Je moet samen een pilsje kunnen drinken

Op 13 oktober 1964 schreven Ton en Fred van Dorp olympisch geschiedenis. Op de Spelen in Tokio speelden ze tégen elkaar. Ton als aanvoerder van het Amerikaanse waterpoloteam, Fred als aanvoerder van Nederland. Veertig jaar later kijken ze terug op die gedenkwaardige dag.

De een krijgt nog altijd 'rillingen' van het Nederlands volkslied, de ander voelt zich een volbloed Amerikaan. Hun moeder was van Duitse komaf. Ze werden geboren in Nederlands-Indië en lagen jaren later oog in oog met elkaar in het olympische bad van Tokio. Hoe relatief kan het belang van nationaliteit zijn in de sport.

,,Alleen politiek nationalisme is gevaarlijk, in de sport kom je vooral patriottisme tegen. Daar is niks mis mee. We waren er trots op om tegen elkaar te spelen. Na elke wedstrijd moet je samen een pilsje kunnen drinken. In Europa hebben mensen de neiging sport te serieus te nemen. Geen Amerikaan ligt er ooit wakker van als hij of zijn club heeft verloren'', zegt Ton van Dorp, Amerikaan (68) woonachtig in Duitsland, de broer van Fred van Dorp (65), woonachtig te Leusden.

Ze werden geboren in Batavia in Nederlands-Indië, het huidige Jakarta. Hun vader was behalve doelman in het Bataafs voetbalelftal werkzaam voor een groothandel in papier. Na het uitbreken van de oorlog werd hij door de Japanse bezetter tewerkgesteld aan de beruchte Burma-spoorlijn, de twee broers kwamen met moeder in een vrouwenkamp terecht. De herinneringen hebben hen nooit meer losgelaten.

Ze hebben er honger geleden. Fred: ,,Mijn broer ging er 's nachts op uit om kikkers te vangen zodat ik die kon eten.'' Ton: ,,Ik heb katten gevreten.'' Omdat moeder had geprotesteerd tegen de voedselvoorziening, werd ze op een dag midden op een terrein met zestien andere vrouwen kaalgeschoren. Als kinderen moesten ze toekijken. Fred: ,,Dat konden ze goed, de Jappen, vernederen.'' Fred was aan het einde van de oorlog door ondervoeding en diarree 'een lijkje', aldus Ton.

Pas een jaar na de bevrijding zagen ze hun vader terug. Begin 1947 reisde het gezin per boot naar Nederland. Vader kreeg weer een baan bij zijn oude firma. In 1948 kreeg hij een aanstelling in New York. De familie Van Dorp woonde twee jaar in Amerika. De periode maakte een onuitwisbare indruk op hun oudste zoon.

Terug in Amersfoort kwamen ze in contact met waterpolo. Fred: ,,In de vakanties gingen we zwemmen in het buitenbad. Leden van AZ & PC lagen daar dan een balletje te gooien. Wij gingen daar gewoon bij liggen. Mijn broer lag in het doel en hield een hoop ballen tegen. We bleken redelijk talentvol.''

Fred maakte snel carrière. In 1955 speelde hij zijn eerste interland, een jaar later zat hij al in de selectie voor de Olympische Spelen van Melbourne. Het neerslaan van de Hongaarse opstand door de Russen was voor Nederland uiteindelijk een reden de Spelen te boycotten. Vier jaar later maakte hij wel zijn olympisch debuut in Rome. ,,Een leuke belevenis. Het was gezellig toeven in het olympisch dorp.''

Ton leefde toen al in Amerika, het land van zijn dromen. Hij verdiende er zijn eerste dollars met het bezorgen van 75 kranten per dag. Vanaf 1956 maakte hij deel uit van het Amerikaanse leger. Vanwege zijn lengte (1.95m) werd zijn droom om piloot te worden nooit werkelijkheid. Hij werd luchtverkeersleider. In 1959 werd hij Amerikaans staatsburger.

,,Tijdens een verlofperiode in Nederland ging ik weer keepen bij AZ & PC omdat ze daar in nood zaten. Mijn conditie was slecht, ik rookte als een ketter. Ik maakte drie blunders. Ik was pisnijdig dat we met 7-4 hadden verloren. De volgende ochtend ben ik keihard gaan trainen om weer in conditie te komen. Daarna hebben we geen wedstrijd meer verloren.''

In Amerika ging hij spelen voor El Segundo in Californië. Het systeem was destijds zo dat de beste club van het land ook de meeste spelers mocht afvaardigen voor de olympische selectie. In 1964 won El Segundo de olympische trials met Ton van Dorp in het doel.

Met Fred van Dorp als aanvoerder had Nederland zich ook geplaatst voor Tokio. Eenmaal in Japan werd de Nederlandse ploeg er wegwijs gemaakt door Ton van Dorp. Hij was er als militair gelegerd geweest. Van een afkeer van Japanners hadden de broers geen last meer. Fred: ,,Ik heb nooit meer haat tegen ze gevoeld. Ze waren heel vriendelijk.'' Ton: ,,De oorlog probeerde ik te vergeten. Ik heb altijd een zekere reserve tegen mensen uit Azië gehouden, dat wel. Maar die Japanse jongens moesten ook maar vechten voor de keizer. Als ze mij met rust laten, laat ik hen ook met rust.''

Op 13 oktober 1964 brak de grote dag aan. Nederland en Amerika troffen elkaar in de poule. Het decor was het Metropolitan-bad in Tokio. De gebroeders Van Dorp waren aanvoerder en troffen elkaar bij de toss. Veel werd er niet gesproken. De Nederlandse speler Hans Muller vertelde aan de Haagse Courant dat Fred de hele dag erg stil was geweest. Muller: ,,Die wedstrijd heeft hem de hele dag verschrikkelijk dwarsgezeten. Hij heeft zijn cadeautje, een sleuteletui, in ontvangst genomen en verder geen boe of bah meer gezegd.''

Het bleek 'het opladen van energie en mentale kracht geweest', veronderstelde Muller. Al na zeventig seconden moest Ton van Dorp zwichten voor een 'ontiegelijk hard schot' van zijn broer. ,,Hij lag drie meter van me vandaan en haalde verwoestend uit. Een uitgemaakte zaak, ik was kansloos.'' De wedstrijd ging gelijk op, Nederland bleef steeds op voorsprong. Twee minuten voor tijd volgde een memorabel moment. Nederland kreeg een strafworp. Fred lag oog in oog met Ton.

Fred, nuchter: ,,Ik zag hem als een keeper, niet als mijn broer.'' Ton: ,,Ik vóelde waar hij ging schieten. Ik dacht: 'Hij zal denken: ik ben zijn broer, hij weet waar ik normaal schiet, maar dit zijn de Spelen, dus mik ik nu in de andere hoek'. Het was een kwestie van intuïtie. En hij schoot hem precies waar ik wilde, in de rechterhoek. De bal was hard en stuitte af op mijn rechtervuist. Hij vloog het bad uit en kwam op de tribune terecht: precies in de handen van prins Bernhard.''

Het bleef daardoor 6-4. Ton had verloren. Na de wedstrijd werden beide broers uitgenodigd voor een gesprekje met prins Bernhard en prinses Beatrix. Uiteindelijk eindigde Amerika in Tokio als zesde, Nederland werd zevende. Vier jaar later, in 1968 in Mexico-Stad, kreeg Ton geen kans op revanche. De avond voor de wedstrijd tegen Nederland zag zijn coach dat hij een minuut te laat in het olympisch dorp arriveerde. Voor straf zat hij op de bank. Nederland won met 8-5.

Nooit meer speelden ze tegen elkaar, wel met elkaar, op veteranentoernooitjes met AZ & PC. Fred bleef de rustige van het duo, Ton de fanatiekste met de avontuurlijke inborst. In 1969 beleefde hij 'een rotjaar' als Amerikaans militair in Vietnam, waar ook op hem werd geschoten. Niet met ballen maar met kogels. Hij moest terugschieten. In 1971 stopte hij met waterpolo. Fred werd een internationaal toparbiter, die floot op de Spelen van Montreal, Moskou, Los Angeles, Seoul en Barcelona.

Waterpolo heeft hen nooit helemaal losgelaten. Maar met hun geliefde sport gaat het de verkeerde kant op, vinden ze. Fred: ,,Het is zaalhandbal in het water geworden. Nu moet de midvoor heel gespierd zijn, het is allemaal zo hard geworden. De midvoor is er niet mee bezig hoe hij een doelpunt kan maken maar hoe hij zijn verdediger uit het bad kan krijgen.'' Ton: ,,Het trekt me niet meer. Er wordt veel te veel gefloten, het publiek begrijpt de regels niet meer. Ik vrees dat over twaalf jaar waterpolo niet meer olympisch is. Als wij vroeger speelden zat het stampvol, nu zit er bij AZ & PC nog vijftig man te kijken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden