'Je moet veel meer weten dan je opschrijft'

In de serie Elementaire delen vertellen vooraanstaande auteurs telkens over een bepaald aspect van hun vak. Vandaag deel 8: Nelleke Noordervliet over hoe je je documenteert voordat je gaat schrijven.

Dit is beslist geen jaar als alle andere voor Nelleke Noordervliet. Want ze mag dan tot de oudere schrijvende garde worden gerekend, Noordervliet (67) zat er als auteur van het Boekenweekessay toch maar mooi als een jonge, stralende blom bij op het Boekenbal. Haar laatste boek 'Vrij Man' haalde daarnaast nog eens de longlist van de Librisprijs - opnieuw een bewijs dat het werk van Noordervliet betekenisvol is, geen sporen laat zien van slijtage. Deed haar lichaam ook maar zo vrolijk mee. Dan had ze die gebroken heup en die gebroken pols niet gehad.

Inmiddels woont ze gelijkvloers, in een modern appartement dat is gebouwd op de plek waar vroeger een scheepswerf was. De Trouw-columniste kent inmiddels vast alle details over die locatie. Als schrijfster van historische romans is research een belangrijk deel van haar vak.

Enerverend jaar, zeker?

"Dat mag je wel zeggen, ja. Ik lag in een zorghotel de drukproeven van 'Vrij man' te corrigeren. In de zomer herstelde ik van 'Vrij man' - een boek uitbrengen is een aanslag op je geestelijke gezondheid - en toen belde de CPNB met de vraag of ik het essay wilde schrijven voor de Boekenweek. In diezelfde tijd hadden we ook besloten om te verhuizen. Het was een bijzondere tijd."

Waarin Nelleke Noordervliet plots weer volop in de belangstelling stond.

"Zeker rond de Boekenweek. Ik had niet verwacht dat die zo veel impact zou hebben. Het was twee weken lang elke dag lezingen geven in het land en dat hield nog lang aan. Slopend, maar wel leuk. Ik zat trouwens al volgeboekt voordat ze me voor het essay vroegen. Toen het thema 'Gouden tijden, zwarte bladzijden' bekend werd, wisten ze mij kennelijk snel te vinden. Geschiedenis is een populair thema, merkte ik. Ik vond veel weerklank bij lezers. Geschiedenis treft ook hun eigen leven. Het raakt aan hun identiteit."

Is het uitzoeken van die geschiedenis een onderdeel van goed schrijverschap?

"Research is nodig. Neem de roman 'Saturday' van Ian McEwan. Die gaat over een hersenchirurg. Dan is het wel verstandig om iets van hersenchirurgie af te weten. Onderzoek doen. Even bellen, erover lezen, internet doorzoeken. Anders wordt het een doktersromannetje. Als je het doet, moet je het goed doen. En anders: niet doen."

"Ik wilde eens een psychiater nemen als hoofdpersoon, maar ik had er op dat moment helemaal geen zin in om uitgebreid te onderzoeken hoe het beroep van psychiater precies wordt beoefend. Toen heb ik een jurist genomen."

U had ook kunnen besluiten: ik fantaseer gewoon wat over die psychiater.

"Ik zou dat niet zo goed durven. En het hangt er ook van af: als het om de hoofdpersoon gaat, dan is die te belangrijk om aan je fantasie over te laten."

Uitzoeken dus. Aan welke bronnen moeten we allemaal denken?

"Boeken, prenten, kaarten, series, films en reizen. Voor vooral het laatste deel van 'Vrij man' ben ik twee maanden in New York geweest. Je moet het je kunnen voorstellen."

Dus als je een steeg in pakweg Buenos Aires beschrijft, moet je in die steeg geweest zijn?

"Als die steeg een belangrijke rol speelt in een roman, dan zou ik zeggen: ga er even naartoe. Je moet het goed doen of je moet het niet doen."

Hoe ver gaat u in de zoektocht naar bronnen voor uw boeken?

"Nou, toen ik 'Saken van staet en oorlogh' aan het lezen was, dat helemaal in 17de-eeuws Nederlands geschreven is, moest ik wel even doorbijten. Maar je moet ervoor zorgen dat je meer weet dan je opschrijft. Dat je veel meer weet dan je opschrijft. Vervolgens moet je weer veel vergeten, erop vertrouwen dat er voldoende basiskennis is ingedaald. Schrijven is selecteren, je kunt ook iets kapot researchen."

Is het niet vreselijk, al dat speurwerk?

"Het is leuk om je verbeelding te paren aan de kennis doe je opdoet. Als ik die ouwe kaarten bestudeer of ik dwaal door de binnenstad van Leiden, dan kan ik die mensen uit de zeventiende eeuw daadwerkelijk zien lopen. Natuurlijk, soms is het saai wat ik lees. Maar ik heb door de jaren heen wel leren omgaan met mijn bronnen. Je leert bronnen naar je hand te zetten."

Een schrijver wil toch vooral schrijven?

"Die drang is er altijd. Ik maak ook al snel losse aantekeningen. De research die ik doe, bouwt zich op tot een wereld waarover zo langzamerhand wel verteld mag worden. Soms komt een verhaal ook gewoon in me op. Het is - hoop je - altijd dieper dan de plot en de personages zelf."

"Het uitzoeken houdt tijdens het schrijven niet op. Tegen de tijd dat ik als schrijver met Johan de Witt aan het roer sta van een schip van de toenmalige oorlogsvloot, gaat het onderzoeken door. Tegen de tijd dat hoofdpersoon Menno Molenaar uit 'Vrij man' gewond raakt, moet ik toch snappen hoe een wond destijds werd geheeld."

'Het alledaagse detail is het wezen van een historische roman', schrijft u op uw weblog. Waarom?

"Het grote verhaal wordt pas geloofwaardig als je het weet te illustreren met voorbeelden uit het dagelijks leven. Als ik gedetailleerd beschrijf hoe die wond van Menno Molenaar geheeld wordt, dan gaat zo'n passage leven. Schrijf ik 'de arts hechtte de wond', dan zou dat saai zijn."

"Ik kijk ook altijd goed naar die portretten van die mannen. Als zo'n man een sikje heeft, valt dat op, dan gebruik je dat. De arts Van Sas was bijvoorbeeld heel dik. Dan schrijf ik dat op."

"En je moet iets vinden om de kloof met de geschiedenis te overbruggen. Daarom voer ik mezelf op in 'Vrij man' en wandel ik met de hoofdpersoon door zijn verleden en praat ik met hem. Door die gesprekken kan ik van mijn 21ste-eeuwse bewondering en vooral vérwondering blijk geven. Al maakt het verschil in tijd niet eens zoveel uit; het is een ontmoeting met iemand: wie ben jij? Daar ging het mij om. Dat is volgens mij de beste manier om te leren hoe identificatie werkt: door geleidelijk meer kennis op te doen. Zo goed als dat kan. Je kunt toch nooit vertellen hoe het precies is gegaan."

Wat nu als u iets niet aan de weet komt?

"Dan praat je eromheen. Of je neemt het niet in je verhaal op. Er iets algemeens van maken, kan ook. Als ik niet weet wat ze precies aten, schrijf ik: 'Ze gebruikten het ontbijt.' Maar bijna alles is tegenwoordig te vinden, hoor, op internet. Vroeger zat ik nog hele dagen in de universiteitsbibliotheek.

"En niet álles hoeft te kloppen. Het is net wat je met het verhaal wilt. Je kunt een spel spelen met de lezer, maar die moet wel weten waarom je dat doet. Ik kan Napoleon Freud laten ontmoeten, iets wat in werkelijkheid niet had kunnen plaatsvinden, natuurlijk. Maar als ik daar een bedoeling mee heb, vind ik het legitiem."

Zit er een ideaal achter uw voorkeur voor historische romans. Wilt u iets recht zetten?

"Een ideaal is niet het juiste woord. Ik vind het leuk om het heden via het verleden een spiegel voor te houden. Als ik over vrij denken schrijf, of over het verbreken van banden, dan is dat ook iets om in het heden te laten zien. En ik vind het ook wel eens goed om te laten zien hoe toen werd gedacht over tolerantie."

"Maar nee, een ideaal is het niet. Het is vragen stellen: Hoe moeten mensen leven? Hoe doen ze dat?"

Wie is Nelleke Noordervliet?
Geboren: Rotterdam, 1945

Woonplaats: Amsterdam

Voornaamste werk:

'Tine' (1987)

'De naam van de vader' (1993)

'Altijd roomboter' (2005)

'Snijpunt' (2008)

'Vrij man' (2012)

'De leeuw en zijn hemd' (Boeken-weekessay 2013)

Noordervliet heeft een column in Trouw en bij het VPRO-radio- programma 'OVT'.

Prijzen en nominaties: Libris longlist 2013 met 'Vrij man' en in 1994 kreeg ze de Multatuliprijs voor 'De naam van de vader'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden