Je vergapen aan couture

Drie bijzondere mode-exposities zijn tegelijk in Nederland te bewonderen: adembenemende Parijse topcouture, flamboyante ontwerpen van Rotterdammer Cargelli en ingetogen creaties van Alexander van Slobbe.

’Het is bijna on-Nederlands dat hier zulke bijzondere couturestukken van zo dichtbij te zien zijn”, juicht een enthousiaste bezoekster op de opening van de tentoonstelling ’Voici Paris! Haute Couture’ in het Haagse Gemeentemuseum.

Niet on-Nederlands waren de outfits waarin het openingspubliek zich had gestoken. Ondanks het verzoek vooral in couture te verschijnen, was er weinig glamour, glans en glitter.

Nederland is nooit een coutureland geweest. De termen haute couture en couturier (dat van oorsprong gewoon ’kleermaker’ betekent), zijn in Nederland onbeschermd. In Frankrijk is dat anders.

Op de tentoonstelling pronken enkele fraaie japonnen van C.F. Worth, de grondlegger van het Parijse couturesysteem. Een opengeslagen bovenlijfje laat zijn signatuur zien, in feite het eerste label waarmee de ontwerper bijna letterlijk zijn stempel drukt op een kledingstuk.

Voorheen ging de klant met een zelf gekochte lap onder de arm en een idee in het hoofd naar een kleermaker. Toen Worth halverwege de negentiende eeuw de klant naar hem toe liet komen om uit een beperkt aantal modellen en stoffen een keuze te maken, ontstond een nieuw systeem.

Verscheidene ontwerpers volgden zijn voorbeeld en in 1868 werd een coutureorganisatie opgezet die nog steeds functioneert. Om officieel te worden toegelaten, moet aan een fors aantal eisen worden voldaan. In de loop van de tijd zijn de regels versoepeld, maar ze zijn nog steeds streng. Momenteel voldoen nog slechts elf couturehuizen aan de hoge eisen. Naast deze in Parijs gevestigde huizen zijn er nog twaalf die eerst vijf jaar goed moeten functioneren om officieel lid te kunnen worden.

Het Nederlandse modetalent Jan Tamineau, die onder meer toiletten voor prinses Máxima vervaardigt, vertegenwoordigt met enkele sculpturale vouwsel-jurken op de tentoonstelling in een aparte spiegelruimte de huidige Nederlandse couture-richting.

Vorig jaar probeerde hij binnen het Franse couturesysteem een plek te bemachtigen. De recessie speelde hem echter parten. Tamineau: „Ik had mijn aanbevelingsbrieven en alles wat er nodig is om te kunnen toetreden helemaal rond toen de Franse coutureorganisatie besloot om even niemand meer toe te laten. Ze willen het niveau uiteraard hoog houden en waren bang dat nieuwe leden het na twee seizoenen niet meer zouden redden.”

Modeconservator Madelief Hohé benadrukt dat het bij hedendaagse couture nog steeds draait om originaliteit, kwaliteit en vakmanschap. Hohé: „Na de oorlog had je als Nederlandse ontwerper maar twee mogelijkheden: óf meezwemmen met de Franse ideeën en geen internationale carrière ambiëren, óf je eigen weg inslaan en naar het buitenland vertrekken.”

Dat is treffend zichtbaar in de zaal met Nederlandse stukken. Een pakje van Max Heymans lijkt verdacht veel op het beroemde Chanel-ensemble. Ook andere sets zijn duidelijk geïnspireerd op Franse couture.

Hohé: „We tonen ook een vroeg stuk van Koos van den Akker. Hij is eind jaren zestig naar de VS vertrokken en heeft daar met zijn eigenzinnige kleren enorm carrière gemaakt. De stukken van Fong Leng en Bas Kosters ernaast vertegenwoordigen eveneens die eigenheid die er later in Nederland ook kwam.”

Naast adembenemende oudere stukken van Franse grootheden als Vionnet, Fath, Balenciaga, Balmain en Lanvin is er veel aandacht voor de huidige generatie ontwerpers. In een kleurrijk sprookjesbos prijkt overdadig werk van Jean-Paul Gaultier. De spectaculaire zaal waar je je op de Parijse daken waant, toont Maison Margiela’s onorthodoxe vliegengordijn-japon naast een superieure rode loperjurk van Christian Lacroix.

De erezaal is gewijd aan recente, oogverblindende couturestukken van Dior, ontworpen door John Galliano. Tentoonstellingsvormgever Maarten Spruyt plaatste als afrastering tientallen gipsen slakken. „Die vertegenwoordigen het geduld van de couture.”

Dat geduld druipt inderdaad van deze kledingstukken af. Honderden uren werk moeten er in de vervaardiging van deze topstukken zitten. Het museum heeft met behulp van de Mondriaan Stichting één set aangekocht. Dit blauwe pakje herinnert aan de New Look-belijning waar Dior in 1947 wereldberoemd mee werd. De fabuleuze zakverwerkingen, weelderige ruches en ingewikkelde coupe-oplossingen zijn een lust voor het oog. Voor dergelijke kostbare stukken zijn niet veel klanten; ze zijn vooral bedoeld om aandacht te trekken tijdens de shows.

Is er een toekomst voor de couture? Hohé: „De clientèle lijkt te verschuiven van het westen naar het oosten. Ontwerpers gaan dingen van elkaar overnemen. Franse en andere Europese couturiers gebruiken bijvoorbeeld ’boerka-chic’, terwijl niet westerse ontwerpers, zoals de Libanees Elie Saab, juist het Hollywood-glamour-publiek lijken te bedienen. Saab ontwierp trouwens ook de bruidsjapon van voetbalvrouw Sylvie van der Vaart, die hier nu in de bruidskledingzaal staat opgesteld. Ik denk dat zolang mensen bereid zijn te betalen voor originaliteit en kwaliteit, couture zal blijven bestaan.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden