Jean-Yves Thibaudet opent Liszt-jaar teleurstellend

Jean-Yves Thibaudet, piano op 16/1 Concertgebouw Amsterdam

2011 is een dubbel Liszt-jaar: 200 jaar geleden werd de componist geboren in het Hongaarse dorpje Raiding, 125 jaar geleden stierf hij in Bayreuth. De aftrap van de Nederlandse viering van het Liszt-jaar werd zondag gegeven door pianist Jean-Yves Thibaudet in het Concertgebouw met een eerste ’Franz Liszt 200th Anniversary Recital’. Na hem volgen dit seizoen in Amsterdam Jevgeni Kissin (19 juni) en Aldo Ciccolini (26 juni).

Thibaudets grootste kwaliteit is het transparant en beeldend vertolken van Frans-impressionistische werken. Het was Liszt die enkele decennia vóór Debussy en Ravel deze stijl in eerste aanleg introduceerde in programmatische werken als ’Les jeux d’eau à la Villa d’Este’ of zijn beide ’Franciscus-legendes’. Thibaudet speelde deze drie stukken sprankelend en kleurrijk; ze vormden de hoogtepunten van een avond die verder nogal teleurstellend verliep. Verbazingwekkend, gezien Thibaudets langdurige relatie met Liszts muziek en zijn internationale faam.

Een sterk punt van zijn Liszt-spel is dat hij het sentimentele weet te vermijden. Hij objectiveert en actualiseert daarmee Liszts romantiek. Bovendien trapt hij nooit in de valkuil virtuositeit te laten prevaleren boven het muzikale verhaal.

Liszt is daar alleen maar bij gebaat.

Maar Thibaudets objectieve Liszt-spel sloeg zondagavond vaak door naar onderkoeldheid. In de ’Six Consolations’ – gevoelige, lyrische miniaturen – lukte het Thibaudet niet de melodielijnen in de rechterhand werkelijk te laten zingen, vanwege een te luide linkerhandbegeleidingen en een vlakke toonvorming. Dit probleem deed zich ook voor in de prachtige tweede Ballade. Daarin kwam de epiek te weinig uit de verf doordat Thibaudet de melodieën onvoldoende profiel gaf. Vooral de geheimzinnige opening met de grommende baslijnen, klonk als een etude en niet als het begin van een spannend verhaal.

Veel beter slaagde de melodische opbouw in ’Isoldes Liebestod’, Liszts bewerking van Wagner. Briljant en gaaf klonk ten slotte de vliegensvlugge Tarantella uit ’Venezia e Napoli’.

Als ware het een klap in het gezicht van de jarige Liszt was Thibaudets toegiftenkeus: dat hij, na het beeldige ’La cloche sonne’ van Liszt de ’Prélude pathétique’ van Shura Cherkassky speelde, zou prima geweest zijn als hij in zijn laatste toegift naar het onderwerp van zijn recital was teruggekeerd. Maar wat deed Thibaudet? Hij stuurde het publiek de straat op met de klanken van Intermezzo opus 118 nr. 2 van Brahms, een componist die zich als muzikale antipode en aartsvijand van Liszt heeft betoond.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden