’Je moet in deze sport altijd op je hoede zijn’

Erik Breukink (links) met Denis Mentsjov, kopman van de Raboploeg. (FOTO PATRICK POST, SPORTSTATION )Beeld Sportstation/ Hollandse Hoogte

Erik Breukink is een niet te benijden man, als ploegleider van de Rabobank. Thomas Dekker werd deze week betrapt op doping en mag niet deelnemen aan de Ronde van Frankrijk, die vandaag begint. Zo kwam het bedrog opnieuw dichtbij.

Het was de bedoeling dat dit verhaal alleen over de nog jonge Erik Breukink zou gaan, die in 1989 de laatste Nederlander was die de gele trui droeg – het tricot dat de leider in de Ronde van Frankrijk krijgt omgehangen.

Helaas.

De Nederlandse wielerwereld werd afgelopen week opgeschrikt door het nieuws over Thomas Dekker, die alsnog werd betrapt op doping. De 24-jarige coureur blijkt anderhalf jaar geleden een variant van het middel epo te hebben gebruikt. Hij werd met terugwerkende kracht positief bevonden, nadat in een oud urinemonster alsnog een verboden stof werd gevonden. Dekker reed in die tijd in dienst van de Rabobankploeg, het wielerteam waaraan Erik Breukink verbonden is als ploegleider.

Schrik je nog, van zulk nieuws?

„Ja, natuurlijk. Het is niet goed voor de wielersport. De laatste tijd zijn er veel namen van fraudeurs bekend geworden. Het volgt elkaar te snel op. Dekker zal waarschijnlijk ook niet het laatste geval zijn. Zo vlak voor de Tour gebeurt er altijd van alles. Voor het wielrennen is dat niet goed, maar aan de andere kant geeft het wel aan dat er door de invoering van het biologisch paspoort iets gebeurt. Daar zit iets goeds in. Er zal niet langer van alles onder tafel worden geschoven.”

Het is donderdag, Monaco, twee dagen voor het begin van de Tour de France. Breukink heeft even tijd gemaakt voor een gesprek, dat plaatsvindt in het hotel waar het team domicilie heeft gekozen in de dagen voor de start. Breukink oogt relaxed, ondanks het nieuws over Dekker, toch één van zijn protegés de afgelopen jaren. Dekker is een gepasseerd station, probeert Breukink duidelijk te maken; zijn dopegebruik was een eenmansactie. Jammer voor de Nederlandse wielersport, maar Rabobank moet verder. Vooruit kijken. De Ronde komt er aan – de focus moet worden verlegd.

Een dag later moet Breukink zich na afloop van een persconferentie van Rabobank opnieuw verantwoorden voor de daden van Dekker, nu voor een groep van negen, veelal Nederlandse journalisten. Dit keer oogt Breukink verward. Hij hupt van het ene been op het andere; draait met zijn heupen. De ogen schieten heen en weer. Er komt een vraag over de Weense affaire, de zaak die de Oostenrijkse ex-renner Bernhard Kohl (betrapt op doping) onlangs nieuw leven inblies. Renners van de Rabobank worden al jaren genoemd als klanten van een dopinglaboratorium in de Oostenrijkse hoofdstad. Tot op heden is er nooit iets bewezen.

Wel zijn er namen genoemd en zijn er renners van de Rabobankploeg gehoord. Op vrijwillige basis, dat wel. Breukink aarzelt, zijn antwoord op de vraag laat even op zich wachten. Hij vertraagt het gesprek door te stellen dat hij over Dekker sprak en dat ’Wenen’ een ander verhaal is. Hij heeft het zichtbaar moeilijk en is blij dat hij wordt weggeroepen voor een vergadering. Dat het nieuws over Dekker zo’n impact zou hebben, had hij niet verwacht.

Dat het juist Dekker betreft die als fraudeur werd ontmaskerd, zegt Breukink niet zo veel. Natuurlijk, hij was één van de grootste talenten uit de Rabobankploeg en gold enkele jaren geleden als een kandidaat om ooit de Tour te winnen. De naam van Dekker raakte langzaam besmeurd. Eerst moest hij vertrekken bij de ploeg die hem opleidde; er ontbrak vorig seizoen wederzijds vertrouwen. Ook toen al gingen er geruchten over schommelende bloedwaardes. Officieel was dat nooit de reden dat Dekker en Rabobank met elkaar braken. Twee jaar geleden was er een vergelijkbare situatie, toen met Michael Rasmussen. De Deen bracht de ploeg aan het wankelen, een nieuwe klap zou kunnen zorgen voor het einde.

Met Dekker komt het bedrog opnieuw dichtbij. Durf je nog wel iemand te vertrouwen?

„Is dat in de normale wereld niet precies hetzelfde? Deze sport staat echt niet buiten de maatschappij hoor. Ik weet ook niet of het vertrouwen in mensen zich moet toespitsen op dit specifieke onderwerp. Bij Dekker is het een feit dat je denkt dat het oké is en dat je dan later toch besodemieterd blijkt te zijn. Maar zo moet je er niet naar kijken. Het is hartstikke moeilijk, want renners verwachten wel je volle vertrouwen. Maar je moet in deze sport altijd op je hoede zijn.

„Doordat de regels nu zo streng zijn, kun je renners wel vertrouwen. Je kunt zeggen dat ik vertrouwen heb in het systeem. Je moet wel heel gek zijn, wil je met de huidige controlemogelijkheden je carrière nog op het spel zetten. En de carrière van anderen. Daar wordt vaak niet echt over nagedacht. Het gevolg van doping is dat hele teams uit de Tour genomen worden en dat sponsors uit de sport verdwijnen. Daar staat het individu niet bij stil.”

Bestaat vriendschap eigenlijk in deze sport?

„Het is heel vluchtig. Met de ploeg ben ik intens bezig, je leeft echt op elkaars lip. Maar als een renner naar een andere ploeg gaat, verdwijnt het contact. Natuurlijk zal vriendschap bestaan, maar van alle ploegen waarbij ik gereden heb, zijn de contacten verwaterd. Wielrennen is een bepaalde manier van leven. Als je verandert van ploeg, krijg je een andere familie. Maar dat is in het normale leven niet anders, toch? Dekker is wat dat betreft een goed voorbeeld. Hij behoort tot het verleden. Er is geen contact meer.”

In het normale leven heb je niet te maken met die vertrouwensvraag...

„Dat is iets wat er de laatste jaren bij is gekomen, ja. Vertrouwen baseer je ook op het normale leven. In het algemeen kun je wel zeggen dat het een individueel gevoel is. De ene renner vertrouw je blindelings en bij de ander heb je twijfel. Daarom overleef je ook, omdat er mensen zijn die je nog wél kunt vertrouwen. Ik vraag me ook weleens af wat ik in juli in de Tour de France te zoeken heb, in dat gekkenhuis in Frankrijk. Maar toch trekt het. In welke functie dan ook.”

Maar houdt de acceptatie van alles wat er in het wielrennen gebeurt dan nooit op?

„Bij Rabobank accepteren we niets. Als er iets gebeurt, nemen we harde maatregelen. Maar geen enkel systeem is waterdicht natuurlijk. Dat is een utopie. Er zullen altijd nieuwe gevallen van doping bekend worden. Hoe ik het dan volhoud? Ik heb het gevoel dat het verbetert, dat er een toekomst is voor het wielrennen. Dat houdt me op de been. Er komt iets moois aan, al moeten we niet verwachten dat er in die mooie toekomst nooit meer iets zal gebeuren. Zoals het nu gaat, is het te gek: vorige maand vijf jongens die werden betrapt. In de Tour van vorig jaar Kohl, Ricco en Schumacher. Dat is niet goed.

„De sporters accepteren de controles – en er is natuurlijk ook eigenlijk geen weg terug. Het is niet de mooiste manier. Controleurs bellen aan bij sporters als ze nog slapen. De controles zijn misschien doorgeslagen, maar veel jongens vinden het toch prettig. Op die manier worden de excessen eruit gehaald. De jongens die van goede wil zijn, vinden dat fijn. Het zou goed zijn als het geloof in de sport weer terugkeert. Het is moeilijk omdat er zoveel gebeurt. Dat heeft tijd nodig. Als er nu een tijd zou aanbreken waarin minder mensen betrapt zouden worden, is er een kans dat het geloof er weer komt. De argwaan kan alleen verdwijnen als er minder renners betrapt worden. Maar zoals ik al zei: ik heb het idee dat we op de goede weg zitten.”

Dan komt het gesprek toch op de Ronde van 1989, het jaar waarin Breukink de laatste Nederlander was die de gele trui droeg. In de openingsrit, een korte tijdrit, was hij de snelste van iedereen. Hij versloeg grote namen als Fignon, Lemond en Delgado, erkende tijdrijders toch. Bij aankomst in Luxemburg, waar de proloog werd gehouden, voelde Breukink zich opperbest. Hij had dat jaar ook de Giro gereden, waarin hij als vierde was geëindigd. De moraal was goed.

Breukink: „De trui hangt in mijn kantoor, net als de witte trui (voor de beste jongere, red.) die ik in 1988 heb gewonnen. Ik heb ze mooi ingelijst. Het zijn speciale truien, alles wat je wint in de Tour is speciaal. Maar ik sta er eigenlijk nooit echt bij stil. Ik heb mezelf er nog nooit op betrapt dat ik er even naar keek. Er hangen wel meer ingelijste truien in mijn kantoor. De groene trui van Freire, het roze van Mentsjov uit de Giro. Leuke dingen om te bewaren, maar meer ook niet.”

Als Breukink terugkijkt op die Tour overheersen ambivalente gevoelens. Hij pakte de gele trui, verloor die al snel en moest uiteindelijk afstappen. „Het stomme was dat ik daarvan twintig seconden later al spijt had. Waarom was ik niet blijven fietsen? Ik had makkelijk de finish kunnen halen. Dat is het stomme: afstappen is maar heel even een opluchting, daarna is het zonde. Je wilt als renner eigenlijk niet opgeven. Je denkt over zoiets ook niet na. Ik voelde me machteloos, had geen power en dan ineens zit je in de auto. Al met al was het een heel rare Tour de France, waar ik met gemengde gevoelens op terugkijk.

„Toen was er ook niet zoveel aandacht voor het geel. Veel minder dan nu in ieder geval. Er werd wel naar gevraagd, maar nu zou het veel gekker zijn. Misschien ook wel omdat het twintig jaar geleden is. Destijds reed er wel vaker een Nederlander in de gele trui. Eigenlijk elk jaar wel een keer iemand. Nu zou een Nederlander in het geel veel meer aanzien hebben. Heeft ook te maken met de media-aandacht. Alles is nieuws tegenwoordig.’’

Wielrenner Erik Breukink in 1989 met zijn gele trui. (FOTO ANP)Beeld ANP
Thomas Dekker tijdens de afdaling van de Col du Galibier in 2007. (FOTO PATRICK POST, SPORTSTATION )Beeld Patrick Post
(Trouw)Beeld Sportstation/ Hollandse Hoogte
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden