'Je moet op 4 mei niet de daders herdenken'

'Vrijheid spreek je af' is dit jaar het thema van 4 en 5 mei. Het verwijst naar alle afspraken die sinds de Duitse capitulatie op 5 mei 1945 zijn gemaakt om de vrijheid te borgen. Een gesprek met het Nationaal Comité 4 en 5 mei over de verschillende interpretaties van het herdenken.

'Wie alles herdenkt, herdenkt niets', schreef sociologe Jolande Withuis een half jaar geleden in deVolkskrant. Ze reageerde op de commotie die vorig jaar ontstond over het gedicht dat de 15-jarige scholier Auke zou voorlezen tijdens de Nationale Dodenherdenking, en over het voornemen van de burgemeester van Bronckhorst om aansluitend aan de herdenking in Vorden als een gebaar van verzoening langs het graf van tien Duitse soldaten te lopen.

Auke's gedicht ging over de foute keuze van zijn oudoom, naar wie hij is vernoemd, om dienst te nemen bij de SS. De Duitse soldaten liggen in Vorden in een graf op de algemene begraafplaats waar jaarlijks de dodenherdenking wordt gehouden. Withuis was niet de enige die zich opwond. Velen reageerden onthutst: was de Dodenherdenking nu zelfs uitgebreid met de daders? Kon het Nationaal Comité 4 en 5 mei zijn opdracht nog wel aan? Aan de vooravond van een nieuwe 4 mei geeft de directie van het Comité uitleg.

Wat, en vooral wie, herdenken we eigenlijk op 4 mei?
"Als je naar het programma kijkt, zie je dat de Tweede Wereldoorlog centraal staat", zegt directeur Nine Nooter. "De verbreding naar andere oorlogsslachtoffers is al van 1961. Toen het Comité in 1987 werd ingesteld, was de opdracht al breder dan de Tweede Wereldoorlog. Maar die blijft wel het fundament.

"Nederland was niet betrokken bij de Eerste Wereldoorlog, we kenden dus geen traditie van herdenken. In Engeland herdachten ze al de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog, daar zijn die van de Tweede Wereldoorlog en van allerlei andere militaire conflicten aan toegevoegd.

"Bij ons komt het allemaal bij elkaar: burgerslachtoffers, vervolgingsslachtoffers, verzetsslachtoffers, militairen, slachtoffers in Nederlands-Indië en onder opvarenden van de koopvaardijschepen. En ook militairen die hebben deelgenomen aan latere oorlogsacties of vredesmissies. Er zijn vele herdenkingen door het jaar heen, waarbij elke groep de eigen doden herdenkt: Auschwitz, Jom Hasjoa (de Joodse herdenking van de Jodenvervolging), de Indië-herdenking in Den Haag en Roermond, Ravensbrück, Dachau, waarbij het vooral om het verzet gaat. En er zijn kleine herdenkingen op een plek waar iemand is gefusilleerd of een incident plaats vond. De Dodenherdenking op 4 mei verenigt dat allemaal."

"We herdenken de Nederlandse slachtoffers van oorlogssituaties", vat directeur Jan van Kooten samen. "Door een onaangename misinterpretatie van dat gedicht leek het vorig jaar even of ook foute Nederlanders, Duitsers of SS'ers worden herdacht, maar dat is niet het geval."

"Dat misverstand is voor ons reden geweest het gedicht terug te trekken", vult Nooter aan. "Rond 4 mei willen we geen commotie. Aan het gedicht zelf lag het niet. Niet voor niets droeg het de titel 'Foute keuze'. Die jongen waarschuwt dat gewone mensen in moeilijke omstandigheden soms verkeerde keuzes maken."

Van Kooten: "Dat is ten onrechte uitgelegd alsof het erom zou gaan die oom te herdenken."

Nooter: "We hebben er met heel veel mensen over gesproken. Velen bleken het gedicht niet of slecht te hebben gelezen. Maar dan nog blijven de emoties die het heeft opgeroepen heftig, en dat snappen wij heel goed. Je moet op 4 mei niet de daders herdenken."

Van Kooten: "We hebben hiervan geleerd: als iets verkeerd kan worden uitgelegd, dan moeten we het niet doen."

Geldt dat ook voor Vorden?
Van Kooten: "Het Nationaal Comité is er voor de nationale herdenking. Wij zijn ondersteunend en adviserend, maar we dragen geen verantwoordelijkheid voor lokale herdenkingen."

Nooter: "In Vorden lopen twee dingen door elkaar. Eerst is er de herdenking met kranslegging en twee minuten stilte. Na afloop volgt een wandeling, die ook langs het graf van Duitse soldaten gaat. Alleen wie dat wil, loopt mee."

Maar de burgemeester, of dit jaar een wethouder, vertegenwoordigt de gemeente. Als die langs dat graf loopt, is dat toch geen privékwestie?
Nooter: "Nee, de burgemeester of een wethouder is daar namens de gemeente. Maar hij heeft wel de keuze: meelopen of niet."

Van Kooten: "Wij doen bij alle lokale herdenkingen een appèl op de organisatoren: let op het memorandum, waarin staat dat we Nederlandse oorlogsslachtoffers herdenken. Dat hebben we ook tegen Vorden gezegd. We willen geen verstoring van wat cruciaal is: het herdenken van oorlogsslachtoffers. Vorden abstraheert dat. Elke oorlog gaat gepaard met slachtoffers aan beide zijden, dat wil men daar blijkbaar laten zien."

Nooter: "Verzoenen en herdenken zijn twee verschillende onderwerpen. Verzoenen doe je eenmalig. Wanneer verzoening heeft plaatsgevonden, is er geen reden dat te herhalen. Duitsland toonde al in 1969 officieel zijn respect aan de Nederlandse oorlogsslachtoffers toen bondspresident Heinemann een krans legde bij het Nationaal Monument op de Dam."

De burgemeester mocht vorig jaar van de rechter niet langs dat graf lopen, maar het gerechtshof in Arnhem maakte dat vonnis begin dit jaar weer ongedaan. Het hof stelde, net als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), dat landelijke richtlijnen voor 4 mei-herdenkingen ontbreken. Wanneer komen die?
"Van Kooten: "Die richtlijnen zijn er niet en die komen er niet. Elke lokale herdenking heeft immers zijn eigen geschiedenis. We hebben wel, vers van de pers, een handreiking 'Herdenken, vieren en herinneren' voor burgemeesters. Maar een voorschrift is dat niet."

Nooter: "Elke herdenking heeft een eigen accent. In Amsterdam is het anders dan in Limburg of in Vorden. Overal zijn wel dezelfde elementen - de twee minuten stilte, de kranslegging - maar elke herdenking heeft zijn eigen mensen, zijn eigen verhaal.

"Met een grotere afstand in tijd tot de Tweede Wereldoorlog wordt het belangrijker om goed te duiden waar het om gaat. Wij herdenken op 4 mei de Nederlandse oorlogsslachtoffers, niet de geallieerden die zijn omgekomen tijdens de bevrijding. Maar het is heel begrijpelijk dat mensen ook aan hen denken. Zoals niemand zal zeggen dat we niet aan de zes miljoen vermoorde Joden mogen denken omdat het bij de Nationale Herdenking om de Nederlandse slachtoffers gaat."

Van Kooten: "Je ziet bij de Dodenherdenking geen ambassadeurs van andere landen, ook niet van de landen waar de bevrijders vandaan kwamen. Bij herdenkingen van bijvoorbeeld het Auschwitz Comité zie je altijd tal van ambassadeurs, op 4 mei op de Dam niet. Als ergens een Duitse vertegenwoordiger aanwezig is, is dat prima, zolang het maar gebeurt uit eerbied en respect voor de Nederlandse oorlogsslachtoffers."

Nooter: "Onze ervaring is dat we er wel uitkomen als we hierover met elkaar praten. We hebben met alle groepen aan tafel gezeten, zelfs met de organisatie die vorig jaar een vliegtuigje boven Vorden liet vliegen met de tekst 'Vorden is fout'. Als we praten is er wederzijds begrip."

Van Kooten: "We moeten het als Nationaal Comité al zoekende met elkaar doen. Al die verschillende groepen een plaats geven en bij elkaar houden. Dat is een eervolle taak. Maar we moeten wel rekening houden met al die mensen die hun eigen ideeën hebben. Veel mensen hebben hun eigen gedachten bij de Dodenherdenking. Zo begrijpt niet iedereen de verbreding naar het herdenken van militairen die zijn omgekomen bij vredesmissies."

Klopt. Het Caïro-overleg, waarin de Raad van Kerken, het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom, het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap en het Contactorgaan Moslims en Overheid zitten, stelde eind januari dat de nationale Dodenherdenking moet gaan over mensen die zijn vermoord om wie ze zijn. Dat geldt niet voor de militairen die zijn gesneuveld toen ze hun werk deden.
Nooter: "De achterliggende gedachte is dat wij bevrijd zijn door de geallieerde militairen en dat wij het nu als een plicht voelen om militairen in te zetten voor vrede en vrijheid elders in de wereld. Daarom willen we hen ook herdenken op 4 mei.

"In het memorandum staat dat we Nederlandse oorlogsslachtoffers 'waar ook ter wereld' herdenken. Verreweg de meeste slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog zijn immers buiten onze landsgrenzen omgekomen: in de concentratiekampen in Duitsland en Polen, in interneringskampen in Nederlands-Indië, op de koopvaardijvloot op zee. Daar komen enkele tientallen slachtoffers van vredesoperaties bij.

"Dat tegenwoordig niet iedereen bij de term 'oorlog' meteen denkt aan de Tweede Wereldoorlog is onvermijdelijk. Maar uit ons vrijheidsonderzoek blijkt dat die voor veel mensen nog steeds centraal staat.

"Het Caïro-overleg maakt zich zorgen of jongeren, zeker die met een andere etnische achtergrond, nog wel weten waarover het gaat bij de Tweede Wereldoorlog en de Jodenvervolging. Wel nu, uit ons onderzoek blijkt dat jongeren met een andere culturele achtergrond niet anders denken dan hun leeftijdgenoten. De school is voor hen de belangrijkste bron van informatie en op school is nog altijd veel aandacht voor de oorlog en de Jodenvervolging. Alleen verbinden zij dit soms met de actuele discussie over de situatie in het Midden-Oosten."

Is dat zo gek? De Tweede Wereldoorlog is toch niet 'hun' oorlog, de doden die we herdenken zijn niet 'hun' doden?
Van Kooten: "Daarom zoeken we een haakje, bijvoorbeeld voor Marokkaanse jongeren. Het is voor hen heel verhelderend om te horen welke rol Marokko heeft gespeeld, als safe haven voor veel Joden. Het is nogal geforceerd om te doen alsof Marokkaanse soldaten een rol hebben gespeeld in onze bevrijding, maar we kunnen wel laten zien hoe de oorlog ook Marokko raakte. Het was een wereldoorlog."

Nooter: "Het blijft nodig om je af te vragen welke geschiedenis nieuwe Nederlanders meedragen voor het borgen van de vrijheid. Het is goed om te beseffen dat de Tweede Wereldoorlog meer was dan een oorlog tussen Nederland en Duitsland. Zo weten wij hier nog heel weinig van het verhaal van Oost-Europa en is er ook nog veel onbekend over de oorlog in Azië. Daarom is het prettig dat wij twee dagen hebben: een om te herdenken en een om ons af te vragen wat vrijheid betekent en hoe wij daaraan kunnen bijdragen."

Van Kooten: "Een hoogtepunt daarin is de rede die de Duitse bondspresident Joachim Gauck vorig jaar op 5 mei hield in de Grote Kerk in Breda. In Duitsland heeft dat grote indruk gemaakt, omdat het de eerste keer was dat een Duitse president op 5 mei een officiële lezing gaf in Nederland. Jammer dat dit bij ons niet zo is opgepikt."

Nooter: "Voor Duitsland is het bijzonder om te zien hoe wij hier de bevrijding vieren."

Van Kooten: "Gauck was tot tranen toe geroerd over hoe hij in Breda welkom werd geheten. Het is zijn missie om Duitsers te leren dat het einde van de Tweede Wereldoorlog ook voor hun land een bevrijding was van het nazi-juk."

Nooter: "Toen het Comité in 1987 de opdracht kreeg om de jaarlijkse herdenking en viering te organiseren, was de belangstelling in de samenleving tanende. De gedachte dat we straks niet meer hoeven te herdenken als er geen overlevenden van de Tweede Wereldoorlog meer zijn, wordt inmiddels door steeds minder mensen onderschreven. Ik denk dat dit komt doordat de betrokkenheid en belangstelling van de naoorlogse generaties groter is geworden. Herdenken is een jaarlijks ritueel. Maar hoe we omgaan met de vrijheid binnen Nederland, Europa en elders in de wereld, daar ligt de uitdaging."

Tekst memorandum
'Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei herdenken we allen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.'

Herdenken en vieren
Tijdens de herdenkingsbijeenkomst zaterdag in de Nieuwe Kerk houdt journaliste Pauline Broekema de 4 mei-voordracht, het Nationaal Kinderkoor zingt een jiddisj liedje en generaal b.d. Peter van Uhm spreekt op de Dam.

De 5 mei-lezing wordt gehouden door Ernst Hirsch Ballin, in de Domkerk te Utrecht. Premier Rutte ontsteekt 's middags het Bevrijdingsvuur op het Bevrijdingsfestival Utrecht. Dat is het startsein van de veertien bevrijdingsfestivals die zondag door het hele land worden gehouden: het grootste eendaagse culturele evenement van Nederland, met bijna een miljoen bezoekers.

De nationale viering wordt afgesloten met het 5 mei-concert op de Amstel door de Marinierskapel, met het Brabant Koor, Nick & Simon en mezzo-sopraan Maria Fiselier.

Door het jaar heen verzorgt het Nationaal Comité 4 en 5 mei Adopteer een Monument, waaraan 1400 scholen meedoen, het Nationaal Aandenken (een boekje voor kinderen in groep 7 dat in een oplage van 200.000 wordt gedrukt) en het fakkeltje (symbool voor herdenken op 4 mei en vieren op 5 mei) dat 1,7 miljoen keer wordt uitgereikt.

Het hele programma vindt u op www.4en5mei.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden