Je was links en had VN in je jaszak

Een mooi en gedegen boek, een waardevolle toevoeging aan de geschiedenis van de Nederlandse pers

In de hoogtijdagen van Vrij Nederland waren er abonnees die niet konden wachten tot de postbode donderdags het weekblad in de brievenbus stopte. Zij kochten een dag eerder al bij de kiosk om de hoek een los nummer. Zo nieuwsgierig waren ze naar nieuwe onthullingen over bekende Nederlanders die de zaak geflest hadden, naar spraakmakende interviews met politici die in VN graag hun ziel blootlegden en naar de scherpe epistels van toonaangevende columnisten.

Deze trouwe abonnees konden een dag eerder al trots het weekblad zichtbaar in hun jaszak steken en de wereld laten zien dat ze zich thuis voelden bij het linkse levensgevoel dat VN verspreidde.

Op hun beurt waren de redacteuren apetrots dat ze voor het blad werkten. Ze waren de uitverkorenen van de vaderlandse journalistiek. VN was het walhalla, hoger kon je niet komen. Het waren individualisten die op de pagina's hun eigen hobby bedreven en zich van niemand wat aantrokken. Over geldgebrek hoefden ze niet te klagen, want de oplage groeide spectaculair. Tot begin jaren tachtig, toen het verval inzette.

Het verzetsblad werd een paar maanden na de Duitse inval in mei 1940 opgericht, vorig jaar herfst bestond het 75 jaar. Op verzoek van de inmiddels afgetreden hoofdredacteur Frits van Exter schreef John Jansen van Galen een boek over de roemruchte geschiedenis van VN. Een gewaagde keus, want hij was ooit hoofdredacteur van de grote concurrent, Haagse Post. Maar ook een goede keus: Van Galen is een door de wol geverfde journalist die het wereldje goed kent, geïnteresseerd is in de geschiedenis en over een goede pen en humor beschikt.

De auteur heeft de deadline niet gehaald: het boek verschijnt ruim een halfjaar te laat. Van Galen is een perfectionist, heeft met zo'n beetje iedereen gesproken, en stuitte bovendien op omvangrijke archieven van oud-redacteuren. En hij heeft alle jaargangen doorgeploegd. Dus hij is geëxcuseerd.

Het wachten was de moeite meer dan waard. Van Galen heeft een gedegen en mooi boek geschreven, een waardevolle toevoeging aan de geschiedenis van de Nederlandse pers. Hij heeft oog voor de grote lijnen en zet Vrij Nederland goed neer in het maatschappelijke, politieke en journalistieke klimaat waarin het opereerde en waar het bovendien een behoorlijk stempel op drukte.

De schrijver lardeert zijn betoog met sappige anekdotes, heeft waardering voor de journalistieke prestaties, maar is ook buitengewoon kritisch over het prima donnagedrag van sommige redacteuren en voor hun vaak ellenlange, hoogdravende en soms onleesbare artikelen. Vermakelijk is het verhaal over theaterrecensent Anton Koolhaas aan wiens stukken af en toe geen touw was vast te knopen. De eindredactie belde wel eens in arren moede zijn echtgenote op om te achterhalen naar welk toneelstuk hij voor zijn bespreking was gegaan.

Van Galen spaart niemand, en zeker niet de grote Joop van Tijn, de man met het indrukwekkende netwerk, die premiers 's nachts wakker kon bellen, regelmatig denderende primeurs had (Lockheed!) en die via zijn relatie met prinses Irene ook dichtbij het Koninklijk Huis zat. Hij was een befaamd vrouwenversierder, schnabbelde zich ongelukkig, maar zat ook regelmatig in de schulden want hij gaf geld uit als water. Van Tijn had een eigen secretaresse (wat niemand wist) en kreeg stiekem een hoger salaris dan de overige redacteuren - kortom, een fijne collega.

In rap tempo gaat Van Galen door de eerste twee decennia van het bestaan van het blad heen om snel uit te komen bij de hoofdmoot: VN in de jaren zestig en zeventig toen het blad naam begon te maken en de successen bijna niet bij te benen waren. De auteur behandelt vrijwel alle rubrieken en columns die toen toonaangevend waren, inclusief de commerciële 'Zettertjes' met contactadvertenties met vrijmoedige teksten, waaronder verzoeken tot groepsseks - deze rubriek heeft zeker een rol gespeeld in de seksuele revolutie van die tijd.

Ook de diverse affaires waarin VN verzeild raakte, komen aan bod, zoals de Weinreb-zaak, genoemd naar Friedrich Weinreb die volgens de een (Willem Frederik Hermans) in de Tweede Wereldoorlog een bedenkelijke rol had gespeeld en Joden had verraden, en volgens de ander (gevierd VN-columniste Renate Rubinstein) juist een held was doordat hij Joden van de gaskamer had gered. De discussie speelde enorm op, het Riod (voorloper van het Niod) deed uitgebreid onderzoek en ontmaskerde Weinreb als een collaborateur. De uitkomst was een klap voor Rubinstein en voor VN.

Voor degenen die de jaren zestig en zeventig bewust hebben meegemaakt en Vrij Nederland lazen, roept het boek voortdurend een gevoel van nostalgie op. Rubrieken als 'Bij ons in Holland' en 'Het Wereldje' komen weer helemaal terug in de herinnering. Maar de vraag is of de wat jongere lezers dat allemaal wel interessant vinden; Van Galen gaat wel erg gedetailleerd te werk, en vervalt soms hinderlijk in herhaling.

Het ging er vaak stormachtig aan toe op de redactie. De journalisten namen elkaar de maat, zware beschuldigingen gingen over en weer, er waren intriges, en een tijd lang bestookte een anonieme schrijver de redacteuren met onaangename brieven vol persoonlijke details. Nooit is opgehelderd wie de auteur was - alle tekenen wijzen in de richting van de toenmalige hoofdredacteur Rinus Ferdinandusse die alles ferm ontkent. Het is toch merkwaardig dat weldenkende redacteuren die week in, week uit in hun artikelen opkwamen voor een eerlijker en menselijker wereld er zelf op de werkvloer zo'n zootje van maakten.

In die ruzies ziet Van Galen een van de oorzaken van het verval dat begin jaren tachtig inzette. Een andere oorzaak was de toenemende concurrentie van de dagbladen die de lezers achtergrondkaternen leverden met net zulke lange en diepgravende verhalen als Vrij Nederland; het weekblad werd overbodig. En ten derde keerde de tijdgeest zich tegen VN. De jaren zestig en zeventig waren gouden tijden voor links Nederland en daarin gedijde VN uitstekend (al kon het kabinet-Den Uyl op weinig genade rekenen in de redactionele kolommen, het was niet progressief genoeg).

Begin jaren tachtig, met het aantreden van het centrum-rechtse kabinet-Lubbers, was het feest voorbij voor linkse mensen. En ook voor Vrij Nederland.

Hier houdt John Jansen van Galen op, en dat is ook conform zijn opdracht. Maar het verhaal van VN is nog niet af, want het verval zette door - de lezers blijven weglopen. Vrij Nederland kan het hoofd amper boven water houden en gaat waarschijnlijk over van een week- naar een maandblad. Spraakmakend is het allang niet meer. De trouwe abonnee die vroeger twee exemplaren in huis had, realiseert zich anno 2016 soms op donderdag als de nieuwe VN op de mat valt dat het cellofaan nog om het vorige nummer zit. Stof genoeg voor een vervolg op dit interessante boek.

John Jansen van Galen: De gouden jaren van het linkse levensgevoel. Het verhaal van Vrij Nederland Balans; 496 blz. euro 27,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden