Je kunt ze niet op straat laten

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) biedt alleen opvang aan mensen tijdens de eerste asielprocedure - niet aan vreemdelingen die in be zwaar gaan of een twee de asielverzoek doen. Door de scherpere vreem delingen wet geving komen steeds meer asielzoekers op straat te staan, waardoor de problematiek van het rijk op het bordje van de gemeen ten komt de liggen. Een tocht over een lappendeken.

Bij het Steunpunt Illegalen (Stil) in Utrecht rinkelt de telefoon onophoudelijk. Een jonge Afrikaanse vrouw met drie kinderen heeft geen plek voor de nacht. De twee sloopwoningen die de gemeente ter beschikking stelde voor de opvang van illegale en uitgeprocedeerde asielzoekers zitten vol. Vrienden, kennissen, de daklozenopvang, kraakpanden en de paters van het klooster worden gebeld. Niemand heeft een bed over.

,,Eigenlijk wilde ik een week op vakantie, maar dat ga ik maar niet doen. Ik kan deze vrouw en haar kinderen niet op straat laten staan'', zegt Margreet Jenezon, medewerkster van Stil. De vrouw krijgt uiteindelijk een bed in een budgethotel, maar ook daar kan ze niet lang blijven, want het steunpunt bekostigt die opvang zelf en de middelen zijn beperkt.

Door de scherpere vreemdelingenwetgeving komen steeds meer asielzoekers en vreemdelingen op straat te staan. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) biedt alleen opvang tijdens de eerste asielprocedure en niet aan mensen die in bezwaar gaan of een tweede asielverzoek doen. Gemeenten worden in toenemende mate geconfronteerd met de gevolgen van dit beleid. Zij lossen de problematiek - tegen de restrictieve rijksregels in - op eigen houtje op.

Dit heeft tot gevolg dat er een lappendeken aan lokaal beleid ontstaat, elke gemeente heeft een ander standpunt over de opvang van uitgeprocedeerde en daardoor vaak illegale asielzoekers en vreemdelingen. Sommige gemeenten weigeren hulp, terwijl andere besluiten tot de opvang van specifieke groepen: mensen die in een bezwaar-, tweede of terugkeerprocedure zitten. Andere gemeenten besluiten alleen hulp te bieden in de ergste noodsituaties. Het is de vraag welke aanpak werkt en of de uitgeprocedeerden en vreemdelingen zonder papieren nu wel zullen terugkeren. De gemeenten zijn opgezadeld met het falende terugkeerbeleid van de overheid.

De gemeente Utrecht oordeelde in mei van dit jaar dat er noodvoorzieningen moeten komen voor de opvang van specifieke groepen uitgeprocedeerde asielzoekers en stelde drie ton beschikbaar voor de opvang van vijftig uitgeprocedeerden. Twee van de vijf toegezegde sloopwoningen zijn nu in gebruik genomen door het daartoe opgerich te Steunpunt Noodopvang Utrecht. Utrecht is met deze stap een van de vele gemeenten in Nederland die dakloze asielzoekers en vreemdelingen zonder papieren opvangen. In ondermeer Den Haag, Amsterdam, Tilburg en Groningen financiert de gemeente de activiteiten van maatschappelijke en kerkelijke organisaties die uitgeprocedeerden opvangen.

,,Wij krijgen dit soort noodkreten dagelijks. Maar wij willen eigenlijk alleen de mensen opvangen die er het ergst aan toe zijn, de schrijnende gevallen zoals deze vrouw'', zegt Jenezon. Het Utrechtse steunpunt bemiddelt al een jaar in de opvang van dakloze asielzoekers en illegalen. Volgens de vreemdelingendienst zullen er in de stad in de komende vier jaar ongeveer 550 uitgeprocedeerden op straat staan. Een groep asielzoekers wacht op een uitspraak van het rijk over hun asielstatus, zij hebben geen recht op opvang. Het totaal aantal illegalen in Utrecht, waaronder ook personen die nooit een asielprocedure zijn begonnen, schat een sociologische onderzoeksgroep van de Rotterdamse Erasmusuniversiteit op 2600. In de noodopvang is er echter slechts plaats voor 125 illegale en uitgeprocedeerde asielzoekers per jaar.

In de Terugkeernotitie van Justitie staat te lezen dat de uitgeprocedeerde asielzoeker vrijwillig naar zijn herkomstland moet terugkeren. Na de laatste negatieve beslissing heeft hij 28 dagen om zijn spullen te pakken. Dan eindigen alle opvangvoorzieningen. De illegaliteit kan vervolgens op verschillende manieren ontstaan. Een patstelling van autoriteiten, waarbij de Nederlandse overheid en de ambassades weigeren reispapieren te verstrekken, kan de oorzaak zijn. Zonder reispapieren kan de persoon Nederland niet verlaten. Het komt ook voor dat de asielzoeker niet kan terugkeren omdat het niet veilig is in zijn herkomstland.

De notitie stelt dat voor dergelijke asielzoekers MOB geldt: met onbekende bestemming vertrokken. In geval van MOB wordt aangenomen dat de vreemdeling hoe dan ook Nederland heeft verlaten, want het is immers de verantwoordelijkheid van de asielzoeker om de terugkeer te verwezenlijken. Dat het beleid niet goed werkt, blijkt ondermeer uit de cijfers van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) van april 2001. Van de 2 962 vreemdelingen die vertrokken, gingen er 2 356 heen met onbekende bestemming.

Naast deze groep staan sinds 1998 zogenoemde 'Dublinclaimanten', asielzoekers die terug moeten naar het Europese land waar zij als eerste asiel aanvroegen, en tweede asielverzoekers - uitgeprocedeerde asielzoekers die op basis van nieuwe feiten een tweede asielverzoek indienen, ook op straat. Deze groep verblijft legaal in Nederland - ze moet zelfs elke week stempelen bij een asielzoekerscentrum - maar heeft geen recht op opvang. In 2001 zegde de staatssecretaris van justitie Kalsbeek toe de opvang voor deze legale asielzoekers te regelen.

Kalsbeek eiste evenwel eind juni vorig jaar dat de gemeentelijke noodopvang voor de legale en illegale asielzoekers moet stoppen. Desalniettemin gaat die onverminderd door. De gemeenten beroepen zich op hun autonome zorgplicht ter verantwoording van hun bestuurlijke ongehoorzaamheid. De kerkelijke stichting Inlia uit Groningen is de voorvechter van de opvang van de dakloze asielzoekers en zij heeft getracht enige orde te scheppen in het gemeentelijke opvangcircuit. Zij zette een centraal registratiesysteem op. Op basis van een strenge juridische selectie komen een aantal categorieën asielzoekers (zie kader) in aanmerking voor een plek in een van de 34 gemeenten die het Inlia-model uitvoeren. Het gaat om de asielzoekers die legaal in Nederland mogen blijven, maar die geen recht op opvang hebben en mensen die willen meewerken aan hun terugkeer.

In de gemeente Groningen vangt Inlia ongeveer 60 asielzoekers op in het

Heijmanshuis, een voormalig bejaardentehuis. Het huis is minimaal ingericht. John van Tilborg, directeur van Inlia, wijst op de afbladderende verflagen op de muren: ,,Bepaald geen luxe, maar wij willen degenen die hier worden opgevangen dan ook niet aanmoedigen te blijven''.

Een van de tweehonderd vrijwilligers die in het Heijmanshuis werkt, opent een deur. ,,Dit is de enige kamer waar wel overvloed is.'' De kamer is tot de nok toe volgestouwd met kleurrijk speelgoed. ,,Kinderen moeten kunnen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit'', licht Van Tilborg toe. De volwassenen ontkomen niet aan die realiteit. Ze krijgen bewust geen Nederlandse les en moeten zich streng houden aan de huisregels. Ze krijgen geen zakgeld, maar wel medische zorg, eten en een dak boven hun hoofd.

,,Eigenlijk voeren wij de Terugkeernotitie op een humane manier uit'', zegt Van Tilborg. ,,Ik ben ervan overtuigd dat een groot deel van de hier verblijvende asielzoekers ook daadwerkelijk zal vertrekken.'' Van Tilborg baseert zich hierbij op de resultaten van opvang van Dublinclaimanten in Groningen van 1998 tot 2000. Van de achthonderd asielzoekers vertrokken er slechts drie MOB, de rest ging naar het eerste asielland, de Nederlandse procedure in of keerde terug naar het herkomstland.

Jenezon, die meewerkt aan de uitvoering van het Inlia-model in Utrecht, is minder positief. Zij juicht elke vorm van steun toe, maar zet vraagtekens bij de doelstellingen van het Inlia-model. 'Hoezo zouden de vreemdelingen wel willen terugkeren als zij daarbij geholpen worden door de gemeente?', vraagt zij zich af. ,,Wij zijn nogal sceptisch over de aannames van Inlia. We doen eraan mee omdat dat de enige manier is om een bepaalde groep asielzoekers te kunnen helpen. Maar het risico bestaat dat de gemeente in samenwerking met maatschappelijke organisaties kleine Ter Apeltjes (het verwijdercentrum in Ter Apel, red.) opricht. De opvang is sterk gericht op de terugkeer van de asielzoeker.'' Maar in de praktijk blijkt dat er grote problemen zijn met ambassades die niet mee willen werken, het kan heel lang duren voor iemand reispapieren krijgt.

De gemeentelijke opvang is voor de overheid een goedkope optie, zegt Jenezon. Tweede asielverzoekers en Dublinclaimanten worden nu Spartaans door gemeenten opgevangen, terwijl het een rijksverantwoordelijkheid is. Hoewel het rijk bespaart op de uitgaven, zijn de problemen nog niet opgelost. ,,Het verwijdercentrum in Ter Apel is toentertijd opgeheven, omdat de terugkeer praktisch en ethisch niet haalbaar bleek. Niemand kon of wilde vrijwillig terug naar het herkomstland. Ik denk niet dat dat gaat veranderen met de huidige gemeentelijke opvang.'' Connie van den Broek van de religieuze stichting de Vuurdoop in Tilburg is het hiermee eens. Zijn organisatie vangt ongeveer dertig illegale en uitgeprocedeerde asielzoekers op in vier rijtjeshuizen in Tilburg. In een oer-Hollandse huiskamer met eikenhouten meubels en vitrages voor de ramen serveert een Iraanse vrouw exotische zoete lekkernijen. Van den Broek: ,,Ons werk is dweilen met de kraan open. Het aantal uitgeprocedeerde asielzoekers en mensen zonder verblijfsvergunning dat jaarlijks op straat komt te staan neemt alleen maar toe. De terugkeer is de verantwoordelijkheid van het rijk. Wij vangen hen dan ook onder protest op.''

VERVOLG OP PAGINA 11

Je kunt ze op straat laten

VERVOLG VAN PAGINA 9

Bij de Vuurdoop kloppen veel dakloze vreemdelingen aan die van de vreemdelingengevangenis Willem II in Tilburg komen. Daar worden ongeveer tweeduizend vreemdelingen gedetineerd die illegaal in Nederland verblijven. Veel van hen worden na zes maanden afgezet op station Tilburg. ,,Ze mogen het vanaf dat moment zelf uitzoeken. Wij zijn het grondig oneens met dergelijk struisvogelpolitiek'', stelt Van den Broek.

In tegenstelling tot de Amsterdam en Den Haag en de 'Inlia gemeenten', neemt de gemeente Tilburg in samenwerking met organisaties als de Vuurdoop de beslissing iemand wel of niet op te vangen op humanitaire gronden. Er wordt minder gekeken naar de juridische mogelijkheden of de wil tot terugkeer. ,,Een vrouw met kinderen krijgt altijd voorrang boven een alleenstaande man, die kan nog terecht bij de daklozenopvang of andere instanties. De juridische kansen in de asielprocedure zijn wel van belang. Het heeft geen zin iemand langdurig op te vangen die helemaal geen toekomstperspectief in Nederland heeft, maar in principe bemoeien we ons alleen met ernst van de situatie waarin de persoon zich bevindt'', zegt Van den Broek.

De gemeente Tilburg kent een waarderingssubsidie toe aan de Vuurdoop. ,,Wij laten de beoordeling over het juridische toekomstperspectief van een illegaal over aan de maatschappelijke organisaties die wij financieel steunen. Het is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente om zich te bemoeien met het terugkeerbeleid. Wij moeten ervoor zorgen dat er binnen de gemeentegrenzen geen mensen in portieken slapen'', vertelt Jacques Lemmes, ambtenaar asielzaken van de gemeente Tilburg.

Tilburg en vier andere grote gemeenten in Noord-Brabant hebben de notitie 'illegalen en lokaal beleid' opgesteld. Opvallend aan de voornemens in het stuk is de prominente plek die humanitaire noodsituaties krijgen. Daarnaast worden er niet alleen problemen gesignaleerd, er staan eveneens suggesties in die tot een oplossing zouden kunnen leiden. Een van die suggesties is het openen van een 'tweede loket', speciaal voor economische immigranten die tijdelijk werk zoeken. Dit zou volgens opstellers van de notitie kunnen leiden tot een afname van het aantal illegalen in Nederland. Dit biedt overigens geen oplossing voor de vluchtelingen en asielzoekers.

Door de afwezigheid van een efficiënt terugkeer- of uitzettingsbeleid nemen gemeenten noodgedwongen het voortouw in het oplossen van hun problemen en stellen hun eigen voorwaarden aan de opvang van de buitenlandse gasten. In bijna geen enkele grote stad wordt de noodzaak van de opvang ontkent. Zelfs in Amsterdam, waar burgemeester Cohen een van de architecten van de nieuwe vreemdelingenwet en terugkeernotitie was, wordt eenmalig drie ton uitgekeerd aan kerkelijke en maatschappelijke organisaties.

Rotterdam vaart daarentegen een volledig andere koers. Het aantal illegalen in Rotterdam schat de onderzoeksgroep aan de Erasmusuniversiteit op 11 000. Desalniettemin trekt Rotterdam geen cent uit voor de opvang van Dublinclaimanten, tweede asielverzoekers of illegalen in een humanitaire noodsituatie. Wel is er net een ton vrijgemaakt voor Visa Versa, een terugkeerproject, dat nog van start moet gaan.

,,Wij hebben een probleem met een 13-jarig kind dat bij ons in de illegalenopvang zit. Dat gaat nu naar de middelbare school, maar wie gaat het school- en boekengeld betalen? Zij mag officieel naar school, maar wij kunnen het niet bekostigen.'' Paula Rolteveel van de Pauluskerk legt haar probleem voor aan Jan de Haas, PvdA-gemeenteraadslid en twee leden van de deelraad Feijenoord tijdens een bijeenkomst van migrantenkerken en politici over de opvang van illegalen. De Haas: ,,Nederland heeft een grote aantrekkingskracht op de rest van de wereld, maar wij geven geen geld aan mensen die hier niet mogen zijn. Op het verzoek van de Pauluskerk voor financiële ondersteuning voor de illegalenopvang zou ik zeggen: ga toch collecteren bij je achterban. We moeten streng zijn in de handhaving van de nieuwe wetgeving, anders krijgen we spijt.''

De Haas ziet evenwel een andere oplossing van het probleem: ,,Misschien is de tijd wel rijp voor een selectief pardon voor de asielzoekers die al lange tijd in een procedure zitten. Maar ik denk niet dat er momenteel voldoende maatschappelijk draagvlak is voor dit plan, luister maar naar Pim Fortuyn of naar taxichauffeurs.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden