'Je broers leven beknotten is niet leuk, het is zwaar'

Peter Verbeek blikt terug op de vrijheidsbeperkende maatregelen die hij voor zijn broer Wout liet nemen

Met zijn hoofd klem tussen de spijlen van het beddranghek. Zo trof oud-boekhouder Peter Verbeek (69) uit Valkenswaard zijn broer Wout (76) aan, kreunend op een septemberochtend in diens vrijstaande huis in Dommelen. Het dranghek had Peter zelf laten monteren: "Wout was zo broos, hij zou in stukken uiteen kunnen vallen."

Wout, ingenieur van beroep, leed op dat moment al twee jaar aan kanker. Oogholtekanker, om precies te zijn. Zijn jongere broer Peter trof enkele vrijheidsbeperkende maatregelen, die Wout voor zichzelf moesten behoeden.

De laatste maanden kwam hij amper zijn huis nog uit. Zijn gehoor en gezichtsvermogen waren slecht. Met de auto naar het verderop gelegen bos kon niet meer. Peter: "Hij zag zeven auto's op de weg, terwijl er twee waren." Het was niet het enige probleem; Wouts hele gesteldheid ging achteruit.

De achteruitgang ging geleidelijk. Hij vermagerde de laatste maanden; de koelkast bleef vol, hij douchte minder en ging soms met kleren aan naar bed. Eén keer lag zijn bed vol met zandkorrels, vertelt Peter, toen Wout gevallen was in de tuin. Verbeeks vrouw Annie (69): "Dat moesten we van de buurman horen. Zelf had hij ons helemaal niets verteld."

Vallen, zonder opstaan, gesprekken niet kunnen volgen, nauwelijks eten of 's nachts mensen opbellen; het waren volgens Peter signalen dat Wout thuis meer zorg nodig had. Want naar een verzorgingstehuis wilde Wout niet en naar het ziekenhuis al helemaal niet. Daar was hij, sinds een motorongeluk in 1973, vaste klant. Peter: "Hij had een hekel aan het ziekenhuis. Daarom had ik aan het begin van de behandeling aan Wout beloofd dat dat niet zou gebeuren."

Wout was niet eenzaam. Hij kreeg 24 uur per dag verzorging en veel bezoek. Zoals de thuiszorg en de thuishulp, maar ook vrienden, buurtgenoten en familieleden. En dus ook dagelijks broer Peter, die verantwoordelijk was voor de beslissingen over de onvrijwillige zorgmaatregelen.

Zo moest de medicatie omhoog. Wout was wars van medicatie, zijn pijngrens lag hoog, hij had sinds het motorongeluk aan de medicijnen gezeten. En dus? Peter: "Gewoon doen. Pilletje in de mond. Water eroverheen spuiten. Klaar." En om de nachtelijke telefoongesprekken te voorkomen? "De stekker eruit." De Thuiszorg 'zette' Wout tweemaal weeks onder de douche. Alles in overleg met Peter.

De veranderingen verliepen niet geruisloos. Wout verzette zich. Hij rukte aan de beddranghekken en stuurde eens de thuishulp weg. Medicatie weigerde hij. Eén keer sloeg Wout Peter: "Ik wilde niet dat hij zelfstandig ging plassen. Boem!"

Maar de pijn 'kwam' vooral van binnen, zegt Peter die nog geregeld terugdenkt aan de doodstille taxiritten van het UMC Maastricht naar huis. Die beklemmende stilte. Strak van de spanning. "Je broers leven beknotten is niet leuk. Dat is zwaar." Zijn verhaal kon Peter kwijt bij echtgenote Annie kwijt. Soms huilde hij.

Maar Peter heeft geen spijt van de onvrijwillige zorg en vrijheidsbeperkende maatregelen. Hij staat er ook nu nog volledig achter. Hij deed het voor Wout en vanwege de afspraak die zij onderling gemaakt hadden: "Als hij in het ziekenhuis terecht zou komen, zou hij daar blijven."

Ook op zijn laatste dag wilde Wout dwars door de dranghekken heen het bed uit. Het lukte niet: het dranghek gaf geen sjoege, waarop hij met zijn hoofd klem kwam te zitten. Wat wel lukte was thuis sterven, het was zijn grootste wens. Te midden van zijn eigen spullen, zijn familie en niet in het ziekenhuis dat hij al zo lang verachtte.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden