Je mag een componist nooit spelen als voorganger van iemand anders

Een symfonie van Bruckner, de derde onder leiding van Nikolaus Harnoncourt. Een symfonie van Bruckner, de negende onder leiding van Reinbert de Leeuw. Regeltjes in de concertlijsten voor de komende maanden om met je ogen bij te knipperen. Harnoncourt kreeg vroeger als cellist in een Weens orkest de nodige Bruchners voor ogen. En oprukkend vanuit de 'oude' muziek betrad hij het strijdperk van de romantiek enkele jaren geleden wederom. Toch, de stap naar Bruckner, de Wagneriaan onder de symfonisten, werkt even verrassend als spannend.

In het geval van Reinbert de Leeuw is diens omgang met de laat-romantiek geen verrassing, gelet zijn bemoeienis met het werk van de late Liszt (de klein bezette composities en de pianostukken) en om zijn intensieve promotie van het werk van Schönberg. En toch kijk je verbaasd naar de mededeling van het Nationaal Jeugdorkest dat uitgerekend De Leeuw in januari (tussen 1 en 10) een van de klapstukken uit het werkgebied van vele befaamde en minder bekende dirigenten onder handen neemt. De thans 56-jarige Reinbert de Leeuw associeerden we in de loop van zijn circa twintig jarige werkzaamheid als dirigent met grootheden en avant-gardisten als Messiaen, Antheil, Satie, Ives, Stravinsky, Milhaud (enorm bezette opera's als 'Christophe Colomb'), met Max Brand (van de opera 'Maschinist Hopkins'), en met de Russische dames Goebaidoelina en Oestwolskaja. En natuurlijk met Nederlandse composities, vooral van Louis Andriessen: 'De Staat', 'De Tijd', 'De Snelheid', 'De Materie'. Diens 'Rosa' dirigeert hij deze maand bij De Nederlandse opera. Maar Bruckner, neen, dat hadden we niet achter hem gezocht. "Brahms en Beethoven zullen er ook bijkomen, " reageert De Leeuw met een lachje op onze vraag . " Brahms op 8 en 9 december bij het Noordhollands Philharmonisch. Niet omdat ik meen dat de tijd er rijp voor is, of dat ik de ambitie koester om op een bepaalde leeftijd alle grote symfonieën te doen, dat heb ik niet. Het komt gewoon op mijn weg."

"lk werd gevraagd door het NJO. De negende Bruckner is een formidabel stuk muziek dat alles te maken heeft met mijn grootste belangstelling: de laat-romantiek en de worsteling van de componisten om tot een nieuwe muziektaal te komen. De harmonische taal van Bruckners negende symfonie is absoluut verbijsterend, revolutionair." Dat Brahms en Bruckner gebed zijn in een soms sacrosante uitvoeringstraditie, dat maakte De Leeuw wel enigszins huiverig. "lk ben niet de dirigent die je opbelt met de mededeiing: Ben je dan en dan vrij, en we willen dat en dat programmeren. Ik zeg heel vaak nee. Ik ben een dirigent die moet leven met de taal van een componist. Wat betreft de laat-romantiek: die houdt me al 35 jaar bezig."

"Daar zit inderdaad die uitvoeringstraditie aan vast waar ik niet goed raad mee weet. Er gebeuren dingen in uitvoeringen onder leiding van de 'Grote Namen' die mij verbazen. Die langzame tempi, dat heel lange wachten en benadrukken hoe 'diepzinnig' het wel is, terwijl ik dat niet in die stukken kan horen, noch in de partituur zie staan. Neem bijvoorbeeld de derde symfonie van Brahms: loodzwaar en alsof de componist altijd tachtig jaar oud is geweest. Al die zogenaamde tradities, waarin de ene dirigent nog een schepje doet op wat de voorgaande dirigent al heeft gedaan. Dat doe ik dus niet".

Dat klinkt alsof Harnoncourt spreekt, of Gardiner.

"Inderdaad, musici als Leonhardt, Bijlsma, Bruggen en Harnoncourt hebben wegen gewezen die voor mij heel belangrijk zijn. Ik herinner me nog dat ik voor het eerst de Johannes Passie op plaat hoorde onder leiding van Harnoncourt: alsof ik van mijn stoel viel, zo'n verrassing was dat. Ik heb meer met hun musiceren te maken, dan met die van de Grote Namen."

We zouden niet over de Notenkrakers praten; in elk interview wordt De Leeuw daarover zo uitgehoord dat hij het gevoel heeft 'opa vertelt'. Maar hij verwijst toch even naar de gevleugelde uitspraak van Frans Bruggen tijdens een discussie in 1970 tussen de Notenkrakers en het Concertgebouworkest ('ledere noot die het Concertgebouworkest van Mozart speelt, is gelogen'). De Leeuw: "Je ziet dat nu de negentiende eeuw aan een grote schoonmaak toe is. Maar daarna ook. Neem Debussy", roept hij uit, met zijn armen een onderstrepende zwaai makend, "iedere modale uitvoering van 'L'apres-midi d'un faune' is een aanfluiting. Als je de autograaf van de partituur bestudeert en de door Debussy vermelde metronomcijfers in acht neemt, duurt het stuk zo'n zeven minuten. Dan klinkt het alsof het zweeft, een zeepbel die op spatten staat. Er is echter een emmer aan interpretaties uitgestort waardoor het meestal gespeeld wordt met een zwoele, eindeloze traagheid. Sommige dirigenten doen er twaalf, dertien minuten over."

Zulke vervormende behandeling ondergaan volgens De Leeuw ook Stravinsky en Webern. Hij wijst erop dat Webern niet koel of met een ijzige precisie componeerde. "Webern was een erfgenaam van Schubert, van Mahler. Hij voerde de consequentie van de lyriek tot het uiterste door. De dodecafonie is niet de essentie van Weberns muziek, maar zo werd zijn muziek een tijdlang wel gespeeld. Alsof hij alleen maar de vader van Stockhausen en Boulez was. Je mag een componist nooit spelen als voorganger van iemand anders."

Vertellen over muziek, over de verrukking die het musiceren oplevert, over het ontdekken van vergeten en onbekend gebleven componisten, dat doet De Leeuw met verve. Onopgesmukt, gemakkelijk communicerend, zoals in de vijf documentaire afleveringen die de Vpro maakte met De Leeuw als gids. Heel vroeger schreef hij ook, artikelen, boeken (onder meer over zijn favoriet Charles Ives). "Daar ben ik mee gestopt. Ik kan het niet. Dan heb je zo'n wit vel voor je, afschuwelijk."

Zijn communicatie geschiedt in concerten, als dirigent van het ensemble dat hijzelf twintig jaar geleden mede oprichtte, het Sehönberg Ensemble, of op piano samenspelen met gelijkgerichte musici. Hij creeërde er, ook al zo'n twintig jaar geleden, een nieuwe type programmering voor: het Rondom-concert. Rondom een bepaald werk plaatste hij aanverwante stukken van andere componisten, zodat er een verhaal in concertvorm ontstond. Het werd gretig overgenomen en het begrip Rondom raakte ingeburgerd en functioneert tot op vandaag. Hij begon er al mee in zijn conservatoriumtijd, begin jaren zestig. Als pianostudent verzorgde hij net als iedereen recitals met Beethoven, Brahms, Chopin. "Fantastisch. Maar wie zat er te wachten op weer iemand die zulke stukken speelde. Ik componeerde toen nog veel, en was ook geïnteresseerd in wat derden maakten . Het leek me veel interessanter om een recital te spelen met die werken. Dat was destijds een heel extravagant statement. "In 1963 speelde De Leeuw samen met Jan van Vlijmen een stuk van Louis Andriessen voor twee piano's, 'Ittrospezione 11'. Sinds die ontmoeting bleven zij zeer bevriend met elkaar. De werken van de één jaar jongere Andriessen vormen een constant element in De Leeuws carriere. Maakt die vriendschap het niet lastig voor De Leeuw om Andriessens muziek uit te voeren? "Integendeel. Hoe sterker de relatie, hoe beter dat voor de uitvoering is. Ik kan me ook slecht voorstellen dat ik muziek zou uitvoeren van iemand met wie ik niet kan opschieten. In tegenstelling tot de harde, agressieve kanten aan zijn muziek is Louis een zeer aimabel mens. Agressie zit niet in zijn karakter, hij komt nooit in conflict met iemand. Maar in zijn muziek zit vuur, passie."

"Het is prettig dat hier goede banden bestaan tussen componisten en uitvoerende musici. Daar pas ik in. Die banden zijn vanuit die Notenkrakerstijd gegroeid. Er kwamen ook veel sociale contacten uit voort waarin Louis een zeer grote rol vervult. Bovendien toont hij als leraar veel belangstelling in wat anderen maken en doen."

Het was dan ook vanzelfsprekend dat het Schönberg Ensemble, samen met Asko Ensemble onder leiding van Reinbert de Leeuw, meewerkteaan 'Rosa'."Bij elkaar zijn het zo'n vijftig musici die het absoluut fantastisch vinden om mee te doen. Als je de bak binnenkomt, zindert het van de energie; men is opgetogen. Dat is de sfeer waar Andriessen voor wil schrijven. Hij zoekt engagement en dat vindt hij niet in het reguliere muziekleven." De avond voor ons gesprek heeft De Leeuw in het Muziektheater de zevende voorstelling gedirigeerd. "Er klonk één luide boe na afloop", meldt hij met een grijnslach. "Dat was voor het eerst, want de ontvangst is steeds enthousiast geweest. Er spelen zich voor de kassa zelfs agressieve gevechten af om kaarten. Men wil de voorstelling koste wat kost gezien hebben. En dan te bedenken dat Pierre Audi zich voor de premiere nog grote zorgen maakte en zich vertwijfeld afvroeg waarom hij tien opvoeringen gepland had. Die zijn dus nu allemaal uitverkocht. Deze opera heeft iets mijlpaal-achtigs; je krijgt er eenzelfde soort historisch gevoel bij als bij 'Einstein on the beach' van Philip Glass of 'Nixon in China' van John Adams. 'Rosa' is een opera die mensen gezien willen hebben, omdat ze er het belang van inzien over twintig jaar zal men het nog hebben over deze produktie; de toeschouwer is zich dat bewust en wil over twintig jaar kunnen zeggen: 'ik ben er bij geweest' "Maar komt men voor Louis Andriessen of voor Peter Greenaway, de spraakmakende filmer die jn 'Rosa' als regisseur en librettist debutteert? Een interessant, in sommige opzichten opwindend concert door het Nederlands Balletorkest begin oktober met werken van Andriessen onder het motto 'De Jaren Zestig' (uitzonderlijk niet door Reinbert de Leeuw gedirigeerd) leverde slechts een halfgevulde zaal op in de Beurs van Berlage.

De Leeuw constateerde dat ook met spijt. En in sommige persreacties ging de meeste aandacht naar Greenaway, maar, zegt De Leeuw "de Engelsen en Amerikanen hebben Andriessen al ontdekt. In Londen was afgelopen zomer een festival aan hem gewijd, en in festival van Tanglewood (VS) waar ik als director of the contemparary music aan meewerk, was Andriessen deze zomer 'composer in residence'. Zijn werken sloegen in als een bom."

Dat behalve voor 'Rosa', maar ook voor Peter Schats 'Symposion' en Guus Janssens 'Noach' (drie wereldpremieres in één jaar) de zalen vol zaten, geeft volgens De Leeuw aan dat er in Nederland een heel bijzonder muzikaal klimaat heerst waar veel dingen mogelijk zijn.

"De populariteit van opera nu is een interessant gegeven. In de twintiger jaren maakte de opera een crisis door vanwege de opkomst van de film. Die film verkeert nu in een vergelijkbare crisis tengevolge van de soaps op de televisie. Het medium voor de uitvergrote emotie heeft zich dus verplaatst van opera naar film naar televisie. Het is daarom een heroïsche poging van de filmer Peter Greenaway deze emotie weer terug te brengen naar opera."

Als dirigent beleeft hij overigens weinig kijkgenotaan 'Rosa'. "De voorstelling gaat voor tachtig procent aan mij voorbij. Ik moet zo geconcentreerd werken dat ik geen tijd heb om naar het toneel te kijken. Ik kijk altijd op dezelfde momenten naar steeds dezelfde fragmenten, omdat daar een lastige inzet zit, of omdat ik daar muzikaal gelijk moet uitkomen met de actie op het podium.''

"De muziek die Louis voor 'Rosa' heeft gecomponeerd is theatraler en veel ingewikkelder dan die voor 'De Materie'. Er zitten veel maatwisselingen en tempoveranderingen in; ik kan dus niet de automatische piloot aanzetten. Bovendien moet ik daar waar mogelijk de zangers helpen, die het echt niet makkelijk hebben in deze opera, evenmin als de musici in het orkest trouwens. Maar de voorstelling groeit met elke uitvoering. De zangers voelen zich veel vrijer, de musici krijgen de muziek steeds beter in de vingers en de timing met de fenomenale technische staf van het Muziektheater verloopt nu vlekkeloos."

"De geluidsbalans is ook beter geworden. De elektronische versterking, onmisbaar onderdeel van Louis' muziek, was een groot probleem. We hebben een waanzinnige mengtafel waarop we elk geluidsproducerend onderdeeltje van de produktie kunnen opdraaien. Als je echter een instrumentengroep ergens opdraait omdat ze in een bepaalde passage slecht hoorbaar zijn, moet je een andere groep ook opdraaien enzovoorts. Zo wordt het op den duur onverdraaglijk hard."

De vriendschap tussen dirigent en componist bleek zo sterk dat de De Leeuw zonder probleem kon ingrijpen toen Andriessen als eindverantwoordelijke, wat al te veel aan de knoppen draaide. "Ik heb toen gezegd: 'Louis, vanaf nu ben je ontslagen.'' Het was beter als iemand van de Nederlandse opera dat deed, want die kent de zaal, de versterking. Nu klinkt het iedere avond beter en verfijnder."

Na 'Rosa' staat Bruckner te wachten. Weer werken bij een zeer gemotiveerde groep. "lk verheug me op het contact met het NJO. Jonge mensen zijn tegenwoordig zo goed. Wat ik meemaakte in Tanglewood, was gewoon verbijsterend, zo hoog lag het niveau." En de Brahms, die gaat hij doen bij het Noordhollands Philharmonisch, toch geen 'gewoon' orkest? " Maar zonder de traditie waar ik niet goed raad mee weet. Het Noordhollands orkest heeft weinig Brahms gespeeld, dus we staan fris tegenover de stof. En ik heb al eerder met de musici gewerkt." Eén componist zal De Leeuw nooit uitvoeren: Reinbert de Leeuw. Zijn 'Hymns and Chorals' voor blaasensemble (1970) of zijn eendelige 'Abschiedssymphonie' uit 1974 (waarin laat-romantiek en Stravinsky als inspiratiebronnen doorklinken) voor zeer groot orkest, liet hij zeer lang geleden achter zich. Hij componeert niet meer (als tiener schreef hij het ene stuk na het andere, later ging het steeds stroever) en hij hoeft zijn werken niet meer te horen. "Af en toe stelt een aardige dirigent uitvoering voor. Dan zeg ik: 'Ach, je doet er mij geen plezier mee.' Het werd destijds door verschillende orkesten gespeeld in Nederland en zelfs in San Francisco. Je moet het een keer gehoord hebben. Ik ben gestopt met componeren omdat ik mijn werk niet sterk genoeg vond . En er wordt zo onwaarschijnlijk veel gecomponeerd. En zoveel interessante dingen. Die wil ik dirigeren of spelen."

Hoe betitelt u zichzelf: dirigent? pianist? "Neen, gewoon: musicus."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden