'Je kunt mooi oud worden in dit vak'

Beeld ANP

Ze is bekend als tafeldame van De Wereld Draait Door. Maar het echte leven van Halina Reijn speelt zich af in het theater. Vorige maand kreeg ze de Theo Mann-Bouwmeesterring. ‘Op het toneel ben ik echter dan daarbuiten.’

Ze draagt geen ringen om haar vingers. Ook niet dé ring. ‘Nee, ik vind het eng om hem om te doen. Hij ligt thuis. Die ring schijnt heel kostbaar te zijn. Ik zou hem niet willen verliezen. Hij is niet van mij, hè.’

De ring, dat is de Theo Mann-Bouwmeesterring, genoemd naar een van de grootste actrices uit de Nederlandse geschiedenis. Sinds 1911 wordt die als eerbetoon van de ene op de andere actrice overgedragen. Halina Reijn kreeg hem vorige maand van Ariane Schluter vanwege ‘haar persoonlijke spel en volledige overgave aan het toneel’.

Als je op jouw naam googelt, kom je eerst bij botox, kinderloosheid, wel een vriend, niet een vriend. Pas na lang zoeken komt er iets over toneel. Hoe belangrijk is deze prijs voor jou?

“Heel belangrijk. Ik heb van Ivo (van Hove, directeur van Toneelgroep Amsterdam, SK) geleerd: elke prijs is mooie reclame voor onze sector. En het is bijzonder dat ik de prijs krijg van een vakgenoot. Een actrice weet precies wanneer je onwaarachtig bent. Die ziet elk detail. Ik ga nu even iets pathetisch zeggen: toen ik hem kreeg voelde ik dat ik in een geschiedenis van vrouwen stond. Vrouwen die generatie na generatie worstelen om dit werk te combineren met hun persoonlijk leven. Ik had even zo’n Oscarspeech in mijn hoofd en dacht, met Marieke Heebink en Hélène Devos naast me: deze prijs is voor álle vrouwen.”

Is de prijs ook belangrijk voor je imago?

“O, mijn imago…..”

Vind je het vervelend dat je niet als groot actrice bekend staat bij het grote publiek?

“Nou ja, als ik echt zorgvuldige gedachten had over mijn imago had ik niet al die relletjes veroorzaakt. Natuurlijk is het ironisch dat mensen mij eerder door ‘De Wereld Draait Door’ kennen dan door waar ik 24 uur per dag mee bezig ben. Aan de andere kant is DWDD voor Toneelgroep Amsterdam van groot belang. Ik mag er vaak vertellen wat ik nu weer heb meegemaakt met Jude Law of in New York. Dat lijkt te helpen, want bij ons is de zaal vaak uitverkocht. Daarmee zijn we een van de weinige gezelschappen helaas. Maar de frustratie dat sommigen denken dat ik columniste of redactrice van DWDD ben, heb ik lang geleden losgelaten. Als mijn tv-optredens een paar mensen extra het theater in drijven, ben ik gelukkig.”

Ariane Schluter bewondert je, zei ze in haar speech, omdat je op toneel schaamteloos bent. Herken je dat?

“Het is niet zo dat ik geen gêne heb. Spelen - ook in het repetitielokaal - vind ik een heel gênante, verschrikkelijke bezigheid. Mensen denken vast dat wij acteurs zeggen: ‘Heerlijk, ik mag weer spelen, ik mag me lekker de hele dag aanstellen.’ Maar wij willen alleen maar nog een kopje koffie, want dan heb je tien minuten uitstel.

“De paradox van de speler is dat je eigenlijk niet durft, maar dat je talent groter is dan je angst. Je talent drijft je ernaartoe omdat de beloning - alles dat je door gaat maken - groter is dan waar je tegenop ziet.

“Die gêne heb ik dus wel. Maar ik heb geleerd om die in naam van de kunsten niet toe te laten. Of nee, eigenlijk juist wel toe te laten, in alle lelijkheid en heftigheid. Al je bloed, zweet, tranen, je meest intieme, stomme emoties leen je aan het kunstwerk. Als ik de idee achter een voorstelling begrijp en het is intelligent doordacht - en in Ivo heb ik een kunstenaar gevonden die dat kan - dan vind ik dat je geen grenzen moet kennen. Dat kader is dan de grens, daarbinnen is het veilig.

“Als je dat echt voelt, kun je zoals in ‘Husbands and Wives’ in een lekkere wijde broek met een bril op iets uitbeelden of in je blootje spelen. Of een prachtige vrouw spelen, dat is ook heel eng. Want hoezo prachtig? Dat ben ik helemaal niet. En dan wordt er in dat stuk gezegd: En zij heeft een schóónheid. Nou, dan wil je dat toneel echt niet op. Maar we hebben nou eenmaal met elkaar afgesproken dat ik een prachtige vrouw ben. En dan durf ik het wel. Dan vind ik het zelfs een plicht om die vrouw te zijn. Alle wezenlijke dingen zitten hem in de taboes, in wat we niet tonen, waar we niet over praten. Daarvoor ga je naar theater.“

 Je lijkt op toneel ook heel kwetsbaar. Een ruwe bolster, maar daaronder zit dat kleine hartje.

“Ik denk dat ik op toneel echter, puurder ben dan daarbuiten. Je hoeft op toneel niet zo bang te zijn, want alles is immers afgesproken. Veel van de personages die ik speel doen sterk en schreeuwen hard, maar weten eigenlijk niet wat ze aan het doen zijn. Ik denk dat iedereen die twee kanten in zich heeft. Zo vind ik troost in ieder personage.”

Zo lijkt het vak van actrice wel een voortdurende psycho-analyse.

“Zo is het wel een beetje, ja. Als ik een periode niet speel, kan het leven heel zinloos en oppervlakkig voelen. Want als je hier komt repeteren, gaat het gesprek altijd over de essentie van het leven. Shakespeare, Ibsen, Visconti, de existentiële vragen komen altijd aan bod. De schouwburg is voor mij wat de Kerk voor sommige andere mensen is. Je gaat collectief door iets heen en dat is heel louterend. Soms denk ik ook wel: mag het even over een suikerspin gaan of zoiets? Je moet wel elke avond de ellende in, zelfs al speel je komedie. ‘Husbands and Wives’ bijvoorbeeld - dat spelen we nu - gaat over alle kleine taboes van de liefde. Ook heel louterend.”

Je speelt ook vaak de archetypische vrouw, de begeerde vrouw waar de mannen omheen cirkelen. Is dat omdat die rol jou goed past?

“Het komt deels door de klassieke toneelliteratuur. Die vervalt voor de vrouw helaas in de archetypes hoer, maagd, moeder, femme fatale. Het is maar zelden dat je een type als Hedda Gabler kunt spelen, een intellectuele vrouw die anderen domineert.

“We zijn nu aan het praten over de voorstelling ‘Obsession’. Dat is ook weer met twee mannen en een vrouw. We willen niet weer het cliché van sekssymbool neerzetten.

“Toch herken ik mezelf ook in die stukken. Die megasterke vrouw in ‘The Fountainhead’, die toch valt voor een architect die haar enorm domineert, Kate in ‘Het temmen van de feeks’: de dualiteit van die personages zit uitvergroot in mezelf. Ik wil ook een ridder die me beschermt en tegelijk juist sterk zijn.”

Je moet ook heel vaak bloot.

“Grappig genoeg ben ik bij Ivo nooit naakt geweest voor ik speelde in ‘The Fountainhead’ en ‘Stille kracht’. In dertien jaar niet. Maar ik ben één keer bloot te zien geweest in ‘Lulu’ van regisseur Theu Boermans. En dat onthouden de mensen. Allerlei emotionele overgangen of technische hoogstandjes gaan het ene oor in en het andere oor uit. Maar ze was náákt! Dat wordt dan onthouden. Best grappig eigenlijk.”

Je bent ook wel heel erg mooi.

“Nou, het licht helpt ook een handje, hoor. Ik ben nu 41, dan is het niet meer evident om bloot te gaan. Maar bloot is de pure staat van zijn. Ik begrijp wel dat een regisseur daarvoor kiest als het over de essentie van het leven gaat. Maar het gaat bij mij niet vanzelf, zoals mensen soms denken. Ik vind het allemaal heel erg gedoe.”

Zie je nu je 41 bent op tegen de tijd dat je te oud wordt voor die archetypische rollen?

“Ik ben een neuroot, ik ben voor alles bang. Maar gek genoeg heb ik deze angst niet. Je kunt mooi oud worden in dit vak, ik zie genoeg voorbeelden. Zoals Anne-Wil Blankers of Juliette Binoche, die Antigone speelde terwijl ze al in de vijftig was. Wat dat betreft is er nu wel wat veranderd voor vrouwen.

“Het enige waar ik bang voor ben - dat zal ik eerlijk zeggen - is geheugenverlies. Toen ik negentien was hoefde ik maar naar een bladzijde tekst te kijken of het zat er in. Nu moet ik echt studeren. Bij repetities weet ik af en toe niet meer waar ik ben, omdat we alles door elkaar oefenen. Hoe ouder je wordt, hoe minder flexibel.”

En nu ga je ‘Obsession’ spelen in het Engels.

“Dat is nog een tandje erbij. Want Nederlands, dat voelt als een tweede huid. Voor acteren moet je jezelf op een bepaalde radiofrequentie zetten waarin je helemaal open bent, maar toch de afspraken na kunt komen. Maar weet je in die stand die ingewikkelde monoloog in het Engels nog?

Heel Nederland is al opgewonden dat de beroemde Jude Law hier in juni komt spelen. Voel jij die opwinding ook nu je tegenover hem zal staan in Obsession?

“Ja en nee. Hij is natuurlijk echt een wereldster. En de druk is vele malen groter door de aandacht van de media. Aan de andere kant was het Jude’s expliciete wens om bij Toneelgroep Amsterdam te werken, in ons laboratorium. Met elkaar lunchen, met elkaar leven, zoals dat hier gaat. Dat hij dat wil, maakt het wel relaxed. Daarom staat er nu geen grote naam tegenover hem - ze hadden ook Cate Blanchett kunnen vragen - maar Halina Reijn. Nou, ze weten echt niet wie dat is in Wenen of waar we dit stuk ook maar gaan spelen. Dat is een ongelooflijke kans.

Halina Reijn gaat met Jude Law samenwerken in het theater Beeld EPA

Terug naar de ring. Ga je hem doorgeven? Zijn er kandidaten voor?

“Zeker! Hélène Devos met wie ik elke dag speel, is een zeldzaam talent. Timing, gekte, een eigenzinnig, maar sexy uiterlijk. En een enorme ensemblegeest van elkaar gunnen. Maar ik ben ook fan van Wine Dierickx. En dan hebben we het nog niet eens over mijn eigen generatie actrices.

“Ik heb trouwens ook nog de Courboisparel van Kitty Courbois. Die is voor iemand die zich heeft bewezen in film, tv en toneel. Die wil ik binnenkort maar eens van de hand doen. Anders wordt mijn imaginaire kluis te vol.”

Halina Reijn

Halina Reijn (1975) speelt haar hele leven al toneel. Als jongere begon ze bij de Vooropleiding Theater Groningen. Via de Toneelacademie Maastricht en theatergroep De Trust kwam ze in 2003 bij Toneelgroep Amsterdam. Daar won ze de Theo d’Or voor ‘Nora’. De rol waarvoor ze de Theo Mann-Bouwmeesterring het meest verdient vindt ze zelf de monoloog ‘La Voix Humaine’, die ze over de hele wereld speelt. In april gaat ‘Obsession’ in Londen in première, waarna Amsterdam, Luxemburg en Wenen volgen.

Daarnaast speelde Reijn in films en televisieseries. Onder andere samen met Tom Cruise in de Hollywoodfilm ‘Valkyrie’.

Reijn schrijft al jaren columns, onder andere in Wendy Magazine, JAN en het zaterdagmagazine van de Vlaamse krant De Morgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden