologie’ op.

Met veel studenten houdt ze contact: ‘Al ben ik nu 89 jaar oud, ik ben blij dat ik nog belangstelling kan opbrengen voor mijn oude vak door gesprekken met jongeren van vandaag. Heel anders is soms hun levens- en werkdoel dan in mijn jeugd, maar niet slechter’, schrijft ze in het eerder genoemde jubileumboek.

Hoogtepunten voor Jeanne zijn de jaarlijkse werkuitjes: een fiets- of boottocht met alle collega’s. Ze regelt graag alles. Net als de diverse uitstapjes die ze ieder jaar organiseert voor haar drie peetkinderen: neef Jan, nicht Machteld en neef Eilard. Met hen en later ook hun kinderen trekt ze naar speeltuinen, dierentuinen en pannekoekenhuizen. Jeanne weet hoe je het kinderen naar de zin maakt: met aandacht, gezelligheid en lekkernijen.

Haar pensioen is in zicht als de zorg voor haar ouders intenser wordt. Eerst wordt haar vader dement, waardoor ze zich genoodzaakt ziet hem in een verpleeghuis onder te brengen – een zware beslissing. Daarna is ze nog enige jaren alleen met haar moeder. Als ook zij overlijdt, vallen haar handen ineens stil. Ze wordt actief als parochievrijwilliger in de plaatselijke Raad van Kerken. Tot ze tachtig wordt en ineens besluit naar Noord-Brabant te verhuizen, waar haar broer Carl woont.

Jeanne Grasveld met haar zusje Aleid.

Die verandering valt niet mee, ze kan er moeilijk wennen. Met de pastoors in Brabant heeft ze weinig op: die zijn haar te conservatief en te weinig eigenzinnig. Geregeld rijdt ze terug naar Driebergen om in haar eigen kerk de dienst bij te wonen. Verder vult ze haar dagen met bezoekjes van oud-collega’s, familie en vriendinnen. Altijd zit ze klaar, keurig gekapt en gekleed, met haar goudgerande bordjes met daarop vers gebak van de banketbakker. Alles voltrekt zich altijd in dezelfde volgorde, op haar manier. Van routines afwijken, daar houdt Jeanne niet van.

Wanneer ze valt, ze is dan negentig, kan ze niet langer in haar flat in Vught blijven wonen en verhuist ze naar een verpleeghuis in Boxtel. Daar gaat ze snel achteruit. Ze is boos, heeft het idee dat ze wordt weggestopt. Haar gedrag verandert door haar dementie, ze verliest grip op de werkelijkheid. Ze voert vaak gesprekken in het Duits.

Eén wens kan Jeanne wel benoemen: ze wil zo graag nog eens een dagje naar zee. Dat wordt geregeld door het verpleeghuis. Met een taxibusje wordt ze naar Scheveningen gereden, waar haar zusje Aleid zich bij haar voegt. Op die zonnige dag genieten ze prinsheerlijk in een strandtent van hun uitstapje. Saampjes turen ze over de zee naar de horizon. Hoewel niemand verwacht dat zij het daarna nog lang zal maken, woont ze nog negen jaar in het verpleeghuis. Jeanne is 99 jaar geworden.

Jeanne Rudolphine Marie Grasveld werd geboren op 19 oktober 1919 in Wijk bij Duurstede, ze overleed op 15 april 2019 in Boxtel.

Trouw beschrijft in Naschrift het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden