'Je kunt niet buiten je eigen tijd denken'

Dichteres Judith Herzberg bewerkte de bijbelse klaagliederen van Jeremia tot een intieme poëziebundel die de tijd lijkt te weerspegelen. 'De Bijbel bevat veel wijsheid maar het is ook een raar, racistisch boek. Het refrein is toch: eigen volk eerst.'

Is het mogelijk om het volgende gedicht te lezen zonder te denken aan het wereldnieuws, de eurocrisis, de financiële sector?

Klein en groot stuk voor stuk

gierig, inhalig. Bon ton

werd de leugen van hoog tot laag.

Wie leiding had dienen te geven

deed niets dan bedriegen

spon reeksen leugens.

Geen keuze

bleef horigen, zij kregen

de rol opgedrongen

van medeleugenaar.

Vrede vrede

wordt beweerd

maar vrede is er niet.

Schamen zij zich

nu hun roofzucht bekend werd?

Niet één van hen bloost

niet één buigt het hoofd.

De schrijfster, Judith Herzberg (77), moet een beetje lachen om de vraag. Ze schrijft uitsluitend met pen en papier, de nieuwe media laat ze geheel aan zich voorbij gaan, in weerwil van vrienden met bekeringsdrang. In haar kamer valt de winterzon royaal door de hoge ramen de serre in. De schreeuwerige actualiteit lijkt hier ver weg. Maar tussen de stapels boeken liggen kranten en tijdschriften. En ook de televisie en de radio staan soms lang aan ('Ik vind bijna alles interessant').

Judith Herzberg: "Ik begrijp dat je aan de crisis moet denken wanneer je dit leest. Dingen die je opvallen in een tekst, vallen je op omdat je er al mee bezig was. Je kunt niet buiten je tijd denken. De schrijver niet en de lezer ook niet. Maar dat wil niet zeggen dat het me daar om te doen was."

Haar nieuwe bundel 'Klaagliedjes' ontstond doordat componist Boudewijn Tarenskeen haar vroeg of ze een tekst wilde schrijven voor een muziekstuk, gebaseerd op de klaagliederen uit de Bijbel. "Ik zou het zelf niet gauw in mijn hoofd halen om die klaagliederen weer ter hand te nemen. Het is al eerder gedaan, en mooi ook. Daarbij: ik vind het een beetje aanmatigend.Die teksten zijn op zichzelf al zo mooi. Niet vanwege de heiligheid, of zoiets. Daar heb ik eerlijk gezegd niet eens aan gedacht. Zo heilig is dat boek niet voor mij. De Bijbel bevat veel wijsheid en veel inzichten over hoe mensen zijn. Maar het is ook een raar, racistisch boek, waar veel mensen een voor mij onbegrijpelijke lering aan ontlenen. Het refrein is toch: eigen volk eerst."

Toch wilde Herzberg uit de Bijbel putten. "Dat heb ik ook al eerder gedaan. De Bijbel is een gebruiksvoorwerp. Ik houd erg van de taal van de Statenvertaling. Dat ouderwetse Nederlands is niet meer modern, maar wel veel rijker dan de taal waarover wij nu beschikken. Het is een beetje gek als ik zomaar zeventiende-eeuwse woorden ga gebruiken. Maar als ik dat doe via de Bijbel, is het mooi gelegitimeerd.

"En zo belandt een woord als 'ruchtig' in een gedicht. Iemand vroeg me: wat betekent dat en hoe kom je eraan? Ik weet ook niet meer waar ik het vandaan heb gehaald. Waarschijnlijk ook ergens uit de Bijbel. Ik vind het een mooi woord. Niet luidruchtig, maar gewoon ruchtig. 'Gerucht' klinkt er ook in door. Je begrijpt het meteen, toch?"

De 'Klaagliederen van Jeremia' omvatten in de Statenbijbel amper vijf bladzijden. Ze hebben een bijzondere, poëtische vorm. De eerste regel van de eerste reeks begint met de eerste letter uit het Hebreeuwse alfabet, de tweede met de tweede, enzovoorts. Hierop wordt in de volgende reeksen gevarieerd, steeds met de 22 letters als uitgangspunt.

"Eigenaardige benaming eigenlijk, klaagliederen. Dat woord 'klagen' komt in de Hebreeuwse titel niet voor. Ook de Klaagmuur in Jeruzalem heet in het Hebreeuws eenvoudig 'de Westmuur'. Dat begrip 'klagen' moet een christelijke interpretatie zijn."

Herzberg schreef 33 gedichten, met duidelijk traceerbare verwijzingen naar de bijbelse bron, maar ook heel vrij en associatief. Het verhaal dat de gedichten verbindt is gebaseerd op de eerste twee regels van de bijbelse liederen: Aleph en Beth. Daarin wordt de verwoeste stad Jeruzalem vergeleken met een weduwe, berooid en verlaten.

Het viel Herzberg op hoe treffend en ernstig de metafoor in de Bijbel wordt volgehouden. "Ik kreeg bijna het gevoel dat het andersom is, dat de tekst in werkelijkheid niet over een stad, maar over een vrouw gaat."

Dat bracht haar op het idee om de vergelijking om te draaien. Bij Herzberg is de verteller een weduwe, die in de eerste regels met een vernielde stad vergeleken wordt - verloren, armlastig. En dus moest er een verloren geliefde worden bedacht. "Als personage is een weduwe op zichzelf natuurlijk niet iets. Een overgebleven figuur, een rest. Maar van wie of wat? Zo kom je vanzelf van het een op het ander, als je maar lang genoeg zit te piekeren."

De liefdesgeschiedenis baseerde ze losjes op de biografie die de weduwe van Robert Maxwell schreef over haar leven met haar man. Deze Tsjechisch-Britse mediamagnaat, die opgroeide in armoede ('Ellende waar troost nooit troost genoeg voor zijn kon'), stond model voor een man die door zijn succes veranderde in een onverzadigbare multimiljonair. Zoals alleen een toneelschrijver dat kan, schetst Herzberg in kernachtige zinnen de levens van twee geliefden die ondanks hun innige verbondenheid onherstelbaar van elkaar vervreemden.

Een liefdesverhaal, intiem en ontroerend. En toch is er iets verontrustends aan de decadentie en het verval, iets wat het perspectief van de weduwe ontstijgt. Als de verteller spreekt over haar mans rijkdom, over de groei die zo overvloedig groeide, 'dat hij zich overwoekerd voelde', en over de leegte die daarop volgt - 'omhoog omhoog als motto/ leek overleefd'.

Gaan deze gedichten wel over twee geliefden, die vergeleken worden met een vervallen stad? Of gaan ze eigenlijk over een rijk continent dat jarenlang dacht dat rijkdom vanzelf sprak, en dat zich blind houdt voor de verwoestingen die het aanricht:

Corruptie vind ik een vulgair begrip ik houd het liever op

verwonderlijke kas-tekorten.

Is hier de weduwe Europa aan het woord? Herzberg: "Welnee. Zo wil ik helemaal niet over Europa praten. Europa is een onvervangbaar vredesbolwerk. Duitsland en Frankrijk trekken samen op, dat is toch ontroerend, zo kort na alles wat er in de vorige eeuw gebeurd is? Voor je het weet beland je in een self fulfilling prophecy. Daar wil ik niet aan."

Judith Herzberg: 'Klaagliedjes'.

De Harmonie, Amsterdam. ISBN 9789061699941; 37 blz. €15,90.

Dichteres en scenarioschrijfster
Judith Herzberg (1934, Amsterdam), dochter van jurist en schrijver Abel Herzberg, is dichteres en scenarioschrijfster. In 1961 publiceerde ze in Vrij Nederland haar eerste gedichten. In 1963 verscheen haar eerste bundel 'Zeepost'. Sinds begin jaren zeventig schrijft Herzberg ook toneelstukken en scenario's voor film en televisie. In samenwerking met regisseur Frans Weisz maakte ze de film 'Charlotte' (1981), over het leven van de in Auschwitz vermoorde schilderes Charlotte Salomon, alsmede de 'Leedvermaak'-trilogie, in 2009 afgerond met 'Happy End'. Haar gedichten zijn vertaald in onder meer Duits, Turks en Engels. In 1997 ontving ze voor haar poëzie de P.C. Hooftprijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden