'Je moet een van ons willen zijn'

NATIONALITEIT | interview | Zonder wij-gevoel geen samenleving, waarschuwt VVD-Kamerlid Malik Azmani. Hij wil meer betrokkenheid zien van nieuwkomers in Nederland.

Weinig politici aan het Binnenhof zullen het zo jammer hebben gevonden dat Nederland deze zomer niet meedeed met het EK voetbal in Frankrijk als Malik Azmani. Juist met zulke sportevenementen ziet het VVD-Kamerlid hoe Nederlanders massaal wuppies inslaan, verbroederen, hoe het land één wordt. "Sport verbindt. Er ontstaat een soort gemeenschapsgevoel. Ik zou dat vaker willen zien."

Azmani zegt dat niet zomaar. Hij maakt zich grote zorgen over de saamhorigheid in de samenleving - zijn meest gebruikte woord in het gesprek. "Een samenleving bestaat uit individuen die zich in elkaar moeten herkennen om te kunnen verbinden. Als je niet dezelfde taal spreekt, niet dezelfde vrijheden, normen en waarden respecteert, dan heb je op een gegeven moment geen samenleving meer. Dan kun je je niet meer met elkaar identificeren."

Dat rampscenario moet de overheid afwenden door aan nieuwkomers hogere eisen te stellen op het gebied van taal en participatie, vindt Azmani. Zeker in tijden van veel asielzoekers, en zeker als zij na verloop van tijd Nederlander willen worden. "Ik vind het Nederlanderschap een groot goed dat misschien wel als iets te vanzelfsprekends wordt ervaren. We moeten er veel trotser op zijn."

U vindt dat het Nederlanders paspoort te makkelijk wordt verstrekt?

"Ja. Je hebt mensen die niet zoveel op hebben met onze democratie en onze vrijheden. Die denken: 'Wat interesseert mij deze samenleving nou? Het zal allemaal wel. Ik doe gewoon wat ik bij mijn identiteit vind horen.' Dat kan ver afstaan van waar onze samenleving voor staat. Maar zij kunnen het Nederlanderschap wel verkrijgen als ze hier maar lang genoeg wonen. Dat vind ik niet horen. Je moet een van ons willen zijn."

Als de Nederlandse samenleving hen niet interesseert, waarom zouden zij dan Nederlander willen worden?

"Omdat het hen meer zekerheden biedt dan een vaste verblijfsvergunning. Ze vinden het wel lekker handig. Terwijl ze dan nog helemaal niet de verbintenis hebben met de Nederlandse samenleving."

De Tweede Kamer heeft onlangs besloten het Nederlanderschap op termijn pas na zeven in plaats van vijf jaar te verstrekken. Wilt u de lat hoger leggen?

"Ja, je zou aan tien jaar kunnen denken. Het gaat nu te snel. Mensen hebben bij hun naturalisatie nog maar weinig kennis genomen van de geschiedenis van dit land met zijn joods-christelijke traditie met humanistische en liberale verworvenheden waarin vrijheid centraal staat. Dat kost enige tijd als je hier niet geboren en getogen bent."

Hoe valt vast te stellen of iemand zich voldoende met Nederland identificeert?

"Die lat kan nooit hoog genoeg liggen. Het gaat daarbij niet alleen om duur, ook om taal en participatie. Hoe vaak ik niet heb gehoord dat mensen bij hun naturalisatieceremonie de Nederlandse taal nog niet goed beheersen. Ik vind taal een voorwaarde om Nederlander te kunnen worden. Het gaat mij erom dat Nederlanders denken: 'O, jij spreekt de taal, jij bent ook een van ons.' Ik verwacht geen universitair werk- en denkniveau, absoluut niet, maar als mensen gewoon goed de taal spreken, helpt hen dat alleen maar."

Azmani kan het weten. Zijn vader kwam als gastarbeider over uit Marokko om bij de Batavus-fabriek in Heerenveen aan de slag te gaan. Hij trouwde een Friezin, kreeg de Nederlandse taal niet goed onder de knie en moest zijn zoon, na decennia in Nederland, om hulp vragen bij het invullen van de naturalisatiepapieren - hij wist niet dat hij al veel eerder een Nederlands paspoort aan kon vragen.

"Ik wil niks ten nadele van mijn vader zeggen, ik ben trots op hem", zegt Azmani. "Hij heeft in Nederland altijd kei- en keihard gewerkt. Toen hij kwam, was er geen integratiebeleid. Alles was gericht op behoud van de eigen cultuur. Hij werd niet gestimuleerd om Nederlands te leren. Dat had misschien ook uit hemzelf moeten komen, maar als je hard werkt en op jonge leeftijd een gezin krijgt, werkt dat een beetje zo. Was hij de taal meer machtig geweest, dan weet ik zeker dat hij verder zou zijn gekomen." Aanvankelijk worstelt Azmani zelf ook met het Nederlands. Thuis is Fries de voertaal, hij heeft een taalachterstand en krijgt een lts-advies. Met bijles en de volhardendheid die hij van zijn vader meekrijgt, haalt hij het vwo en na een studie rechten werkt hij als leidinggevende bij het advocatenkantoor van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In 2010 wordt hij Kamerlid.

Hij weet dat het heel anders had kunnen lopen. Veel mensen zaten thuis met een uitkering terwijl zijn vader 's ochtends met de broodtrommel onder de snelbinders naar de fabriek fietst. Dat thuiszitten trekt Azmani niet; het wakkert bij hem juist een afkeer van laksheid en onverschilligheid aan. "Ik vind het altijd slecht om te zien dat mensen dingen krijgen van de staat terwijl ze daar wat mij betreft niet meteen recht op hebben. Je moet eerst laten zien of je iets te bieden hebt in plaats van meteen je hand op te houden."

Bovendien, concludeert Azmani later, is het riskant als juist nieuwkomers niet volop meedraaien. "Als mensen niet hoeven deel te nemen om in hun bestaan te kunnen voorzien, hoeven ze zich ook niet in te vechten. Dan komen ze op afstand van de samenleving te staan, hun kinderen groeien op in die situatie, een deel ontstijgt die situatie niet, valt uit op school, en zo gaat het door. Dan krijg je steeds weer generaties die zich niet met Nederland, maar meer met het land van hun ouders of grootouders identificeren. Terwijl ze daar niet geboren en getogen zijn! Ik vind dat onbegrijpelijk."

Om dat patroon te doorbreken, heeft Azmani één oplossing: participatie. "Nieuwkomers moeten zo snel mogelijk meedoen. Naar de sportschool, bij de sportclub in het bestuur, vrijwilligerswerk doen. Ik vind dat we daar veel normatiever in moeten zijn. We mogen veel meer van mensen verwachten en dat moeten we mensen ook duidelijk maken. Zodat we vervolgens maatregelen kunnen nemen als mensen niet leveren."

Hoe wilt u de mate van participatie meten?

"Het gaat erom: houd je je eigen broek op of kom je alleen maar ten laste van de samenleving? Dat kun je toetsen door te kijken naar arbeidsuren, vrijwilligerswerk of hoeveel iemand fiscaal bijdraagt aan de grotere koek die we met elkaar delen. Ik vind dat je daar als nieuwe Nederlander aan moet bijdragen."

Als je in de bijstand zit, zou je geen recht moeten hebben op het Nederlanderschap?

"Inderdaad, ik vind dat je - tenzij je dat niet kunt - echt iets moet bijdragen. Dat gebeurt bij nieuwkomers helaas vaak niet. Je ziet onder nieuwe migrantengroepen opnieuw hoge werkloosheidspercentages. Eritreeërs, Afghanen, Irakezen: vijftig procent. Somaliërs: zeventig procent. We hebben niet voor niets een taaleis in de bijstandswet opgenomen. Dat is geen pestmaatregel. Het gaat mij er niet alleen om te voorkomen dat gemeenschapsgeld wordt opgesoupeerd door mensen die eigenlijk in staat zijn te werken, maar óók dat mensen het maximale uit zichzelf kunnen halen en zo een gelukkiger mens worden. Als mensen gelukkiger zijn, krijg je een gelukkiger samenleving. Zo zie ik dat voor me."

Hoe ziet u dat voor zich bij vluchtelingen die getraumatiseerd, misschien op leeftijd of analfabeet uit oorlogsgebied komen? Moeten zij ook meteen aan het werk?

"Dat proces zal bij hen veel langer duren, maar mensen kunnen meer dan ze in eerste instantie denken. Ik wil niet dat deze mensen vijf jaar lopen te verpieteren ergens in een of andere prefabwoning. Ik wil dat ze in ruil voor de tijdelijke gastvrijheid die we ze bieden zo spoedig mogelijk een bijdrage leveren aan deze Nederlandse samenleving."

Partijen als D66 en GroenLinks zeggen: geef dat paspoort juist sneller af, dan gaan mensen ook sneller meedoen.

"Dat is toch onzin? Het gaat erom dat je het Nederlanderschap niet cadeau geeft en mensen ergens naartoe kunnen werken. Het Nederlanderschap is het sluitstuk van het hele integratieproces, geen instrument. Het is de kers op de taart. Een juweel. Ik vind dat deze partijen Nederland in de uitverkoop doen."

In hoeverre moet de overheid een handje helpen bij die integratie?

"In principe is het de verantwoordelijkheid van elke nieuwkomer om te integreren in de samenleving. Ik vind dat je er als overheid consequenties aan moet verbinden als iemand dat niet doet. Bijvoorbeeld door alleen een vaste verblijfsvergunning af te geven als iemand zijn inburgeringsexamen heeft gehaald."

Maar moet de overheid integratie actief stimuleren?

"De overheid moet een prikkel geven, maar die prikkels niet op de verkeerde plek zetten. Nieuwkomers kunnen een lening afsluiten bij DUO om taallessen te volgen. Prima. Maar ik ben geen voorstander van allerlei vrijblijvende integratieklasjes zoals we die in het verleden kenden. Het moet uit de mensen zelf komen."

Het EK voetbal zou een impuls hebben kunnen geven aan dat Nederland zo kenmerkende oranjegevoel, mijmert Azmani. "Je kunt niet eisen dat iedereen dan oranje uitgedost voor de buis zit, maar het is wel heel gezellig. Dat zijn momenten dat we een beetje trots zijn op elkaar. Er zouden eigenlijk meer instrumenten moeten zijn die Nederlanders binden." Een extra feestdag dus? Of elke dag een dagopening op school met het volkslied en de Nederlandse vlag die wordt gehesen? Azmani glimlacht, maar heeft nog geen concrete ideeën. Voor nu hoopt hij vooral dat de Olympische Spelen het oranjegevoel aanwakkeren. Aan de kapstok in zijn werkkamer hangt de oranje sjaal al klaar.

Malik Azmani

Malik Azmani (Heerenveen, 1976) is sinds 2010 Kamerlid voor de VVD en voert het woord over asiel- en integratiezaken. Hij baarde vorig jaar opzien met zijn plan om vluchtelingen enkel nog in de eigen regio op te laten vangen en geen asielaanvragen op Europese bodem meer toe te staan. Azmani heeft een Friese moeder en Marokkaanse vader en groeide op in Heerenveen. Na het vwo studeerde hij rechten in Groningen en werkte hij bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). In 2010 maakte hij zowel in de gemeenteraad van Ommen als in de Tweede Kamer zijn debuut.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden