Review

Je waadt niet door bloed maar door stroop

Ergens in 'De Mannen van de Maandagochtend', het nieuwste boek van Rinus Ferdinandusse en Thomas Ross, zegt iemand: ,,Bestaat er eigenlijk in dit land iets wat niet met die pokkenoorlog te maken heeft?'' En ongelijk kun je hem niet geven, zeker niet als je het thrillerbestand bekijkt: daarin speelt de Tweede Wereldoorlog dikwijls een doorslaggevende rol.

De helden van Ferdinandusse en Ross, de oudjes Wijnand Alsema en Wiebe Sybesma, gaan ook terug naar die wortels. Ze zijn meer dan vijftig jaar geleden met schade en schande uit Nederland vertrokken. Alsema vestigde zich in het zoele La Jolla (een magische plaats in de thrillerliteratuur), Sybesma begaf zich in vreemde krijgsdienst. Op een heel gewone, dus saaie dag krijgt Alsema een brief met een biljet van vijftig gulden. Dat bevat een geheim: de identiteit van de man, die hen eertijds een smerige loer heet gedraaid. Sybesma en Alsema werden ervan verdacht het geld dat ze voor het verzet stalen in hun eigen zak te hebben gestoken, hun verhaal over een Duitser die hen het geld afpakte werd niet geloofd. En wat wil nu het geval? Het was geen Duitser, het was een Nederlander die later opklom tot een hoge positie bij de Nederlandse bank en goede sier maakt met zijn verzetsverleden. Alsema en Sybema reizen af naar het ijskoude Amsterdam. Het is hen niet om geld te doen, ze willen die smerige Mooyman te pakken nemen.

Dat begin, met die twee oude knarren in wie plotseling het vuur der wrake gloeit, is best aardig. Je leest met plezier en vaak met een glimlach over hun perikelen. Zo ver, zo goed dus. Nou ja, goed... Het staat vol barre mannenpraat (hij zou zingend sterven, terwijl het vuur uit zijn huid werd geperst, omdat zijn ziel nu al geschroeid was door het vuur van de hel); het huurlingenleven wordt, soms onder het mom van ironie, nogal kwalijk verheerlijkt (Leon, die na weken ondergepist en bescheten te zijn door tientallen geelbekjes van Ho Chi Minh door hem eigenhandig uit de tijgerkooi was gehaald.); er zitten lang niet zoveel fouten in als in het vorige boek van Ross, maar ze zijn er wel (het legendarische potje met vet wordt op de tafel gezet, niet op de schoorsteen; de VPRO-dominee heette Spelberg, niet Spelbos.) Allez, vooruit, soit, laten wij zacht zijn voor elkander kind. Maar ongeveer halverwege (en het is een verschrikkelijk dik boek) doemen donkere wolken op, die zich samenballen in de vorm van de Nederlandse bank. Het manvolk wil de bank beroven en de schuld op Mooyman schuiven. Jongens, jongens, denk je, doe dat nu niet, dat kan niet, dat wordt vast niet leuk. Maar ze doen het toch en het wordt inderdaad niet leuk. Dat gaat honderden bladzijden lang door, alle ongein wordt minutieus beschreven. Er vallen ook een paar dooien, maar je waadt niet door bloed, je waadt door stroop en dat is veel erger. Als het nu allemaal hilarisch was, over the top, dan was het goed natuurlijk. Maar dan zou je om de bladzijde moeten glimlachen, om de twee bladzijden buikschudden en om de tien bladzijden buikpijn krijgen van het gieren. Niks daarvan: gaap, gaap, gaap en anders niks. Zonde toch. Een goede start maar het spul blijft niet in de lucht vanwege gebrek aan brandstof.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden