Je ne suis pas Charlie

Collega's op de Dam demonstreren voor de vrijheid van meningsuiting en vrije pers.Beeld anp

Toen ik woensdagavond zag hoe de pleinen van Parijs zich vulden met aangeslagen, maar niet verslagen burgers, wist ik dat ik de volgende dag naar de Dam moest gaan, al wist ik niet goed waarom. Ik demonstreer nooit, bang als ik ben opgeslokt te worden door welke groep dan ook en te worden gezien als vertegenwoordiger van allerlei standpunten die de mijne niet zijn.

Misschien scheelde het dat het ditmaal ging om een aanslag op journalisten, maar bij overleg op de krant had ik me juist verzet tegen het idee dat journalisten een bijzondere positie in zouden nemen; alsof bakkers, hulpverleners, onderwijzers, bouwvakkers, huisvrouwen, tandartsen, politieagenten, advocaten en vrachtwagenchauffeurs niet evenzeer doelwit zijn van islamistische terreur. Om over schoolkinderen nog te zwijgen.

En het vrije woord dan? Ja, daar ben ik wel voorstander van. Maar woorden kunnen ook zo groot zijn - als men het heeft over 'barbaren', bijvoorbeeld - dat ik er zenuwachtig van word. En toen we op de Dam werden opgeroepen om met z'n achttienduizenden te scanderen 'Wij zijn Charlie', deed ik niet mee.

Ik was niet de straat opgegaan om mij te vereenzelvigen met de vermoorde redactieleden van Charlie Hebdo, maar om steun te betuigen aan hun recht dingen te doen die ik nooit zou doen. Hun blad maakte op mij een smakeloze indruk, maar ik prees me gelukkig deel uit te maken van een samenleving waarin mensen zo smakeloos kunnen zijn als ze willen - dat was de reden om me te voegen in het gezelschap van 17.999 anderen.

Vulgair
Teruglopend via het Franse consulaat besprak ik met een collega hoe een Francofiele bekende van ons Charlie Hebdo 'vulgair' placht te noemen, en voor we het wisten hadden we het over ernstiger voorbeelden van het vrije, maar niet zo fraaie woord. Theo van Gogh die zei dat Paul Rosenmöller 'de kanker verdiende; mogen de cellen in zijn hoofd zich tot een juichende tumor vormen'. Of het blad Propria Cures dat Leon de Winter afbeeldde in een massagraf, omdat hij het joodse leed zou exploiteren. De vrijheid van meningsuiting mag van mij zo ruim mogelijk worden gedefinieerd, maar dat is niet meer dan de armetierige vrijheid van wat niet verboden is, daarna pas begint de individuele verantwoordelijkheid van iedereen die zijn mond opendoet of de pen hanteert.

Sommige pleitbezorgers van het vrije woord probeerden - tamelijk idioot - de afgelopen dagen anderen hun wil op te leggen. Niet alleen werden kranten onder druk gezet om de Mohammed-cartoons van Charlie Hebdo af te drukken, ook van moslims werden zeer precieze verklaringen verlangd. De Canadese auteur Tarek Fatah eiste dat zij, als ze op twitter zaten, de boodschap 'Ik ben CharlieHebdo' zouden rondslingeren. "Anders ben je een islamist en onze vijand." Zo vliegt de vrijheidsdrang uit de bocht en verandert die in dwingelandij - wat een pijnlijk gezicht.

De open samenleving die moslim-extremisten afwijzen, bestaat nu juist bij de gratie van verscheidenheid, meningsverschil, debat en inderdaad ook satire, maar het zou erg tegen de geest van Charlie Hebdo ingaan om te willen dicteren wat mensen moeten zeggen.

Op een onverdachte plek - de website van de Dominicanen Nederland - stuitte ik op een citaat dat hier zeer op zijn plaats is. Het is afkomstig van Yousif Mirkis, de aartsbisschop van Kirkuk: "De westerse wereld leeft zich uit in vrijheid, maar tegelijkertijd werkt ze nogal uniformerend."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden