Je moet altijd willen winnen

Naam: Balbina E.A. Damen Bedijf: Trenite Van Doorne Beslist over: advocaten Benodigd diploma: WO-studie Nederlands recht

CO WELGRAVEN

Damen let bij de selectie van juristen, die bij Trenité Van Doorne een stage van drie jaar willen lopen, ook op andere criteria. “Het gaat er ons om wat voor nevenactiviteiten ze gedaan hebben. Iemand die bijvoorbeeld fanatiek geroeid heeft, in het bestuur van de roeivereniging heeft gezeten, die heeft een plus. En iemand die z'n studie zelf heeft moeten betalen, en die twintig uur per week heeft moeten werken, die heeft ook een pré. Zoiets zegt iets over het doorzettingsvermogen.”

Bij Trenité Van Doorne, één van de vijf grootste advocatenkantoren in Nederland, waar zo'n 260 juristen werken, komen per jaar ongeveer zeshonderd sollicitaties binnen van (bijna) afgestudeerde juristen die een stageplaats willen. De Nederlandse Orde van Advocaten schrijft voor dat een jurist die advocaat wil worden, een stage van drie jaar loopt bij een advocatenkantoor.

Trenité Van Doorne heeft plaats voor dertig nieuwelingen per jaar. De selectie is dus streng. Damen - zelf geen juriste - beoordeelt, samen met twee advocaten, de binnengekomen brieven. “Het gaat ons om de algemene presentatie: is de brief netjes, overzichtelijk, zitten er geen taalfouten in, is het een aardige brief, kan hij of zij aangeven waarom de keus op een groot kantoor is gevallen, want het werk hier is heel anders dan op een klein kantoor. Een klein kantoor richt zich over het algemeen op particulieren, wij veel meer op ondernemingen.”

Een studie Nederlands recht is een voorwaarde, en daarbinnen bij voorkeur de privaatrechtelijke richting. Het advocatenkantoor is gespecialiseerd in verschillende rechtsgebieden, zoals ondernemings- en verzekeringsrecht. Er is een zogeheten strafrechtsectie, die zich onder andere bezighoudt met belastingfraude en milieudelicten. Studenten die later als advocaat sappige moord- of drugszaken willen doen, kunnen beter stage gaan lopen bij een klein kantoor dat zich daarop richt.

Bij de selectie van de brieven speelt nog een aantal andere zaken een rol. Damen hamert er voortdurend op dat de inhoud van de studie zeker belangrijk is, maar niet zaligmakend. “Je zet natuurlijk je vraagtekens bij iemand die acht jaar over z'n studie heeft gedaan, en alleen maar zesjes op z'n cijferlijst heeft. Tenzij er iets heel bijzonders tegenover staat, nodigen we zo iemand ook niet uit. Het gaat ons om de combinatie: de studie, en wat iemand daarnaast heeft gedaan. Nee, ik bedoel niet of hij lid is geweest van het corps. In een grijs verleden hadden we de naam dat we vooral in zee gingen met corpsleden, maar dat is al lang niet meer zo.”

Damen noemt een aantal nevenactiviteiten die goed scoren. “Een student die al een zogeheten student-stage in de advocatuur heeft gelopen, die weet al iets van het terrein af. Een paar maanden studie in het buitenland is geen must, maar wel een voordeel. En dan heb ik het niet over een studie in Parijs, want daar zitten hele hordes Nederlandse rechten-studenten, maar in een gek, vreemd land. En als je een studenten-assistentschap hebt verricht, in juridische disputen hebt gezeten, de professor hebt geholpen bij het schrijven van een boek, ja, zulke dingen geven je wel een voorsprong.”

Damen nodigt ongeveer een derde van het aantal sollicitanten uit voor een gesprek, met haar, en een advocaat. Ze kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben. Damen: “Zijn ze juridisch geschikt, hebben ze voldoende sociale vaardigheden, hebben ze haar op de tanden - want als advocaat moet je altijd willen winnen - zijn ze vriendelijk en cliëntgericht, want we houden de PR van ons kantoor natuurlijk wel goed in de gaten. We zijn en blijven een onderneming die gericht is op het maken van winst.”

Het kantoor let ook op de spreek- en schrijfvaardigheid. In de brochure voor aspirant-advocaten staat: “Het gaat bij deze verbale kwaliteiten vooral om het to-the-point kunnen zijn - hoe schrijf ik aan mijn wederpartij in drie zinnen dat hij of zij geen poot heeft om op te staan. Literair ligt de advocatuur dichter bij de dichtkunst - de kunst van het weglaten - dan bij die van de roman.”

De gesprekken filteren mensen uit die op papier een goede indruk maakten, maar die in de praktijk vies blijken tegen te vallen. Damen: “We hadden eens een keer zo'n befaamde bolleboos, althans blijkens z'n cv. Maar dat bleek een enorme hork te zijn. Allemaal negens op z'n cijferlijst, maar vanaf het moment dat hij hier binnenkwam en ging zitten, ging het fout. Dan denk je: die strijkt iedereen tegen de haren in, dat moeten we niet hebben.”

Iemand die met vette haren en rouwnagels binnenkomt, kan het ook wel vergeten. Maar dat komt nauwelijks voor. Rechtenstudenten kennen Trenité Van Doorne: een gerespecteerd advocatenkantoor, met vestigingen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Rijswijk, Brussel, Tokio en op Curaçao. “Ik heb nog nooit iemand terecht hoeven te wijzen. Iedereen weet dat ze er verzorgd moeten uitzien.” Lachend: “Ik heb zelfs nooit tegen iemand hoeven zeggen dat bij ons witte sokken absoluut niet kunnen.”

Tijdens de sollicitatiegesprekken krijgt de kandidaat een casus voorgelegd van een juridisch probleem. “Soms vallen ze dan gigantisch door de mand”, zegt Damen. “Maar er zijn er bij die feilloos de juiste oplossing weten aan te dragen.”

Van de dertig aspirant-advocaten die uiteindelijk een stageplaats krijgen, blijkt ruwweg eenderde bij nader inzien toch niet geschikt voor het grote kantoor. Zij krijgen na drie jaar niet de begeerde vaste aanstelling die hen de status van medewerker zou geven, en vloeien af. “In veel gevallen verdwijnen ze helemaal uit de advocatuur”, zegt Damen.

Bij de selectie staat één stelregel voorop: bij twijfel geen stageplaats. “Je loopt daarmee het risico dat je hele goede advocaten laat lopen”, beaamt Damen. “We proberen de selectie zo feitelijk en zakelijk mogelijk te doen, maar ze is natuurlijk ook gevoelsmatig.”

Damen verzet zich tegen het beeld dat de stageperiode een gevecht van leven op dood is en dat alleen de allersterksten, die drie jaar lang hun hobby's en sociale leven opzij zetten, overeind blijven. Ze kan zich dan ook absoluut niet vinden in de boeken van de Amerikaanse schrijver John Grisham, die in The Firm een zwartgallig schets neerzet van de praktijken in zijn land. “Op Amerikaanse advocatenkantoren werken ze als idioten. Bij ons wordt ook hard gewerkt. Iedereen weet tevoren waar-ie aan toe is. Er zijn normen over het aantal uren, de produktie die iemand moet halen. Die getallen nemen met elk ervaringsjaar wat toe, maar na vier jaar is het stabiel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden