Je bent écht een liberaal, zei Bolkestein

AMSTERDAM - David Pinto leest de laatste tijd veel over een nieuwe rage in de psychologie: emotionele intelligentie. Daar zijn vijf aspecten van, en als hij bij het laatste is aangeland, boort hij zijn vinger bijna door het boekje heen: “Zelfbewustzijn, zelfbeheersing, zelfmotivatie, empathie, BE-TROK-KEN-HEID. Dat laatste ontbreekt in de politiek. Er is geen gevoel van urgentie. Het gaat niet om jou.”

Om in de termen van zijn geliefde denksport te blijven: de schaakpartij van prof. dr. David Pinto met de politiek is in pat geëindigd. De VVD krijgt deze week zijn lidmaatschapskaart retour vanwege haar stellingnames over asielzoekers, een onderwerp waarvoor hij toch Frits Bolkestein een tijdlang persoonlijk mocht adviseren. Op de PvdA en D66 raakte de hoogleraar interculturele communicatie aan de Universiteit van Amsterdam al eerder uitgekeken. En nu zijn er dus geen opties meer. “Want voor GroenLinks ben ik niet links genoeg, en voor het CDA te joods.”

En dat terwijl een politieke carrière toch wel een beetje voor de hand lag. Pinto, sinds 1979 in Nederland, groeide op in de besloten Joodse gemeenschap van Midelt in Marokko. “En in Marokko, daar is de droom van ieder jongetje om later minister te worden. Want dan heb je macht.”

Toen hij twintig was emigreerde het gezin op aandringen van zijn moeder naar Israël. “Daar heeft een jongen een andere droom: generaal worden in het leger.”. Hij werd geen generaal, maar vocht in '67 op de Golanhoogte. In datzelfde jaar emigreerde hij op aandringen van zijn uit Nederland afkomstige vrouw voor de tweede keer. “In Nederland droom je niet van generaal worden of minister. Hier staan professoren in hoog aanzien.”

Dat strookte wonderwel met het karakter van David Pinto. “Leren, leren, leren. Ik weet niet of dat nou joods is of Marokkaans of gewoon Pintoos. Maar dat is wat ik het liefst doe. Leren en leraar zijn. Wel, nu ben ik hoogleraar!”

De professor, in Marokko afgestudeerd als dajan, een soort rabbijn, moest in Nederland letterlijk weer van de grond af beginnen: als straatveger. Twaalf jaar later had hij een bedrijf opgezet dat mensen uit verschillende culturen met elkaar leert omgaan en, en stond er een proefschrift over dat onderwerp op zijn naam. In het debat over minderheden viel hij op door zijn onconventionele kijk op de problemen die Nederland met minderheden had. Ze werden 'doodgeknuffeld', luidde zijn klassiek geworden verwijt. Ze hoefden niet op te gaan in een Nederlandse smeltkroes, maar moesten wel meedoen in het land waar ze waren komen wonen. Dat deed Pinto zelf ook: in de jaren zeventig in de PvdA, in de jaren tachtig in D66 en de laatste jaren in de VVD.

“In Marokko deed je niet aan politiek. Maar in Israël was dat, overal waar je kwam, waar de gesprekken over gingen. Het was vanzelfsprekend. Daar was ik lid van de Arbeiderspartij. Geen belangrijk lid, al was ik op zeker moment wel lid van het stembureau voor de burgemeestersverkiezingen in mijn stad. Dat wordt daar als een belangrijke functie gezien. En op de school waar ik lesgaf was ik voorzitter van de afdeling van de Histadroet, de vakbond.”

“Het was iets vanzelfsprekends dat ik in Nederland ook lid werd van de Arbeiderspartij. Maar de PvdA bleek een heel ander soort partij te zijn. In Israël kon je fundamenteel met elkaar van mening verschillen. Hier was er een partijleider die je toch wel diende te volgen.”

Dan zal D66 het zijn, dacht Pinto. “Die partij was immers open en democratisch. Dat was ook echt zo, maar ik vond D66 niet echt politiek. Het was geen beweging, het was gewoon een clubje leuke mensen, dat ook had kunnen bestaan rondom een schoner milieu of zo. Het kan nu anders zijn, maar zo ervoer ik het.”

De lokroep van de VVD begon te klinken toen in 1988 het kamerlid Wiebenga in een debat de ideeën van Pinto als serieus alternatief naar voren bracht naast bijvoorbeeld die van het Nederlands Centrum voor Buitenlanders. Pinto is er trots op, de pagina uit de Handelingen ligt onder handbereik, duchtig met de groene markeerpen bewerkt.

“Toen zij dat omarmden, werd ik in de richting van de VVD gezogen. Er kwam een landelijke commissie van de partij over het allochtonenbeleid en ik werd gevraagd als adviseur. Hans Dijkstal heeft me daarna in contact gebracht met Bolkestein. Vanaf dat moment mocht ik die af en toe wat vertellen. En bij een van die ontmoetingen begon hij aan te dringen op een lidmaatschap: je bent écht een liberaal, zei hij.”

De VVD heeft hem tijdens en na de verkiezingen teleurgesteld. “Kamerlid Kamp ontkent dat Europa een immigratiecontinent is. En de meeste Kamerleden die er vóór waren dat de asielzoekers tijdelijk in tenten zouden moeten wonen, zeiden toen ze zagen hoe dat was: dit kan niet de bedoeling zijn. De VVD is de enige partij die dat niet op kon brengen.”

Een eerste verwijdering ontstond al vóór de verkiezingen: Pinto kon op de lijst voor de Kamer komen, maar toen hij vroeg om bij verkiezing woordvoerder minderhedenzaken voor de partij te worden, werd dat geweigerd. “Omdat ik buitenlander was. Ik hoefde het natuurlijk ook niet te worden omdat ik dat ben, maar ik ben deskundig op dat terrein. Het is alsof je Rob Oudkerk zou verbieden om over gezondheidszorg iets te zeggen omdat hij arts is!”

Hij heeft nu geen partij meer over om zijn energie in te steken. “Van GroenLinks kan ik geen lid zijn omdat daar communisten in zitten. Dat heb ik me in Marokko al gerealiseerd toen ik veertien was: wat moet het verschrikkelijk zijn als iedereen hetzelfde krijgt, wat hij ook doet. Waar is dan nog de motivatie om iets te doen, een boek te lezen, televisie te kijken, te leren? Daar zal ik nooit bij kunnen horen. En hetzelfde geldt, voor iemand die zo orthodox joods is opgevoed als ik, voor het CDA. Als je daar lid van wordt moet je toch geloven in God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. Wel, toen ik op de jesjiva zat mocht je dat Nieuwe Testament niet lezen, je mocht het niet eens in je handen houden. Inmiddels ben ik niet meer zó religieus, en ik heb me er heus wel in verdiept. Maar lid van het CDA, dat is onmogelijk.”

Ik denk dat ik, als ik een passie zou hebben gehad om minister te worden zoals ik een passie heb voor leren, ik opportunistisch had moeten zijn. De rol spelen van de succesvolle migrant, die verder het spelletje meespeelt, en dingen slikt die hij niet goed vindt, ook dingen die hem zeer lief zijn.''

Maar die passie heb ik dus niet. Mijn energie ga ik nu weer op andere dingen richten. Op emotionele intelligentie bijvoorbeeld, daar wil ik mijn oratie over houden. Ik wil onderzoeken wat voor eigenschappen belangrijk zijn voor mensen die migreren, van welke cultuur dan ook. Ik ben er nog over aan het lezen, ik heb mezelf al getest op het punt 'omgaan met rampspoed'. Achtendertig punten. Dat is heel goed.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden