’Je bent nooit meer jezelf als zo iemand dood is’

Lucebert (1924-1994) was dichter en schilder. Maar hij had nog meer talenten, leert de eerste grote tentoonstelling sinds zijn dood. Voor zijn weduwe Tony Swaanswijk-Koek was Lucebert bovenal een ’bijzonder aardig mens’.

De schildersezel staat nog steeds op de plek waar dichter en beeldend kunstenaar Lucebert altijd werkte. De dikke laag verfspatten op de houten vloer, de knipsels, kindertekeningen, foto’s en ansichtkaarten op het prikbord, de verfkwasten in potten, alles is nog intact. Het lijkt of de kunstenaar even weggelopen is uit zijn atelier. Sinds het overlijden van Lucebert in 1994 heeft zijn weduwe Tony Swaanswijk-Koek niets veranderd.

„Niet dat we hier een heiligdom van willen maken”, zegt dochter Maia, die haar moeder een paar dagen per week helpt bij het beheer van de collectie van Lucebert, pseudoniem van Lubertus J. Swaanswijk. „Het komt er gewoon niet van om hier op te ruimen, omdat we het te druk hebben met alles wat er op ons afkomt. En het is ook wel handig om zijn boeken en spullen bij de hand te hebben. We krijgen zo veel vragen over zijn werk, dat over de hele wereld is verspreid. Er zitten hier ook regelmatig mensen te werken die onderzoek doen naar zijn gedichten of schilderijen. Iedereen denkt dat we vooral bezig zijn met archivering, maar daar komen we niet eens aan toe. Alleen al aan de dagelijkse dingen rond de nalatenschap van zo’n beroemde man, heb je je handen vol.” Haar moeder corrigeert: „Ik heb hem nooit gezien als een beroemdheid. Voor mij was hij gewoon een bijzonder aardig mens.”

Dit jaar wordt Tony Swaanswijk tachtig, maar de weduwe blijft wonen in het grote atelierhuis in Bergen, de voormalige kunstzaal (1928) van C. Boendermaker, een verzamelaar van Bergense kunst. „Mij zie je niet in het bejaardenhuis. Lucebert en ik zijn hier veertig jaar dag en nacht samen geweest.”

Vanaf de eerste dag dat ze elkaar ontmoeten, in 1952 in Amsterdam, waren ze onafscheidelijk. Beiden hadden al een kind uit een eerder huwelijk en samen kregen ze er nog drie. Ze waren in die tijd straatarm, maar hebben dat nooit als een probleem ervaren, vertelt ze. Waar het om ging was dat Lucebert zich volledig kon wijden aan het schrijven van poëzie en het maken van tekeningen. Schilderen deed hij toen nog niet, omdat er geen geld was voor olieverf en linnen. Dat je met kunst ook geld kon verdienen, interesseerde hem niet, vertelt Tony Swaanswijk. „We leefden van kleine voorschotten die we kregen van zijn uitgeverij De Bezige Bij.”

In 1953 verhuisden ze van Amsterdam naar Bergen, waar hij een jaar later werd toegelaten als lid van het Kunstenaarscentrum, wat hem tegen inlevering van werk een kleine uitkering van de gemeente opleverde. Lucebert vond het vreselijk dat hij moest werken volgens bepaalde voorschriften. „Hij wilde vrij en ongebonden zijn. We zijn al vrij snel uit de regeling gestapt met 300 gulden. Dat risico durfden we wel te nemen. Dat kun je je nu misschien niet voorstellen, maar zo was het gewoon. We waren gelukkig met het leven dat we leidden. We aten bruine bonen, die ik zelf dopte, en elke avond ging de ketel op het vuur om de luiers uit te koken.”

Lucebert ging elke ochtend om 9 uur aan het werk in het atelier, waar hij de hele dag bleef, vaak tot diep in de avond. Regelmatig kwamen er vrienden langs. Zelf ging Lucebert afgezien van zijn buitenlandse reizen vrijwel nooit de deur uit. „We hebben hier nooit een wandeling gemaakt. Hij leidde een geïsoleerd bestaan.”

Dat haar hele leven in dienst stond van het kunstenaarschap van haar man, ook nu nog na zijn dood, heeft ze nooit als probleem ervaren. Is ze zelf niet tekortgekomen?

„Het leven met hem was zo boeiend, dat was voor mij meer dan genoeg. We waren zo met elkaar verbonden en verweven. Ik deed al het werk eromheen, zodat hij ongestoord kon werken. Ik had me geen mooier leven kunnen voorstellen. Ik mis hem ook verschrikkelijk. Je bent nooit meer jezelf als zo’n bijzonder mens dood is.”

Vorig jaar kreeg ze de Museummedaille, een koninklijke onderscheiding die maar zelden wordt uitgereikt, omdat ze een groot deel van de collectie van Lucebert, 200 schilderijen en ruim tweeduizend werken op papier, had geschonken aan het Rijk. Overeenkomstig zijn wens, want hij wilde dat zijn werk voor een breed publiek toegankelijk zou blijven. De kunstwerken bevinden zich in het depot van het Instituut Collectie Nederland, maar zullen regelmatig in bruikleen worden gegeven aan musea voor tentoonstellingen. Het eerste museum dat daar gebruik van maakt is het Stedelijk Museum Schiedam. Behalve schilderijen en tekeningen worden daar daar ook zijn keramiek en foto’s getoond. In de jaren vijftig en zestig heeft Lucebert veel gefotografeerd, onder meer tijdens zijn verblijf in Parijs en Berlijn en op reizen door Bulgarije, Spanje en Italië. Ook is een ruime keuze uit zijn poëzie te zien en te horen, en zullen films over Lucebert worden getoond. Tegelijkertijd stelt het Cobramuseum in Amstelveen bijna vijftig werken op papier tentoon uit de collectie die het echtpaar Vriens heeft geschonken aan het museum. Ook in Spanje, waar Lucebert vanaf 1965 regelmatig verbleef, en waar zich eveneens een aanzienlijk deel van zijn collectie bevindt, is binnenkort een tentoonstelling.

Dochter Maia: „En zo is er altijd wel iets waarvoor onze medewerking wordt gevraagd. Dan weer is het een museum uit Duitsland, dan weer zijn het studenten of wetenschappers die bezig zijn met een studie. Mijn moeder wil er nog niet aan, maar ik probeer haar zover te krijgen dat ze gaat mailen. Dat is voor haar ook veel handiger.”

De weduwe zelf loopt intussen met schilderijen in het atelier te sjouwen, voor de foto die de fotograaf wil maken. Want niet alle schilderijen heeft ze aan de staat geschonken. Sommige houdt ze voor zichzelf, omdat ze er dierbare herinneringen aan heeft.

De expositie ’Lucebert. Schilder, dichter, fotograaf’, is t/m 3 juni te zien in het Stedelijk Museum Schiedam, www.stedelijkmuseumschiedam.nl. Tegelijk presenteert het Cobramuseum in Amstelveen de tentoonstelling ’Lucebert. Tekeningen. De schenking Vriens’, www.cobra-museum.nl. Op 18 maart organiseert de Universiteit van Amsterdam een symposium over het leesgedrag van Lucebert, die zo’n 7000 boeken bezat over kunst, jazz, filosofie en literatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden