jazz

AMSTERDAM - Popdrummers hebben op het podium vaak een hele batterij slagwerk om zich heen staan: tientallen trommels, talloze bekkens en hi-hats. Ook in de jazz zie je dat wel, maar het andere uiterste, minimaal vormgegeven drumstellen, zie je bijna uitsluitend bij jazzmusici.

De bekende Nederlandse drummer Han Bennink is een voorbeeld van iemand, die genoeg heeft aan een bass-drum, een enkele trommel en een bekken. Wat de Schotse slagwerker Alan 'Gunga' Purves dinsdagavond in de concertzaal van het Amsterdamse Felix Meritis bespeelde, spotte niettemin met elk gangbaar concept van een drumstel. Zijn 'drumstel' past in een niet al te grote koffer en een hoedendoos. 'Uitgepakt' zie je de deksels van de koffer geplaatst op steunen. Op de zachte bekleding liggen enkele trommels, gongetjes en wat ritseltjes. De functie van een hi-hat wordt vervuld door wat ritseltjes om zijn enkels. Boven het geheel uit torenen twee kleine bekkens.

En toch kostte het hem geen enkele moeite om op dit onorthodoxe instrumentarium met speels gemak Duke Ellingtons 'The feeling of jazz' om te toveren tot een swingende song in de meest jazzy traditie, of ingetogen improvisaties op te frissen met het subtielst mogelijke slagwerk, of waar nodig de musici het vuur aan de schenen te leggen met plotselinge felle slagen.

Dat Purves, die eerder in Nederland speelde met onder meer cellist Ernst Reijseger, stemkunstenaar Han Buhrs en de zanggroep Tamam, dinsdag in de eerste avond van de Available Jelly Music Summit 1997 slechts als gast meespeelde, verhinderde hem niet de show te stelen. Maar ook de andere musici van de groep Available Jelly, die voor de vijfde maal dit festival organiseert, los van de gangbare jazzpodia, lieten zich van hun beste kant zien.

In de ruim twintig jaar dat Available Jelly aan de weg timmert, heeft de groep trouwens nooit lang in dezelfde bezetting opgetreden. Nieuwe groepsleden worden graag regelmatig binnengehaald, want nieuwe musici brengen nieuwe invloeden en die zijn altijd welkom. Ook de vaste kern verandert nogal eens, al zijn Michael (rieten) en Eric Boeren (trompet) toch meestal wel van de partij. Op de openingsavond van het festival kregen zij weerwerk van de 'vaste groepsleden' Wolter Wierbos op trombone en Ernst Glerum op een wel erg kleine, maar uitstekend klinkende contrabas, en van een tweede gast: Ab Baars op tenorsaxofoon en klarinet.

In grotendeels nieuwe stukken van de hand van Moore ('Rudy the umpire'), Boeren ('Het Cowboy Henk-lied') en oudjes van Glerum ('Paper mortals') en Misha Mengelberg ('Rumboon') kreeg de groep volop de gelegenheid haar specialiteit te etaleren. Die specialiteit behelst een merkwaardige, maar altijd functionerende organische combinatie van feestelijke, carnavaleske klanken, serene, bijna kamermuziek-achtige passages, en vrije improvisatie waarin de musici geen grens onverkend lijken te laten.

Wolter Wierbos was hierin de grote solist met werkelijk onnavolgbare trombone-goochelkunst. Frappant in het geheel was verder de onverwachte rol van Ab Baars. Diens weerbarstige toon kreeg in deze context een verrassend soepel en omfloerst karakter, die goed aansloot bij het lyrische spel van Michael Moore.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden