Je bent gek als je Rotterdam nu verlaat

Rotterdammers hebben een haat-liefderelatie met hun stad. Ze kunnen zich diep schamen voor alles wat er misgaat, maar gaat het goed, dan zijn ze in de wolken. Sinds enige tijd borrelt het weer. Grote projecten, zoals het Centraal Station, naderen hun voltooiing. En voetbalclub Feyenoord is weer toonaangevend.

'Ik zeg altijd: Feyenoord is een goede garantie voor levensverkorting. Wat dat betreft is het de afgelopen anderhalf jaar stukken aangenamer geworden. Maar we hebben wat levensduur in te halen. Want wat hebben we geleden."

Volgens oud-burgemeester Bram Peper (73), die met de uitspraak verwijst naar de huidige, betere prestaties van de Rotterdamse voetbalclub, komt een groot deel van het zelfbewustzijn van Rotterdammers van één specifieke plek. Ten zuiden van de Nieuwe Maas, de Kuip, het stadion van Feyenoord.

"Ik merk het in de stad", zegt Peper. "Een zekere vreugde heeft zich van de Rotterdammers meester gemaakt." Voetbal als katalysator van een opgetogen stad. In de Eerste Divisie dingt Sparta mee naar de prijzen en Feyenoord is voor het eerst in jaren weer in de race voor winst in de Eredivisie. Bovendien is de club 'op' Zuid hofleverancier van Oranje.

En als het goed gaat met Feyenoord verspreidt het optimisme zich over de rest van de stad en daarbuiten. Peper ziet het gebeuren: "Dat Feyenoordgevoel zie je door het hele land opkomen. Een werkwijze die mensen aanspreekt: volkser en rauwer, niet arrogant. Van hardwerkende, in de storm staande lieden." En ook het gevoel van de eeuwige underdog, beducht voor de volgende tegenslag.

Nico Haasbroek (69), Rotterdammer en oud-Journaalhoofdredacteur: "Rotterdam heeft al heel wat klappen gehad. Altijd een arme arbeidersstad geweest, die ook nog eens gebombardeerd is in de oorlog. Daarvan krijg je niet automatisch een groot zelfbewustzijn. Dat zelfbewustzijn is in Amsterdam overdreven, hier mag het weleens wat meer zijn."

Doordat Rotterdammers tegenslagen gewend zijn, kunnen dingen alleen maar meevallen, zegt ook Marlies Dekkers (47), ondernemer en lingerie-ontwerpster. Ze komt oorspronkelijk uit Noord-Brabant, maar wil niet meer weg uit Rotterdam. "Door die tegenslagen hebben Rotterdammers hun stad een aantal keer opnieuw moeten uitvinden."

Rotterdammers moesten hun stad herbouwen na de oorlog en grondig vernieuwen in de jaren zeventig. Met de Erasmusbrug verbonden ze de Maasoevers, waarbij het uitdijende centrum meer lucht kreeg en het achterblijvende Zuid nieuw elan. Begin deze eeuw moesten ze opnieuw aan de bak, met een harde aanpak van criminaliteit. Dekkers: "Als het dan weer goed gaat, dan lopen we hier zo trots als een pauw rond".

Peper: "Rotterdam kent golfbewegingen, een paar jaar gaat het goed, dan gaat de golf weer naar beneden". Volgens Peper gaat de stroom nu weer opwaarts. Door Feyenoord, en door grote projecten die hun voltooiing naderen, zoals Maasvlakte 2 en Europa's grootste gebouw: De Rotterdam van Rem Koolhaas. Het gebied bij het Centraal Station nadert ook zijn definitieve vorm als visitekaartje van de stad. Dekkers: "Ik reis de hele wereld over, maar Rotterdam CS wordt het mooiste station ter wereld. Typisch Rotterdams: heel modern en eigenwijs, met dat grote puntdak." Bovenop die bouwkundige en architectonische hoogstandjes is de Rotterdamse haven misschien wel de belangrijkste economische motor van Nederland in crisistijd.

Het maakt de Rotterdammers weer trots op hun stad. Tien jaar terug leek het nog één en al ellende in de Maasstad. Het was een turbulente tijd: Pim Fortuyn werd vermoord, Leefbaar Rotterdam veroorzaakte een politieke aardverschuiving en legde de vinger op problemen die lang toegedekt waren gebleven. Rotterdam? Dat was criminaliteit, zwervende junks, verslaafde straatprostituees en etnische spanningen in verpauperde stadswijken.

Dekkers woonde toen, en nog altijd in Delfshaven, eehn van de grootste probleemwijken van weleer. "De sfeer was grimmig. Na de moord op Fortuyn waren de mensen boos en het was onduidelijk waar het heen zou gaan." Het stadsbestuur handelde voortvarend, zegt ze. "Toenmalig burgemeester Opstelten heeft dat perfect gedaan. Hij praatte met boze burgers, luisterde naar hun problemen en heeft die aangepakt."

"De Rotterdammers waren zwaar ontevreden. Het veiligheidsbeleid moest op de schop en daarbij was beleid een verboden woord. Aanpakken was het devies", zegt stadsmarinier Jan de Kloet (59). Daarom werd zijn functie in het leven geroepen. Stadsmariniers zijn speciale ambtenaren met veel bevoegdheden en directe lijnen naar burgemeester, wethouders, justitie en politie. Elke probleemwijk kreeg er in 2003 een.

De Kloet begon in 2004 in het Oude Westen. "Dat was toen de onveiligste wijk. Perron 0, een verslaafdenopvang bij het Centraal Station, was gesloten. Er was niets voor in de plaats gekomen." De junks zwierven rond en er ontstond een 'enorm drugsprobleem' in het Oude Westen, een wijk die tegen het centrum aanligt.

De Westersingel, een statige singel die vanaf het station door de binnenstad loopt, was in die jaren een plek waar niemand meer durfde te komen, zegt De Kloet. "Tientallen verslaafden liepen er rond, gebruikten open en bloot drugs, naalden slingerden op straat en dealers hingen daaromheen. Die bedreigden elkaar en probeerden elkaars handel te stelen."

Het Oude Westen had in de veiligheidsindex een 'vette 1', op een schaal van tien. Ook andere stadswijken scoorden dikke onvoldoendes. Met afkicktrajecten, samenwerken met bewoners, en door met harde hand overlastgevers aan te pakken zijn de problemen in het Oude Westen teruggebracht. Toen zijn taak in West erop zat ging de Kloet naar Katendrecht, waar jeugdgroepen forse overlast gaven. "Dat hebben we ook succesvol bestreden, Katendrecht is tegenwoordig zelfs een yuppenwijk."

Natuurlijk heeft Rotterdam nog problemen, zegt de stadsmarinier. "Er dienen zich altijd nieuwe veiligheidskwesties aan, er zijn problemen met groepen Roemenen en Bulgaren en er is een behoorlijk probleem met woninginbraken." Rotterdam kent 36 inbraken per dag. Maar het onveilige en verloederde Rotterdam van 2004, dat is verleden tijd. "Toen waren we blij als een 1 in de veiligheidsindex een 4 werd. Nu scoren slechts een paar wijken nog een 5. Dat gaan zessen worden. Spangen, waar het echt heel slecht was, is in tien jaar tijd van een 1 naar een 7 gegaan."

"Na zeven slechte jaren komen zeven goede jaren. Nou, het kan ook elf jaar zijn, ik geloof in priemgetallen." Aziz Yagoub (32) is eigenaar van twee van Rotterdams hipste clubs. Perron, in een antikraakpand en Toffler, in een voormalige ondergrondse voetgangerstunnel. Volgens hem is de opwaartse lijn die Rotterdam doormaakt voelbaar in het nachtleven.

"Van 1990 tot 2000 was Rotterdam dé uitgaansstad van Nederland. Op twaalf locaties waren toonaangevende clubs, die allemaal goed liepen." Het waren de dagen van de illustere nachtclub Now & Wow, waarvoor jongeren uit stad en land naar de Maasstad afreisden.

Rond 2000 ging het fout, zegt Yagoub. Hoe dat kwam? "Op een gegeven moment kregen we pech. Gewoon heel veel pech."

Hij somt op: "Ambtenaren gingen zich te veel met jongerencultuur en uitgaan bemoeien, in Hoek van Holland en op een bevrijdingsfestival braken rellen uit en werd geschoten, clubs en poppodia gingen failliet, elk weekeinde moest de ME in uitgaansgebieden de orde bewaken en de Danceparade werd geschrapt. Daarbovenop kregen we een Amsterdammer als burgemeester (Aboutaleb, red), die niet veel snapt van jongeren en alleen nog evenementen voor gezinnen wilde." Rotterdam als aantrekkelijke uitgaansstad 'stortte als een kaartenhuis in elkaar'.

Inmiddels heeft de gemeente geen subsidiegeld meer voor cultuur, evenementen en festivals. "En wat zie je: het bruist weer. Nieuw elan staat in de startblokken. Begrijp me niet verkeerd, voor orkesten of musea is subsidie heel belangrijk. Maar jonge ondernemers moeten zelf feestjes organiseren. Ambtenaren van boven de vijftig moeten niet op die stoel gaan zitten." Over vijf jaar is Rotterdam weer dé toonaangevende stad voor jongeren en het nachtleven, denkt Yagoub. "Je bent gek als je de stad nu verlaat."

"Voor jonge creatieve ondernemers biedt Rotterdam ontzettend veel kansen." Joost Prins (28) heeft net zijn winkel Groos geopend. Groos is oud-Hollands voor trots. Hij verkoopt vanalles. Fietsen, kunst, tassen, platen en T-shirts. Prins stelt drie eisen aan zijn waar: het moet tastbaar zijn, kwaliteit hebben en uit Rotterdam komen. "Er is zoveel creativiteit in de stad. Dat blijkt wel uit het feit dat we spullen verkopen van 75 Rotterdamse ambachtslieden, maar daarnaast nog veel andere producten aangeboden kregen. We moesten een stop invoeren, we verzopen in de Rotterdamse producten."

Groos bevindt zich hemelsbreed 300 meter van het Centraal Station. In het Schieblock, een verzamelpand voor creatieve ondernemers. Prins: "Hier stond een central district gepland met hoogbouw tot tweehonderd meter. Dat wilde de gemeente graag, maar het geld was op." In het oude kantoorgebouw huizen architecten, grafisch ontwerpers, culturele ondernemers en horeca. Bij Groos staat de deur met de buren altijd open; het restaurant/café BAR, in de avonduren een club.

Zo'n creatief broeinest midden in het centrum, het is mogelijk door de grote leegstand in Rotterdam. Vaak wordt het als probleem gezien, maar veel jongeren spinnen er garen bij. Prins: "We huren hier absoluut niet marktconform. Maar daardoor liggen hier ontzettend veel kansen, zonder dat je 100.000 euro hoeft te lenen."

Nico Haasbroek komt graag in het Schieblock. "In BAR en nabijgelegen espressobars. Op die plekken zie je jeugdig elan, voor wie de multiculturele samenleving een vanzelfsprekendheid is geworden. Iedereen netwerkt met iedereen." Het Rotterdam waarin Fortuyn en zijn Leefbaar zo goed konden gedijen, waar lang onderhuids gebleven spanningen tussen bevolkingsgroepen ineens tot uitbarsting kwamen, lijkt er ver weg.

Rotterdam als overkoepelende identiteit. Ook in kledingwinkel Nultien Kleding zien ze Rotterdammers van alle standen en alle 173 nationaliteiten binnenkomen. Guy de Hoog (24) begon een paar jaar geleden een webwinkel met T-shirts met het stadswapen van Rotterdam. Al gauw kwamen daar shirts bij met de opdruk '010 isn't just a code'. Vorig jaar opende hij zijn winkel in Schiebroek. Met truien, maar ook armbandjes, flesjes water en tassen. Op al die producten staan trotse Rotterdamse leuzen, zoals ook '010 is a state of mind'. "Het is een enorm succes, dat had ik niet durven dromen. Op zaterdagen staan hier rijen van een half uur."

Dat succes komt grotendeels doordat het merk appelleert aan het 'Rotterdam-gevoel', denkt De Hoog. "Als je op straat iemand tegenkomt die hetzelfde Nike-shirt draagt, baal je. Ben je in Brabant en je ziet iemand met een 010-shirt dat jij ook hebt, maar op dat moment niet draagt, dan baal je, omdat je het niet aan hebt. Had je het wel aan gehad, dan had je direct een connectie gehad."

Die connectie ziet De Hoog dagelijks op zijn winkelvloer en op straat. "Een grote neger uit West en een kindje uit villawijk Hillegersberg hebben gelijk een klik als ze elkaar in 010-shirt zien." Hij krijgt groepjes Turken, Marokkanen en Surinamers in zijn winkel, die zijn producten voor hun broertjes kopen. "En de sfeer is heel relaxed. Ik heb nooit een kwaaie klant."

Een paar jaar geleden schaamde De Hoog zich nog weleens als Rotterdammer. Rotterdam werd geassocieerd met platte types en schreeuwende hooligans. "Maar nu is het weer cool om Rotterdammer te zijn."

Volgens de geïnterviewden zit de huidige tijd Rotterdammers als gegoten. Het past bij het oude Rotterdamse adagium: 'Niet lullen maar poetsen'. Dekkers: "Door internet en de crisis ontstaat een nieuwe werkelijkheid. Je moet je daar snel aan kunnen aanpassen. En dat hebben Rotterdammers altijd gekund: snel reageren op ontwikkelingen."

Haasbroek: "Je ziet dat grote ontwikkelingen nu van onderop ontstaan. Vanuit burgers. Daar moet je je als gemeente niet te veel mee bemoeien, wel faciliteren en aanmoedigen."

Volgens Yagoub gebeurt juist dat nu: "Het geld is op en de gemeente houdt zich noodgedwongen koest. Daardoor gaat het de goede kant op. Jonge ondernemers durven weer risico's te nemen, met authentieke, echte, producten. En het moet echt zijn, anders geloven Rotterdammers het niet en mislukt het."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden