'Je kunt wachten op een olieramp in Alaska'

Olie en gas winnen rond de Noordpool is ingewikkeld, duur en niet zonder risico's voor natuur en milieu. Maar Shell staat te popelen. De oliegigant wil elke beschikbare energiebron aanboren: 'Wij zijn ervan overtuigd dat we het verantwoord kunnen doen.'

JOEP ENGELS

Het genoegen was van korte duur. Zes jaar lang had Shell toegewerkt naar het moment, vorige week maandag, dat de boor de bodem in kon van de Tsjoektsjenzee bij Alaska. Seismisch en geologisch onderzoek had in 2006 gesuggereerd dat die bodem rijk aan olie moest zijn. Een jaar later verwierf het concern de rechten om er daadwerkelijk naar olie te gaan zoeken en deze eventueel te winnen.

Wat volgde was een uitgebreide technische voorbereiding en een lange weg door de instituties. Het bedrijf investeerde inmiddels 4,5 miljard dollar in het project, 35 vergunningen moest het verwerven. Vorige week zondag gaf de Amerikaanse overheid, die na de ramp in 2010 met de Deepwater Horizon in de Golf van Mexico de eisen flink had opgeschroefd, eindelijk de laatste af.

Na ruim één dag boren moest Shell de activiteiten weer staken. De wind draaide waardoor een ijsplaat gevaarlijk in de buurt van het boorschip dreigde te komen. De ankers gingen los, het werk werd gestopt en het wachten op betere tijden begon.

De tijd dringt. De vergunning schrijft voor dat het boorschip vanwege de invallende winter en het oprukkende ijs in ieder geval eind oktober weg is. Maar als Shell zeker wil weten of er olie in de grond zit, zal het dieper moeten gaan en de eventuele bron moeten aanboren. Met het risico op lekkage. En dat risico mag het na 24 september al niet meer nemen. De kans is daarom groot dat het echte werk pas in de zomer van 2013 kan beginnen. "We hebben nog een verzoek uitstaan om die deadline van 24 september te verplaatsen", zegt Wim van de Wiel, woordvoerder van Shell hoopvol.

Het is een project voor de zeer lange termijn, zegt Lucia van Geuns van het Internationale Energie Programma van het Clingendael Instituut. "Voordat Shell deze olie in productie kan nemen, zijn we al gauw twintig jaar verder." Maar de inzet is hoog. Volgens schattingen bevat de Arctische regio 13 procent van de nog niet ontdekte wereldvoorraad aan olie en 30 procent van de gasvoorraad. 95 procent van die voorraden ligt binnen de economische zones van de vijf aangrenzende landen (In Alaska in de VS, Canada, Groenland, Noorwegen en Rusland). Het meeste gas bevindt zich in Russische bodems, terwijl de olie, goed om drie jaar lang aan de wereldvraag te voldoen, vooral voor de kusten van Alaska en Groenland ligt.

Een voorraad voor drie jaar lijkt misschien niet veel, maar voor een bedrijf als Shell is dat een enorme hoeveelheid, zegt Van Geuns, die zelf twintig jaar als geoloog bij Shell heeft gewerkt. "Bedenk dat de wereldproductie nu op 90 miljoen vaten olie per dag ligt. Shell produceert dagelijks ruim twee miljoen vaten. Als ze wat van die Arctische voorraad weten aan te boren, is dat een zeer lucratieve business voor ze."

Dat perspectief van Arctische olie en gas lonkt al langer. In 1918 al bestudeerden seismologen van Shell de mogelijke olievoorraden bij Alaska. Eind jaren tachtig boorde het concern nog olie aan in het gebied, maar bij een prijs van 15 dollar per vat was verder onderzoek niet rendabel.

Maar de technieken om olie te winnen werden beter, het poolijs trok zich langzaam terug en de olieprijs steeg naar 100 dollar per vat. Bovendien raakten maatschappijen als Shell steeds meer aangewezen op dit soort voorraden, legt Van Geuns uit. "De makkelijke voorraden raken uitgeput. En die er nog zijn, worden over het algemeen door nationale maatschappijen geëxploiteerd. Concerns als Shell moeten wel naar dit soort gebieden uitwijken."

Daarnaast is de Amerikaanse overheid gaan schuiven. De regering-Obama was eerst tegen boringen, zegt Van Geuns. Maar het land wil niet meer afhankelijk zijn van olie-import uit instabiele landen. "Economische zelfstandigheid is een groot goed in de VS, ook voor Obama."

Storm loopt het echter nog niet in het poolgebied. Rusland wint wel al gas, maar het enige olieproject dat echt draait, is dat van het Noorse Statoil in de Barentszzee. Alle andere projecten staan op een laag pitje of zijn helemaal stopgezet. De technische uitdagingen en de financiële risico's zijn vooralsnog te groot. Om nog maar niet te spreken van de milieurisico's.

Volgens sommigen is het onmogelijk om in deze polaire wereld verantwoord olie te winnen. Nu kon het boorschip van Shell nog uitwijken voor een naderende ijsberg, maar als er straks echt naar olie wordt geboord, moet de installatie - permanent, dus ook in de winter - bestand zijn tegen het ijs. Een stevige ijsberg schuurt soms meters diep in de zeebodem en het is de vraag of de boorinstallatie zoiets overleeft.

Als er dan olie ontsnapt, bestaat het gevaar dat deze tegen de onderkant van de ijsberg aanplakt. Waarna er weer nieuw ijs tegenaan vriest. Dan drijven er sandwiches van olie en ijs op de oceaan en is de vervuiling niet meer te vermijden.

Shell-woordvoerder Van de Wiel bezweert echter dat zijn bedrijf er alles aan heeft gedaan om dit scenario te voorkomen. "Daartoe hebben we vier barrières opgeworpen. Drie daarvan zijn ter preventie en hebben te maken met procedures en technische veiligheidssystemen. En mocht het dan onverhoopt toch mis gaan, dan hebben we schepen klaarliggen die de olie bergen." Zo'n schip is er nu nog niet, het ligt nog in de haven van Seattle omdat Amerikaanse autoriteiten het niet zeewaardig achten - om die reden mag Shell ook nog niet echt naar olie boren.

Van de Wiel benadrukt dat Shell op allerlei manieren het milieu ontziet. Zo heeft Shell ook een concessie voor proefboringen in de Beaufortzee, ten noorden van Alaska, maar gebeurt dit nog niet omdat de walvistrek nog niet voorbij is. De vergunning schrijft voor dat de plaatselijke bevolking de kans krijgt haar jaarlijkse vangstquotum binnen te halen.

Van Geuns vertrouwt erop dat Shell de risico's tot een minimum zal willen beperken. "Na eerdere rampen met de Exxon Valdez (in 1989) en de Deepwater Horizon zijn de eisen zeer streng. Bovendien kan Shell zich geen imagoverlies veroorloven."

Maar Gert Polet, die werkt bij het Arctisch Programma van het Wereld Natuur Fonds gelooft daar niets van. "Waar olie wordt gewonnen, gebeuren vroeg of laat ongelukken. Als dit allemaal doorgaat, kun je er ook in Alaska op wachten."

Het gegeven dat een strenge Amerikaanse overheid de benodigde vergunningen heeft afgegeven, overtuigt hem niet. "Shell moest bijvoorbeeld met testresutaten aantonen dat de zogeheten blowout preventer, de stop die het boorgat in geval van nood moet afdichten, afdoende werkt. Nou, dat kon je volgens ons geen serieuze test noemen. Die resultaten pasten op een A-viertje; het was nog minder dan een eenvoudige APK-keuring."

Het probleem is dat het Arctisch gebied zeer kwetsbaar is. Het heeft een eenvoudig ecosysteem dat al snel geheel is ontregeld en zich traag herstelt. Polet: "Je ziet het aan de ramp van de Exxon Valdez. De olieresten liggen nog steeds op de kust. Bovendien is het er 's winters donker en ligt er veel zeeijs. En het is afgelegen. Allemaal factoren die het moeilijk maken om snel en doeltreffend in te grijpen."

Hij vindt het onbegrijpelijk dat vanwege zulke kleine voorraden - na drie jaar is alles weer op - zulke grote risico's worden genomen. "Het is voor Shell zelf misschien wel veel, maar voor de wereld niet. Het einde van het fossiele tijdperk nadert. Het zou mooier zijn als Shell tot de conclusie zou komen dat het in een fuik zwemt, en dat het roer om moet. Het verbaast me dat ze zich zo blind staren op die oliewinning en niet investeren in duurzame energie. Als grootste energiebedrijf in de wereld zou het concern die stap moeten zetten, maar helaas: ze hebben dat duurzame pad juist verlaten."

Dat ziet Wim van de Wiel anders. "In 2050 zal de vraag naar energie in de wereld zijn verdubbeld. Om daaraan te voldoen zullen we alle energiebronnen maximaal moeten benutten. Ook fossiele brandstoffen. Wij zijn ervan overtuigd dat we dat op een verantwoorde wijze kunnen doen."

Steeds minder ijs
Deze zomer smolt het zeeijs van het Noordpoolgebied tot een historisch minimum. Op dit moment is de ijskap minder dan vier miljoen vierkante kilometer groot, nauwelijks meer dan de helft van het langjarig gemiddelde - voor deze tijd van het jaar. De aarde warmt in dit gebied twee keer zo snel op dan gemiddeld. En het effect versterkt zichzelf: het zonlicht wordt minder weerkaatst en krijgt nu meer kans om de Noordelijke IJszee direct op te warmen. Als deze trend doorzet is het Noordpoolgebied halverwege de eeuw in de zomer ijsvrij, en wellicht zelfs eerder.

Deze ontwikkeling treft ook de kustgebieden waar concerns azen op olie en gas. In het Arctisch gebied is aan het begin van de zomer een vijfde van het land minder door ijs bedekt dan vijftig jaar geleden. En door dat terugtrekkende ijs kalft de kust her en der af: in sommige delen van Alaska zo'n veertien meter per jaar. Landinwaarts ontdooit de toendra. Gebouwen verzakken daardoor, maar anderzijds wordt het land soms geschikt voor akkerbouw.

De Noordwestelijke Doorvaart werd dit jaar overigens niet ijsvrij. Het ijs smolt wel, maar er kwam ook meer ijs vanuit het noorden aangedreven.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden