jazz

GRONINGEN - De jaarlijkse Jazzmarathon in de Groninger Oosterpoort geldt als een fijnproeversfestijn voor liefhebbers van de nieuwste jazz- en improvisatiemuziek. Fijnproeven kon er dit weekend ook, maar de nieuwste trends waren toch ver te zoeken. Daarentegen vertoonde het festival juist een nadrukkelijk conservatieve inslag.

Kees van Boven, programmeur van de Jazzmarathon, noemt de term 'conservatief' voor zijn festival misplaatst. Hij zegt juist te kiezen voor tijdloze kwaliteit, waarbij verdieping en intensiteit net zo belangrijk zijn als vernieuwing. Hoezeer hij ook gelijk heeft, het neemt niet de indruk weg dat het algehele 'back to basics'-virus, dat de laatste jaren hoogtij viert in de jazzwereld, nu ook op de Jazzmarathon heeft toegeslagen.

Hoe je het ook wendt of keert, alleen op de slotdag overheerste voorhoedemuziek. Concerten door een combinatie van het ICP en The Ex, het Myra Melford Quintet en het trio Jazz Trash, omgaven zondag 'gematigde' concerten van het Joe Henderson Sextet en het Nederlandse kwintet Zut Alors II.

De eerste twee dagen was de voorhoede eigenlijk volstrekt afwezig. Alleen door het begrip ruim en coulant te interpreteren kom je misschien iets hoger uit. Want zeg nou eerlijk: in hoeverre kan een mix van rock, jazz, funk, hiphop en rap tegenwoordig nog verrassen (Vernon Reid's My Science Project)? En een combinatie van Turkse muziek en jazz (Ceylan Utlu Octet in een compositieopdracht van het festival) is interessant, maar als het jazzaandeel wel erg klinkt als oude jazzrockclichés, blijft alleen het Turkse aandeel over. En daarin mocht dan wel geinspireerde zang klinken en virtuoze solo's op de saz (Turkse luit), als geheel was het project toch minder geslaagd.

Wat waren nu de hoogtepunten van het voorheen zo belangrijke festival? Wel, om te beginnen, waren dat de spatzuivere, onmiskenbaar op de befaamde arrangementen van wijlen Gil Evans geënte jazzorkest kleuren en harmonieen, met symfonische (jazz)trekjes bij het Metropole Orkest onder leiding onder de jonge, ambitieuze, maar strikt volgens de traditie werkende Amerikaanse componiste Maria Schneider. En een imposante demonstratie van 'klassiek' jazzgitaarspel in een duo van de oude meestergitarist Jim Hall (66) met de jonge bassist Scott Colley. En natuurlijk een vlekkeloos uitgevoerd solorecital van de 72-jarige jazzpianist Mal Waldron.

Bovenstaande opmerkingen klinken wellicht wat denigrerend, maar zijn zo niet bedoeld. Maria Schneider verraste echt met het gemak waarmee ze haar bigband-composities had omgezet voor het ruim vijftig-koppige Metropole Orkest. Niet alles klonk even soepel, maar doordat zij in de naaste toekomst vaker met het Hilversumse orkest gaat werken, kunnen we nog wel wat van haar verwachten. Overdreven was wel de aandacht voor gastsoliste Ingrid Jensen op trompet. Niet dat zij slecht was, maar of de trompettisten in het orkest het nou slechter gedaan zouden hebben?

Hall en Waldron op hun beurt speelden werkelijk magnifiek. De door Kees van Boven gehanteerde termen 'verdieping en intensiteit' gaat beslist op voor hun spel. Hall toverde een lichtvoetig stuk als 'Skylark' om tot een subliem meesterwerkje, dat het origineel ver oversteeg. En de wijze waarop Waldron bijna de gehele jazzgeschiedenis, van ragtime en stride tot en met bebop, in zijn muziek verwerkte, doen weinigen hem na.

Toch heb ik meer genoten van de vertolkingen van de Nederlandse groep Sfeq van het materiaal van DJ Git Hyper, en van het optreden van het Italiaanse Radici Duo. Hypers muziek wijkt in zoverre af van die van Sfeq, dat de lijn minder vloeiend is. De melodieën zijn minder rond en de contrasten zijn groter.

Het Radici Duo maakte zijn naam (radici = wortels) meer dan waar. Accordeonist Gianna Coscia en (bas)klarinettist Gianluigi Trovesi leken in hun muziek al improviserend de herkomst van de Zuid-Europese volksmuziek te herontdekken. Het geluid was warmbloedig als de mediterrane zon, ook na de onverwachte komst van een derde lid: percussionist Stefano Bartoli. Repte het programma nog van een perfect duo dat genoeg aan zichzelf heeft, Bartoli voelde zijn collega's goed aan en ondersteunde hun spel met subtiele ritmische kaders, die hij aan gongen, trommels en allerlei ritseltjes ontlokte.

Wat Schneider, Hall en Waldron aan verdieping en intensiteit realiseerden, bereikten Sfeq en de Italiaanse Radici evenzeer. Alleen kwam daar in beide gevallen nog vernieuwing bij. Kan het nog mooier?

Geïmproviseerde muziek

Dat kan eigenlijk alleen in de geimproviseerde muziek:. Niet eerder met elkaar het podium delen en direct de sterren van de hemel spelen. Dat overkwam pianist Michiel Borstlap, bassist Ernst Glerum en slagwerker Han Bennink vijf maanden geleden. Het resultaat van hun treffen in het Amsterdamse BIM-huis verscheen deze week op cd.

Hun ontmoeting, vrijdagnacht op het podium van de kleine zaal van de Oosterpoort, was pas hun tweede. Maar opnieuw klonk het alsof zij al jaren samenspelen. Voor een deel is dat ook zo. Glerum en Bennink hebben in het verleden regelmatig met elkaar gespeeld. Dat het met Borstlap erbij die eerste keer in het BIM-huis meteen zou klikken, werd wel gehoopt, maar lag niet voor de hand.

Borstlap is iemand van de jonge conservatoriumgeneratie, die het liefst jazz speelt in een 'traditioneel' jasje. Zelfs zijn eigen stukken, zoals hij die brengt met zijn sextet, passen in dat kader. Bennink is het andere uiterste. Aan regeltjes heeft hij een hekel. Gaat de een rechtsaf, dan kiest hij voor linksaf of maakt anderszins een omtrekkende beweging. Hoe de confrontatie tussen de pianist en drummer zou verlopen, daarna kon men slechts gissen. Wat niettemin de kansen op succes aanzienlijk vermeerderde, was de sterke, ondersteunende inbreng van Ernst Glerum, Nederlands beste bassist en vaste rots in de branding in tal van groepen.

Het concert in de Oosterpoort was minstens zo bijzonder als dat in het BIM-huis. Het was daarbij een genot om te zien en te horen hoe de musici op elkaar reageerden, hoewel het meestentijds toch Bennink was, die de boel stuurde. Ging hij luider en onstuimiger spelen, dan pasten de anderen zich direct aan hem aan. Pakte hij zijn brushes, dan was het tijd voor een ballade. Maar ondertussen was het adembenemend om te horen hoe volkomen logisch de muziek zich ontwikkelde. Elke break was natuurlijk. De vloeiende lijn bleef intact vanaf de eerste tot aan de allerlaatste noot. En net als het hiernaast besproken Radici Duo/Trio bereikten ook de Nederlanders een vanzelfsprekend evenwicht tussen verdieping, intensiteit en vernieuwing.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden