'Je was al overbodig toen je geboren werd'

Het beroemde boek van Boudewijn Büch wordt ruim tien jaar na zijn dood op het toneel gebracht als musical. Waarin een jonge vader, die worstelt met zijn verleden, het anders kan doen.

Voordat de eerste try-out van 'De kleine blonde dood' begint, stapt regisseur Peter de Baan het toneel op. Hij legt uit dat dit zo ongeveer de belangrijkste voorstelling is omdat de makers nog niet weten of het wat wordt. Ze hebben weken in het repetitielokaal gebivakkeerd en nu krijgen ze voor het eerst reactie van het publiek. De zaal lacht besmuikt. Dan gaat het doek open en kijk je meteen in een onheilspellend decor van motten, vlinders en poppen. En er staat, pontificaal in het midden, een kleine witte doodskist. Daar ligt Micky in, het jongetje om wie De kleine blonde dood draait. Die de kleine blonde dood ís. Maar ineens springt het jongetje op en staat hij headbangend luchtgitaar te spelen. Die humor en luchtigheid tekent de voorstelling.

Het verhaal speelt zich eigenlijk af in het hoofd van Boudewijn, een rol van William Spaaij. En dan kan een jongetje dat eigenlijk al dood is, ineens weer springlevend zijn. Samen kijken ze terug op het leven van Boudewijn, zijn strijd met zijn dominante, sadistische vader en zijn liefde voor zijn zoon die hem, bij wijze van spreken, in de schoot valt.

Frans van Deursen is Rainier, de vader van Boudewijn. Hij vertelt: "Rainier is een Duitse jood, die - volgens ons script - twee jaar in een concentratiekamp heeft gezeten. Uiteindelijk heeft hij Duitsland weten te ontvluchten en is in Nederland terechtgekomen. Daar heeft hij een gezin gesticht, maar hij is getraumatiseerd door zijn ervaringen in de oorlog en door wat hij gezien heeft in het kamp. Daardoor heeft hij als een doofdeken over de jeugd van zijn zoon gelegen. En het hem daarmee vrij moeilijk gemaakt om een goede start in het leven te krijgen. Ik las laatst een interview met comediënne Ruby Wax. Haar Joodse ouders waren vanuit Duitsland naar Amerika gevlucht. Ze hebben precies hetzelfde mechanisme op dat kind losgelaten als Rainier op Boudewijn loslaat. Ik roep op een gegeven moment tegen hem: 'Jij kan helemaal niks. Je was al overbodig toen je geboren werd. Ik zag je in de wieg liggen en dacht: nou, daar zat ik niet op te wachten'. De vader van Ruby Wax heeft exact dezelfde dingen tegen zijn dochter gezegd. Dus zij heeft haar hele leven gedacht: ik kan niks, ik ben niet goed genoeg, ik mag er niet zijn. Maar dat is wat zo'n Joodse man met een trauma uit het kamp natuurlijk zelf ook voelt. Het is gesublimeerde schuld."

Nooit goed genoeg
Maar alleen maar een geweldenaar spelen, heeft geen zin, beaamt ook regisseur Peter de Baan: "Een vader die meestal een tiran is, en af en toe heel aardig en lief, is het moeilijkste wat je kunt hebben. Scriptschrijver Dick van den Heuvel en ik zaten op een gegeven moment nogal vast in het verhaal. Het boek van Boudewijn Büch gaat grotendeels over de vader-zoonrelatie. Dus als je dat min of meer letterlijk zou dramatiseren, zou dat een vrij gesloten verhaal zijn. We wilden dat die verhaallijn wel belangrijk was, maar het moest niet de motor van de voorstelling worden. Toen heb ik gezegd: 'Oké, dan nemen we mijn vader als uitgangspunt'. En dat was het begin van de oplossing. Ik had zo'n vader die werkelijk, tot drie maanden voor zijn dood, nooit tegen mij gezegd heeft dat het goed was wat ik deed. En ik ging natuurlijk iets doen met toneel, wat hij echt afgrijselijk vond. Dat liet hij ook luid en duidelijk merken. Het is misschien ook die generatie. Ook hij had de oorlog meegemaakt en vond: je moet je kansen niet vergooien, je moet zekerheid hebben. Ik heb zelf een tijdlang, tot mijn 42ste, het leven van Boudewijn geleefd: feesten, drank, pluk de dag. Ik wist dat ik een kind wilde, maar ik durfde het nooit. Omdat ik dacht: ik ben net zo'n klootzak als mijn eigen vader. Ik heb er heel lang over gedaan om te denken: ik ben anders, voor mij zijn er nieuwe mogelijkheden. En uiteindelijk heeft mijn zelfvertrouwen juist een enorme boost gekregen door vader te worden. Ik merk, en daar hoef ik echt nul moeite voor te doen, dat ik dat joch - hij is nu zeventien - alles gun. Achteraf denk ik: ik had wel zes kinderen willen hebben."

Verantwoordelijkheid
Boudewijn leeft er hedonistisch op los, maar hij wordt telkens geplaagd door herinneringen aan zijn moeilijke vader. Op een van die liederlijke avonden maakt hij zijn oude juf zwanger. Maar omdat hij van bed naar bed hopt, weet hij niet dat zij een kind krijgt. Als hij daar na negen jaar achterkomt, doet hij alles om de verloren tijd in te halen. De verantwoordelijkheid die hij tot dan toe vakkundig heeft weten te ontlopen, gaat hij ten volle aan. Als een raceauto die van nul naar honderd schiet in luttele seconden. William Spaaij: "Doordat Boudewijn ineens zijn zoon ziet denkt hij: 'Ik ga nu echt iets doen met mijn leven'. Vervolgens - want hij blijft manisch - slaat hij daar weer in door. Hij is een kwajongen, geen echte vader. Hij gaat met hem naar Artis, chocolademelk drinken en van het balkon pissen. In die zin ontloopt hij nog steeds zijn verantwoordelijkheid. Totdat Micky in coma in het ziekenhuis ligt. Dan moet hij ineens beslissen over het leven van zijn zoon. Dat vind ik een mooie scène. Marjolein Teepen, die de moeder speelt, zegt daar de vreselijkste dingen. Ze loopt weg voor het verdriet en de keuzes die ze moet maken.

"En dan zie je de volwassen vader. Boudewijn zegt: 'Luister nou even naar mij. Het is geen grap. Wij moeten het beslissen'." Tegen die tijd heeft het publiek een brok in de keel en hoor je gesnif in de zaal. De rockmuziek die door de hele voorstelling loopt, wordt verstild en Spaaij zingt een klein, breekbaar liedje voor zijn zoon. Het laatste zetje komt, ironisch genoeg, van zijn eigen vader die zegt: 'Je kunt het'. Spaaij: "Door de stekker eruit te trekken en daarmee een echte vader te zijn voor zijn zoon, kan Boudewijn ook afscheid nemen van zijn eigen vader."

De kleine blonde dood gaat maandag in première in Den Haag (Koninklijke Schouwburg) en is te zien t/m 22 maart. Info: www.dekleineblondedood.nl

De kleine blonde dood
De kleine blonde dood is een roman van Boudewijn Büch uit 1985. Het is misschien wel zijn bekendste boek. Het is in 1993 ook verfilmd. Jarenlang is gedacht dat het boek autobiografisch was en dat Büch echt een zoontje had dat op jonge leeftijd was overleden. Pas anderhalf jaar na zijn dood in 2002 werd bekend dat dit niet zo was.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden