Je moet je slag afmaken, Jean-Pierre

De zondag is een officiële rustdag, nog steeds. Hoe besteden mensen deze vrije dag? Slot: Schaatsen op natuurijs.

Achterop het weiland komen de sedan en de kever tot stilstand, de neuzen tegen elkaar. “Mooi op tijd,” roept de man, terwijl hij in een zilver-glimmende maillot uit zijn auto springt. “Heb je alles bij je?” Zelf vist hij uit de achterbak een paar hoge noren, twee kniebeschermers, een skibril en een fel-oranje rugzak. De vrouw kijkt er beteuterd naar. Om haar hals hangen twee versleten Vikingen.

“Ja hoor,” zegt ze, “ik heb alles bij me.” Ze bukt zich om haar muts op te rapen.

“Caroline in spijkerbroek,” zegt hij. “Gòh, staat je goed. Zou je ook eens op kantoor moeten dragen.”

Ze draait haar portier op slot. “Zullen we, JP?”

Het ijs krioelt van het volk, zondagschaatsers in alle kleuren en maten. Aan de kant vind je hun schoenen, in dozen, plastic zakken, of zo maar, op een rijtje in het riet.

“Volgens mij is het werkijs,” zegt JP, “moet je zien wat een kwalsters.” Hij legt een plaid neer en gaat zitten. Hij ontdoet zich van zijn schoenen en sokken, en wrijft over zijn gele voeten. Daarna trekt hij zijn skisokken aan en zijn schaatsen. Hij sjort langdurig aan de veters. “Lukt het Caroline?” roept hij. Maar als hij opkijkt ziet hij dat ze al op het ijs staat en aarzelend haar eerste slagen maakt.

“'t Is wel wennen, JP!” giechelt ze en strekt haar armen uit om zich in evenwicht te houden.

JP komt overeind en stapt op het ijs. Met zwierig slagen, en de handen op zijn rug schaatst hij naar haar toe. “Follow me!” roept hij als hij haar passeert. “We gaan naar de molen.”

Dan wordt hij zelf ingehaald door tien leden van de plaatselijke ijsclub, gesponsord door café de Roerdomp. 'Voor al u feesten en partijen,' staat er te lezen op hun ruggen. Als de laatste man voorbij is, zet JP een sprintje in en klampt aan. “Even de spieren los!” roep hij triomfantelijk.

Vijf minuten later komt Caroline bij de molen aan. Ze vindt daar een rood aangelopen, hijgende JP. “Mijn veters,” piept hij, “ze zitten te los.” Hij wijst op het terras met de vlaggen. “Koffiepauze?”

“We staan nèt op het ijs, idioot.” Caroline schudt haar hoofd. “Laten we één keer de Molentocht rijden - daarna trakteer ik!”

De bordjes Molentocht voeren hen kriskras door het veengebied, over langgerekte plassen van zwart-wit ijs, omzoomd door gele wuivende pluimen. Bij de molen is het nog druk, maar als ze afslaan, en de doorgang smaller wordt en kronkelig, wordt het langzaam rustiger.

“Oppassen voor windwakken!” schreeuwt JP naar Caroline, die een flink eind voor hem uit schaatst. “Weet je hoe je die kunt herkennen?!”

Caroline draait zich om en lacht. “Aan de eendjes!”

Af en toe komen hen schaatsers achterop. De goeien hoor je vrijwel niet aankomen: hun ijzers fluisteren: sjisss... sjisss... zo glijden ze majesteitelijk voorbij. Caroline maakt iets kortere slagen: sjis, sjas, sjis, sjas. En die van JP klinken als: schrit-schrat-schrit-schrat. Om het kwartier pauzeren ze even, omdat JP zijn veters moet aantrekken of losser doen.

Bij een kluunplek, leunt hij op haar schouders om zijn schaatsbeschermers onder te doen. “Wie had dat kunnen denken,” zegt hij buiten adem, “Wij met zijn tweeën... op een zondagmiddag...”

Caroline haalt haar schouders op en kluunt over het dijkje. “Kom op,” wenkt ze.

“Wacht! Ik wilde je nog wat vragen.”

“Straks!” roept ze terug. ”We zijn bijna bij de Roerdomp.”

Op zijn laatste krachten schaatst hij haar voorbij. “Wedstrijdje?” “Je moet je slagen afmaken JP,” lacht Caroline. Ze gaat demonstratief voor hem rijden. “Kijk zó. Je moet meer achterop zitten! Met je kont naar achteren!”

JP legt de handen op zijn rug en kijkt geconcentreerd naar het dansende achterwerk voor hem. Zó geconcentreerd dat hij niet ziet hoe vlak voor het eindpunt, laag boven het ijs, een bordje 'koek en zopie' staat, met een pijl. Honderdvijftig mensen op het terras schrikken op van de klap. Wees vroeger een pijl koek en zopie naar een gammele kraam, waar een man in een grote pan dampende snert stond te roeren, tegenwoordig verwijst het naar een volgepakt terras, waar schaatsliefhebbers aan lange houten tafels genieten van de winterzon. Snert is veranderd in glühwein en bratwurst. Je waant je eerder op een Zwitserse alp, dan aan een Hollandse veenplas. Niet in de laatste plaats door de skikleding die in de schaatssport is doorgedrongen.

In enkele decennia heeft het skiën het schaatsen verdrongen als belangrijkste wintersport. Veel mensen gaan ieder jaar opnieuw skiën. Schaatsen doen ze wanneer het uitkomt. Als het een winter niet genoeg vriest, wachten ze tot het jaar daarop. Zelden ziet men een schaatsliefhebber een reis naar Lapland boeken, om op de Barentszee z'n jaarlijkse pirouetje te kunnen draaien.

JP's skibril ligt in twee stukken op de tafel. “Jochie toch,” zegt Caroline, terwijl ze de buil op zijn hoofd inspecteert. “Ik zal een Berenburg voor je halen. Blijf zitten waar je zit. Niet verroeren.”

Als ze even later terugkomt, kan JP er alweer om lachen. “Wat stond er eigenlijk op dat bordje?” vraagt hij.

“Weet ik niet,” zegt Caroline. “Pas op, bordje, geloof ik.” Ze wrijft zijn handen warm. “Kan ik nog wat voor je doen?”

JP's ogen beginnen te schitteren. “Als we samen 'ns een hapje gingen eten?!”

“Eten? Hier in de buurt? Ik zou niet weten waar.”

JP neemt een slok. “Ik weet een subliem Grieks tentje,” zegt hij. “Ken ik ook de eigenaar van: Felix. Felix maakt een wereldse mousaka. Je weet niet wat je meemaakt. En een souflaki, 'n tzatziki...” Er komt weer wat kleur op zijn wangen.

Caroline glimlacht. “Goed dan. Als we nog één keer de Molentocht hebben geschaatst.”

“Maar 't wordt bijna donker,” protesteert JP. “De wakken...”

“Ah joh.” Caroline staat op en trekt hem overeind. Ze leidt hem aan zijn hand het ijs op. “Ik ken het hier als mijn broekzak,” zegt ze. “Ik ben hier opgegroeid.”

Om half zes, als de schemer invalt, huivert de boer en stapt op zijn fiets. Op het weiland staan nog twee auto's: een witte sedan en een groene kever, met de neuzen tegen elkaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden