Je ruikt de bruinkool bij Rauch

De Duitse kunstenaar Neo Rauch, opgegroeid in de DDR, schildert surrealistische beelden vol onbehagen. In Brussel is goed te zien hoe zijn werk steeds kleuriger en complexer is geworden.

Geboortejaar en geboorteplaats zijn doorgaans niet de meest pakkende mededelingen om het verhaal over een artiest te beginnen. In het geval van de Duitse schilder Neo Rauch vormen die gegevens de kortste weg naar het wezen van zijn werk.

Rauch werd in 1960 geboren in Leipzig, toen nog DDR. Hij doorliep er in de jaren tachtig van de vorige eeuw de kunstacademie. Hij was een beginnend kunstenaar toen in 1989 de Berlijnse muur viel. Die gebeurtenis heeft zijn werk blijvend beïnvloed. Sindsdien verbindt hij de invloeden van zijn scholing in het Oostblok aan indrukken en kennis van het Westen en doet hij de kijkers versteld staan met wonderlijke combinaties van technieken, tijden en kleuren. Inmiddels is hij, in naam en uiterlijk, een popster in Duitsland en de Verenigde Staten. In 2007 had Rauch een solo-tentoonstelling in het Metropolitan in New York.

Het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten Bozar heeft nu een overzichtstentoonstelling aan hem gewijd. De tentoonstelling is in omgekeerde chronologische volgorde, met de recentste werken bij binnenkomst. Daar zitten geen diepzinnige gedachten achter. De nieuwste werken van Rauch zijn nu eenmaal flink aan de maat. Dat past beter bij de eerste zalen van Bozar, vond de curator. In de achterafzalen hangt het vroegere werk vanaf 1993. Zijn vroegste schilderijen, uit de communistische jaren tachtig, wil Rauch niet meer exposeren.

Maar zelfs de recentste werken ademen een onmiskenbare Oostbloksfeer. Met grote fabriekshallen, controleurs in uniform, vrouwen in wijde rokken en blouses. Je ruikt de bruinkool. Op de schilderijen gebeurt van alles. Kinderen schieten weg, insecten zijn met elkaar in gevecht, mensen zijn met dingen aan het sjouwen, een guillotine wordt net opgebouwd. Er zijn vaak donkere luchten, er hangt altijd een sfeer van vervreemding en onbehagen. Dat contrasteert met de harde, vrolijke kleuren en met het gebruik van thema's als theater en feest en verwijzingen naar de wereld van de strip.

Deze tentoonstelling is in Brussel uitstekend op zijn plaats. België is de bakermat van het surrealisme en stripland bij uitstek. Rauchs werk hangt in Bozar op steenworp afstand van het museum René Magritte, de vader van het surrealisme. Die stroming wordt altijd genoemd als kunsthistorici Rauchs werk typeren. Maar Rauch zelf beschouwt zijn collage-achtige wereld juist als zeer realistisch. Elk schilderij vertelt verschillende verhalen. De toeschouwer valt er middenin, raakt geboeid door een gestalte of anekdote en vraagt zich vervolgens af wat het verband is met die andere zaken op het schilderij.

Neem 'Revo', uit 2010. Twee mannen aan de linkerkant van het doek hangen affiches op: de ene RE-VO, de ander OV-ER. Een paar witte spookjes in stripstijl lopen een jongen vooruit, die ze niet lijkt te zien. Een vrouw met krullen, die op bijna alle schilderijen van Rauch een rol speelt, loopt met wat papierrollen weg, richting een duistere wereld aan de rechterkant van het schilderij. Daar worden vuren gestookt in grotten en houdt een man een engel bij de kraag.

Of het schilderij 'Het Gordijn', uit 2005. Twee zwarte mannen in wijde zwembroeken dragen op een wit zandstrand een grote vis op de schouder. Een soldaat doet voor hen een gordijn opzij, waardoor de mannen een westers vertrek inkijken dat zij - wie weet - over een paar minuten zullen binnenstappen. In die westerse wereld heeft een schilder met een negentiende-eeuwse fluwelen jas en witte bef zijn handen gedoopt in een opengereten zwaardvis. Is het bloed of is het gewoon rode verf die in die vissenbuik zit, met al die kwasten erin? In een hoek leest een onderwijzer een dociel op de knieën zittende man met opgeheven vinger uit een boek voor. Een andere soldaat is in slaap gevallen terwijl hij slingers aan het opruimen was. Verbeeldt dit de val van het communisme? Zijn die zwaardvis en die zwarte mannen een verwijzing naar het boek 'De oude man en de zee' van Ernest Hemingway en naar het nog altijd communistische Cuba?

In een gefilmd interview op de tentoonstelling legt Rauch uit dat hij vooral het onveranderlijke van de wereld wil laten zien. In welke tijd en op welk continent je ook leeft, er is vooral continuïteit. De film is deels opgenomen in zijn prachtige atelier in Leipzig, een oude katoenspinnerij. Hij woont nog altijd in zijn geboortestad. Hier hoort Rauch thuis, hij gebruikt het woord 'Heimat'. "Ik was vier weken met vakantie in Toscane", vertelt hij. "De wijn was goed, de zee ruiste, maar er gebeurde helemaal niets. Ik kreeg er geen inspiratie. Alleen hier voel ik dingen die beslist op het canvas willen."

Wie alle schilderijen is langsgelopen, eindigt bij werken uit 1993. Die werken zijn in zwart en wit, met hooguit wat rood of blauw erbij. De tentoonstelling loopt hier dood. De bezoeker moet wel terug, de werken allemaal nog eens langs, maar nu in chronologische volgorde. Het valt des te meer op dat de beelden steeds complexer worden, kleurrijker, met minder verwijzingen naar strips en humor. Toch wordt het nooit een rommeltje. Wie langer blijft kijken, vallen meer fascinerende details op, zoals bij een stilleven. Zou het nog complexer kunnen? Rauch is 52 en nog lang niet uitgeschilderd.

Neo Rauch, De obsessie van de demiurg. Tot 19 mei. Bozar, Brussel

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden