Je moet het toeval een kans geven

de schepping

Als Michel van Egmond er niet was geweest met zijn 'Kieft' en 'Gijp', zo zei schrijver Kluun laatst in deze krant, dan was een derde van de boekhandel nu verdwenen. Dat was een tikkeltje overdreven van Kluun, maar zeker is dat de bestsellers van Van Egmond het boekenlandschap een vrolijker vergezicht hebben gegeven.


Sinds 'Kieft', 'Gijp', 'De wereld volgens Gijp' en ook 'Topshow' duiken bovendien ineens overal lezende mannen op. Wat winst is in een lezerswereld die door vrouwen wordt gedomineerd. Natuurlijk, de onderwerpkeuze van de auteur (voetbal, media) spreekt een groot publiek aan, maar daarin zit hem toch niet de kneep. Het is de aanpak die het verschil maakt. Michel van Egmond (1968) is namelijk een volger. Hij volgt zijn onderwerp en wat hij met dat personage meemaakt, dat schrijft hij op. In een stijl die niet veel schrijvers in de vingers hebben. Droogjes, observerend, warm. Voor zijn nieuwe boek schaduwt hij nu voetbalzaakwaarnemer Rob Jansen.


Wanneer weet je: hier zit een boek in?


"Het gaat heel erg op intuïtie. Ik zeg ook gevoelsmatig iets af, of juist niet. Ik werk nu aan een boek met spelersmakelaar Rob Jansen. Dat vind ik een interessante wereld, heel gesloten. Rob had het idee om door iemand een boek te laten schrijven. Het moest half fictie, half non-fictie worden. Of dat kans van slagen had, wilde hij van me weten. Ik vond dat als je het doet, dat het dan all the way moest zijn. Dus helemaal non-fictie. Dat vond hij eigenlijk ook wel. Nu nog iemand vinden die het wil opschrijven, zei Rob toen. Zo is het gekomen."


Hoe ging dat bij 'Kieft' en 'Gijp'?


"Ik ben aan de boeken met Wim Kieft en René van der Gijp begonnen omdat ik er min of meer toevallig achter kwam dat er iets bijzonders met ze aan de hand was. Iets afwijkends, iets wat ik niet direct achter ze had gezocht. Toen ik eindredacteur was bij het tv-programma 'Voetbal International' (dat nu 'Voetbal Inside' heet, red.) kwam Willem Kieft vaak als analist over de vloer. Tijdens de reclameblokken van de uitzendingen spraken we elkaar dan vaak. Vijf minuten of zo, als hij even een sigaretje ging roken buiten. Op een gegeven moment zei hij in één van die gesprekjes dat hij in alle hotels van Amsterdam had geslapen. Door die opmerking was ik getriggerd. Waarom slaap je niet in je eigen bed, vroeg ik hem. Bleek dat hij zich in een hotel niet zo bang en alleen voelde als thuis, omdat er in een hotel altijd wel iemand boven je, onder je of naast je slaapt. Later vertelde hij me ook andere dingen die ik interessant vond. Zo was iedereen in Nederland plaatsvervangend trots op de goal die Kieft op het EK van 1988 had gemaakt tegen Ierland, maar Kieft zelf vond het vreselijk. Als je het woord 'Ierland' liet vallen werd hij er al gek van. 'Joh, er zit een boek in jou', zei ik tegen hem. Daar was hij niet direct van overtuigd, dat ging geleidelijk aan. Het geld dat het boek zou kunnen opbrengen was de hoofdreden om overstag te gaan, maar ik weet bijna zeker dat Wim er iets in zag omdat we goed met elkaar konden opschieten.


"In het proces van maken moet er een klik zijn tussen mij en mijn onderwerp. Als Kieft had gezegd: 'Joh, ik vind die gesprekken met jou niet zo lekker lopen' dan was er nooit een boek gekomen. Maar nu kwam hij al snel aan met een tas vol aantekeningen en dagboeken. 'Ik ga jou alles vertellen', zei hij. Terwijl ik eerst even dacht dat hij ermee wilde kappen. Het had ook nog gekund dat ik zelf had gedacht: ik heb het verkeerde onderwerp te pakken. Inmiddels heb ik het voordeel dat ik nu weet hoe het moet."


De nadruk ligt bij jouw werkwijze op het volgen van een personage.


"Ja. Ik schrijf geen biografie, in de klassieke zin van het woord. Ik begin niet bij de jeugd en beschrijf dan chronologisch de rest van zijn leven, zoals je vaak ziet. Dat vind ik qua structuur vaak een tikje saai. Ook het opdissen van de ene zogenaamd leuke voetbalanekdote na de andere probeer ik te vermijden. Ze slaan vaak dood op papier. Ik schrijf liever zo goed mogelijk op wat ik zie. Dat is wat ik probeer. Ik kom in iemands leven, ik neem waar en dan verdwijn ik weer.


"In de tussentijd moet ik het toeval een kans geven. Je springt wel in het diepe met iemand. En natuurlijk denk ik tijdens de rit regelmatig: Wordt dit wel wat? Wim Kieft had negentien jaar gezwegen. En dan zou hij tegen mij wel eventjes alles vertellen? Maar je groeit naar elkaar toe.


"Bij Rob merk ik dat ook wel. Hij is een Haagse jongen, ik kom ook uit die buurt, we hebben dezelfde soort humor, dat speelt allemaal mee. Humor is sowieso een voorwaarde voor mij. Zowel René, Wim als Rob hebben veel gevoel voor zelfspot. Dat houdt het draaglijk en licht. Ik heb het ook nodig om degene die ik volg aan te voelen. Anders is het niet te doen om zo intensief met iemand op te trekken.


"Of het een goed boek wordt weet ik niet, maar ik ga het wel met hem volhouden. Ik heb Rob vooraf gezegd: Je moet wel iets aan mij vertellen. En ik ben geen ghostwriter, ik stop er iets eigens in. Het is mijn perceptie van iets wat we samen meemaken."


Is wat je samen meemaakt wel te sturen? Je hebt je hoofdpersonage niet aan een touwtje.


"Ik hoef ook niet overal bij te zijn. En het is naïef om te denken dat iemand alles aan je vertelt. Het gaat erom dat hij genoeg vertelt. Trouwens: ik kán Jansen niet eens fatsoenlijk volgen. Die doet in één week meer dan ik in een jaar. Ik moet wel veel tijd met iemand doorbrengen. Soms hang ik gewoon vier uur lang op zijn kantoor rond. Zo kan ik een oor ontwikkelen voor hoe iemand praat. Of ik nu met Rob naar Everton reis of naar Turijn, dat maakt niet eens zoveel uit. Het gaat mij in eerste instantie om hoe hij doet, om zijn gedrag. En het is een man met twijfels over zichzelf, dat vind ik interessant."


Wat maakt de wereld van een spelersmakelaar interessant?


"De geslotenheid. We lezen altijd over de uitwassen, de excessen, maar hoe dat gaat in die wereld, hoe die gesprekken tussen clubs en agenten verlopen, daar hoor je nooit iets over. Rob geeft mij de kans om daar iets dichter bij te komen. Het ene moment zit hij te bellen met een Iraanse multi-miljardair en dan weer met een ontevreden linksback. Hoe de carrière van Rob Jansen is verlopen intrigeert me ook. Of zijn persoonlijk leven. Zijn vader was oprichter van de VVCS, de spelersvakbond. Karel Jansen sr. was een klassieke sociaal-democraat. De commerciële zaakwaarnemers waren duivels in zijn ogen, waar hij een felle strijd mee aanging. Maar uiteindelijk werd zijn zoon Rob zelf de grootste commerciële zaakwaarnemer van Nederland. Dat is een beetje alsof de zoon van Drees besluit om vastgoedspeculant te worden.


"Ik wil ook wel van Rob weten hoe hij het vindt dat hij in commerciële zin is overvleugeld door een van zijn eigen leerlingen, Mino Raiola. Rob Jansen heeft zijn eigen concurrenten opgeleid."


Dat boek valt of staat met de manier waarop het is geschreven. Je hebt een eigen stijl ontwikkeld, is dat een eindig proces?


"Ik kwam bij toeval laatst mijn eerste stukje tegen, maar daar word je niet vrolijk van. Ik probeer veel te lezen, analytisch te lezen, zoals een goochelaar naar een andere goochelaar kijkt. Hoe komt het dat ik constant in de lach schiet als ik een stukje van Marcel van Roosmalen lees? Door daar bewust mee bezig te zijn maak je al progressie. Ik bestudeer veel grote reporters uit Amerika, kijk maar, daar staat een kast vol boeken. Joseph Mitchell, W.C. Heinz, Gay Talese, David Remnick; ik kan echt een tijdje in de ban zijn van zo iemand. Ja, ik ben wel een freak. Die Gay Talese, die schreef dus het beste verhaal over Frank Sinatra ooit, terwijl hij Sinatra nooit gesproken heeft. Hoeft ook helemaal niet. Quotes van celebrities leveren zelden iets boeiends op. Een einde maken aan de totale overschatting van de quote, vooral in de sportjournalistiek, dat is nu wel een levensdoel van mij geworden. Ik geloof heel erg in die reporterachtige stijl. Wel bij de feiten blijven, maar ook het toeval een kans geven. Truman Capote wist ook niet hoe het afliep toen hij aan 'In Cold Blood' begon. Maar we kennen allemaal het geniale eindresultaat."


Ervaar je het schrijven als een opgave ?


"Het is wel een worsteling. Soms denk ik: was ik maar tuinman geworden. Aanvankelijk begin ik met het volste vertrouwen te schrijven. Alle Truman Capote's kunnen inpakken, zeg ik dan tegen mezelf, en dan ga ik aan de gang. Na drie weken ga ik vervolgens enorm twijfelen. Dan ben ik enthousiast met iemand op pad geweest, maar bij het opschrijven ga ik dan héél moeilijk doen. Met 10.000 flashbacks en zo. Totdat ik mezelf aanspoor: fuck it, ik moet het gewoon doen zoals ik het altijd doe: zo goed mogelijk opschrijven van wat ik heb gezien, gehoord, gevoeld, meegemaakt. En dan ontstaat er een soort mozaïek van allerlei korte stukjes. Interessant proces om bij jezelf te zien. Je maakt een puzzel waarbij niemand je kan helpen. En op een woensdagmiddag tik je dan tot je eigen verbazing iets in waarvan je opeens weet dat het je laatste zin is. Dan is het opeens klaar."


Schrijver Michel van Egmond werkt aan zijn volgende biografie van een bekende uit de voetbalwereld. De auteur van verkoophits 'Gijp' en 'Kieft' volgt nu leven en werk van spelersmakelaar Rob Jansen. 'Ik weet nu hoe het moet.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden