'Je kan me wel bedreigen maar ik maak dit toch'

Rachid ben Ali wekt woede met zijn getergde schilderijen over wat hij ziet als een islam voor idioten. Hij hoopt dat het publiek er de humor van kan inzien.

Hij heeft net bezworen dat het niet alleen over islam mag gaan, dat hij over veel meer schildert, dat hij behalve beklemmend werk óók doeken vol zoetigheid produceert. Maar gevraagd naar zijn eigen favorieten op de tentoonstelling in het Cobra Museum in Amstelveen, loopt Rachid ben Ali toch op de heftigste wand af, met zijn meest rechtstreekse aanklachten tegen uitwassen van de islam.

De tekeningen en schilderijen hangen half over elkaar heen. Duistere figuren kotsen brokken uit die lijken op poep. 'Enge haat imam' heeft Ben Ali daar in een kinderlijk handschrift bij geschreven. Er hangt een gestileerde tekening van een lichaam met een brief erop gestoken. En een met een zwart kruis dat fel afsteekt tegen een rode achtergrond, een soort graf. 'Mohammed', staat daarop. Eén tekening verder streelt een Marokkaanse jongeman zijn enorme stijve penis. ,,Het is ook om te lachen.''

De tekeningen en schilderijen van Ben Ali zijn -of je ze nu mooi vindt of lelijk, primitief of knap gemaakt- indrukwekkend. De bezoeker die blasé en onaangedaan langs zijn werken loopt, doet alsof. Het liefst zag hij dat alles kriskras door elkaar hing en niet zoals nu keurig op een rij, in een zee van wit. ,,Dit is me veel te chic, maar het museum wilde het zo. Gek hè?''

De kwaliteiten van Ben Ali worden breed gewaardeerd. Het Stedelijk Museum in Amsterdam heeft werk van hem. Koningin Beatrix koos een schilderij van hem uit voor de tentoonstelling die zij in 2000 in dat museum samenstelde. In 2003 won hij de KDR-KunstRaiprijs, voor kunstenaars onder de vijfendertig. Nu zijn al zeker acht stukken verkocht. Dit, terwijl de tentoonstelling in het Cobra helemaal niet voor verkoop is bedoeld.

Ben Ali's carrière kwam in een stroomversnelling toen de Newyorkse advocaat en kunstverzamelaar Yoram Salic hem eind jaren negentig een groot bedrag toestopte in ruil voor schilderijen. Drie werken werden overigens op 11 september 2001 verzwolgen. Ze hingen in Salics kantoor in het WTC.

Er zijn vaker mensen geweest, mannen meestal, die wat zagen in Ben Ali. Hij is ook innemend. ,,Maar voordat iemand dat denkt: ik ben niet een soort hoer of zo, hoor. Salic bijvoorbeeld is een getrouwde man met kinderen. Daar was ik juist zo blij mee, anders moest ik dát weer rechtzetten.'' De meeste zakencontacten deed hij in het begin op in het uitgaansleven, waar hij graag aan deelneemt.

Mensen komen, is Ben Ali's ervaring, op hem af. Ook zijn huidige zakelijke vertegenwoordigster, de Haarlemse, gerenommeerde galeriehoudster Tanya Rumpff. ,,Ik stond met vrienden in mijn atelier, uitgedost voor een feest. Er kwam een klein vrouwtje op me af dat zei: ik wil jouw kunst verkopen. Zelf ben ik niet zo dapper dat ik met een map onder mijn arm galeries afga.''

Hij schildert, legt Ben Ali uit, altijd over nieuws. Er hangen in het Cobra Museum ook stukken over de tsunami. En in een hoekje van één schilderij staat '10 over 7. Prins Bernhard'. ,,Ik zat te schilderen toen ik op de radio hoorde dat koningin Beatrix plotseling weg moest bij de uitreiking van de Prins Clausprijzen. Ik keek naar de uitnodiging voor de prijsuitreiking, die ik thuis had liggen. Ik was helemaal vergeten om te gaan. Later op de dag begreep ik dat prins Bernhard dood was.''

Ben Ali heeft nog in het museum met zijn penseel rondgelopen om stukken te actualiseren. ,,Ze werden hier gek van me. Zo lijkt het niet meer op de brochure, riepen ze.''

Hij wil maar zeggen: hij kon de laatste tijd, na de moord op Theo van Gogh, niet om de islam heen. En dat kan hij al langer niet. Al een paar jaar geleden schilderde hij koranteksten op blote lichamen.

Maar Ben Ali's verweer is niet aan iedereen besteed. Hij wordt op internet bedreigd en, vertelt hij, fysiek aangevallen. En dat is écht zo, bezweert hij. Mocht iemand soms denken dat hij zoiets uit zijn duim zuigt om aandacht te trekken. ,,Ik ben al beroemd.''

Voorheen nam hij wel eens een loopje met de waarheid. Ben Ali heeft verscheidene, tegenstrijdige verhalen verteld over zijn levensloop. Die zijn elk een eigen leven gaan leiden. In kranten en tijdschriften, brochures, catalogi en op internetpagina's. Die verhalen halen hem steeds in.

Hij zou zijn geboren in Taza in Noordoost-Marokko. ,,Het lekkerst voel ik me als ik de weg afleg naar het huis van mijn ouders'', mijmerde hij in 2001 in een krantenartikel. ,,Je hebt er geen enkele luxe, niet eens een douche, maar je voelt je de koning te rijk met een bord couscous op schoot.''

Onzin, zegt hij nu. ,,Maar dan zit er weer zo'n kutjournalist tegenover je die je wil afschilderen als een zielige Marokkaan, met moeite opgeklommen tot succesvol kunstenaar. Ik zei het als joke: willen jullie dat ik uit de bergen kom, dan kom ik uit de bergen. Wil je een kotsverhaal? Dan geef ik je het allergrootste kotsverhaal dat ik kan verzinnen.''

Ben Ali is in werkelijkheid, zegt hij nu, geboren in Breda. Uit Marokkaanse ouders. Maar wanneer was dat? 1968 circuleert. 1975 en 1974 ook. ,,Ik ben geboren op 26 oktober 1978.'' Hij biedt half gekscherend een kopie van zijn paspoort aan, om in de krant af te drukken. ,,Ik heb altijd vaag gedaan over mijn leeftijd. Ik heb daar een dingetje mee, vind het privé. Ik vind het niet belangrijk en praat liever over mijn werk.''

Ben Ali zou flink wat hebben gestudeerd om kunstenaar te worden. Aan academies in Rotterdam en in Arnhem en de Hoge School voor de Kunsten in Antwerpen, zo staat vaak op zijn cv. ,,Dat heb ik echt helemaal verzonnen. Ik beken schuld. Het was uit nervositeit. Ik dacht: zonder opleiding ben je geen echte kunstenaar.''

In dat artikel uit 2001 zei Ben Ali dat hij geen homo is. Dat is hij wel. ,,Maar ik was toen net een keer op straat in elkaar geslagen en ik was een beetje bang.''

Soms praat Ben Ali wat warrig, het gevolg van een handicap waarover hij niet wil uitweiden. ,,Dan ben ik straks de Marokkaanse, homoseksuele en ook nog eens gehandicapte kunstenaar. Dan praat helemáál niemand meer over mijn werk.''

Om dezelfde reden houdt hij zijn precieze familiegeschiedenis voor zich. Hij groeide grotendeels op in

internaten en bij voogden en heeft geen contact meer met zijn familie. Meer wil hij er niet over kwijt. Ja, dat tekenen en schilderen al zijn houvast is sinds zijn derde jaar. ,,Ik heb nog steeds dingen die ik toen heb gemaakt. Mijn tekeningen zijn het enige dat ik overal mee naartoe neem. Mijn basis.''

Hij verzucht: ,,Eerst vond ik het leuk om verhalen over mijzelf te verzinnen. Maar ik deed ook maar wat. Ik kreeg meteen zo veel aandacht van de pers. Ik ben geen popster, heb geen persvoorlichter of zoiets. Je moet daarin groeien, jezelf zijn in de media. Ik heb toen niet bedacht dat mensen mij door al die verhalen misschien niet zullen geloven als ik iets serieus heb te zeggen.''

En dat heeft hij nu. Rachid ben Ali wordt bedreigd en geïntimideerd. ,,Ik had grote twijfels over de vraag of ik dit naar buiten moest brengen. Aan de ene kant ben ik bang dat ik mezelf verder in gevaar breng. Tegelijk: dit is wel gebeurd en mensen moeten dat weten. Ze moeten weten dat je tegenwoordig zelfs als kunstenaar niet veilig bent. En ik vind het ook belangrijk dat dit bekend wordt zodat later, mocht mij wat overkomen, niet wordt gezegd: o, dat op het Rembrandtplein, dat was maar een vechtpartijtje van dronken mannen.''

Hij kan zich totaal niet inleven in zijn felste tegenstanders. ,,Ik protesteer alleen tegen slechte mensen. Tegen imams die de baas willen spelen. Mensen die denken dat hun manier van leven de enige is en dat er maar één waarheid is. Die niet nadenken. Ik heb niets tegen geloof, ik heb iets tegen idioten. Ik wil mensen vrij laten denken.''

Op een roze doek in het Cobra Museum staat: 'Je kan me wel bedreigen, maar ik maak dit toch'. En: 'stomme extremisten'. ,,Die mensen snappen niet dat kunst verschillende meningen kan laten zien. Ze denken dat ik met ze vecht. Islammensen hebben geen humor. Dat is het grootste probleem. Als je hier binnenloopt, lach je je toch rot? Waarom allemaal zo ernstig?'' Hij wijst op Pokémon-achtige figuurtjes die soms onverwacht op een strijdtoneel opduiken.

,,Toen ik al die negatieve reacties zag, dacht ik even: de volgende keer doe ik het zo niet meer. Maar één minuut later wist ik zeker dat ik niets ga veranderen. Misschien bedenk ik het allemaal te kinderlijk, maar zo ben ik.'' Angst voor terrorisme? ,,Is dat zo groot in Nederland dan? Ik zou het echt niet weten. Ja, en toch gaat mijn werk er heel erg over. Dat heb ik, dat ik heel erg aanvoel wat op een bepaald moment raak is.''

Er was wel vaker een rel over Ben Ali's werk. Ruim twee jaar geleden vroegen Sittardse raadsleden om sluiting van een expositie. Hij imiteert ze, kakelend als een deftige hen. Plotseling ernstig: ,,Maar in Sittard wilden ze me niet vermoorden.'' Op de suggestie dat hij bewust shockeert, reageert Ben Ali steeds verontwaardigd. ,,Nooit!'' Hij noemt zichzelf hartstikke lief, een groot kind. ,,Moslim van geboorte, maar ik doe er weinig mee. Ik geloof op mijn eigen manier.'' Dan, enthousiast, een nieuw plan: ,,Ik ga nog vóór maart een nieuwe koran schilderen. Een zachtaardig boek dat ik kan uitdelen. Wat niet van deze tijd is gooi ik eruit.'' De eerste pagina heeft hij na de bedreigingen meteen gemaakt en in het Cobra Museum opgehangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden