‘Je hoeft geen Hofland te zijn voor een weblog’

Rutger de Quay: 'Blogs zijn vaak saai geschreven. Net condoleanceregisters. Ik tik ook wel eens drie weken niet, omdat ik dan geen tijd heb of geen boeiende dingen heb meegemaakt om over te schrijven.' (FOTO KOEN VERHEIJDEN) Beeld
Rutger de Quay: 'Blogs zijn vaak saai geschreven. Net condoleanceregisters. Ik tik ook wel eens drie weken niet, omdat ik dan geen tijd heb of geen boeiende dingen heb meegemaakt om over te schrijven.' (FOTO KOEN VERHEIJDEN)

Een 14-jarige blogger won deze week een award bij de DutchBloggies-verkiezing. Want Rutger de Quay schrijft liever stukjes dan dat hij op straat tegen een balletje trapt. Wat bezielt hem?

’Veel 13-jarigen voetballen, ik schrijf een weblog.’ Met deze woorden introduceert Rutger de Quay zich bij Google, en daarmee aan de wereld. Inmiddels is hij veertien en heeft zijn website koekjesfabriek.com deze week een award gekregen bij de DutchBloggies-verkiezing. Volgens de jury is zijn site de beste persoonlijke weblog.

Persoonlijk is die. Niks geen doorwrochte analyses of scherpzinnige observaties naar aanleiding van nieuwsgebeurtenissen. Het is het alledaagse dat De Quay met verve beschrijft.

Zoals direct na de ontvangst van zijn award: „En opeens overviel me een gevoel van extreme moeheid. Hoe ik drie kwartier eerder opgewekt mijn DutchBloggie award in handen nam, was ik op dat moment een zielig jongetje die de intercity zag als slaapmiddel. Daarbij struikelde ik over het treinmaterieel. Er was een muur waar ik mijn jas tegenaan kon kwakken, maar die zat zo’n eind weg van mijn stoel dat ik als een waar yogamens moest zitten om een poging te kunnen doen tot slaap. En gezien ik + yoga hetzelfde is als een frikadel in de diepvries leggen en daarna opeten, kunt u begrijpen dat ik dat niet deed. De vraag die ik me nou stel, is simpel: hoe slaapt een mens in een trein?”

Volgens Dutch Bloggie-juryvoorzitter Jeroen Mirck een treffend voorbeeld van hoe De Quay op authentieke wijze zijn observaties beschrijft. Mirck: „Hij beschouwt zijn eigen wereldje, dat weliswaar marginaal en klein is, maar toch leuk is om over te lezen door de stijl. Dat is een kunst. ’De Avonden’ is een van de beste Nederlandse romans, maar je kunt niet zeggen dat dit een spannend avontuur is. Reve heeft het gewoon heel mooi opgeschreven. Hetzelfde geldt voor Aaf Brandt Corstius als columniste. Zij maakt geen wereldschokkende dingen mee, maar schrijft over haar kinderwens of over trendy kleding. Op een leuke manier.” Mirck wil maar zeggen: om lezenswaardig te zijn ’hoef je geen Hofland meer te zijn’.

Wat vindt De Quay er eigenlijk zelf van? Hoe kwam hij er als 13-jarig joch toe een weblog te beginnen, in plaats van te gaan voetballen op straat? „Ik schreef altijd al graag”, legt De Quay uit. Hij praat snel, met Amerikaanse intonatie (het einde van de zin lang uitrekken) en gebruikt hippe woordherhaling: „Ik had al een tijdje een webpagina met losse flarden, maar dat was nog geen ’weblog weblog’. Op een gegeven moment besloot ik er serieus mee aan de gang te gaan. Ik las veel andere blogs, die ik vaak saai geschreven vond. Net condoleanceregisters. Dat kan ik beter, dacht ik.”

Omdat De Quay koekjes lekker vindt, gebruikt hij het woord in de context van zijn blog metaforisch voor ’stukjes’: hij is beheerder van een fabriek die lekkere stukjes, ofwel koekjes, produceert.

De weblog is zijn uitlaatklep geworden. „Ik schrijf wanneer ik zin heb. Ik tik ook wel eens drie weken niet, omdat ik dan geen tijd heb of geen boeiende dingen heb meegemaakt om over te schrijven.”

Wanneer acht De Quay iets boeiend genoeg om over te schrijven? Het moet een onderwerp betreffen waar hij iets om heen kan fantaseren, legt hij uit. „Het moet geen lief dagboek worden. Lezers moeten zichzelf erin kunnen herkennen en zelf nog iets aan het stuk kunnen voegen. Ik vind het ook leuk als ik er feedback op krijg.”

Juryvoorzitter Jeroen Mirck roemt deze aanpak. „De Quay gaat met een gedachte aan de haal en weet dit door met taal te spelen toegankelijk en aantrekkelijk op te schrijven. Toen ik hem voor eerst zag bij een blogevenement, dacht ik: het zal wel een gimmick zijn, zo’n jong joch van veertien. Totdat hij zijn eigen tekst voordroeg en ik onder de indruk raakte. Hij kan echt heel goed schrijven.”

Niet zo vreemd dus dat De Quay later ’iets met taal of journalistiek’ wil doen. „Verder houdt het ook op met mijn talenten”, grapt hij. Soms gaat de inspiratie met hem aan de haal. „Laatst raakte ik mijn portemonnee kwijt op Utrecht Centraal. Ik wist meteen dat dit een stukje zou worden. Dan ben ik daar in mijn hoofd meer mee bezig dan met de oplossing voor mijn verloren portemonnee. Best wel eng.”

De Quays lezerspubliek is door de Bloggie-Award in ieder geval al stevig gegroeid: had hij eerst gemiddeld 400 tot 500 lezers per dag, deze week trok zijn weblog op sommige dagen 900 tot 1000 bezoekers.

Hoe zijn omgeving erop reageert? De Quay: „Ik heb met vrienden en familie afgesproken dat als ik over hen schrijf, ik alleen hun voornaam of voorletter gebruik. Soms vragen mensen me (De Quay zet een zeikerig stemmetje op): ’Ga je nu een stukje over me schrijven’? Tja, als je het zo vraagt dus niet. Het moet wel vanzelf gaan.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden