jazz

Nog in Tilburg (Paradox, 2 mei), Zoetermeer (De Boerderij, 3) en Vlissingen (Bevrijdingsfestival, 5 mei). Cindy Blackman geeft ook enkele workshops op conservatoria.

KEES POLLING

Op het podium van het Beauforthuis in Austerlitz speelde Cindy Blackman vorige week als lid van het Ben van den Dungen / Jarmo Hoogendijk Quintet. Eindelijk hebben ze een goede drummer, dacht ik, toen ik hen hoorde spelen. En te oordelen aan de genietende glimlach van de Nederlandse meesterdrummer John Engels, die van achterin de zaal de verrichtingen van de slagwerkster aanschouwde, dacht hij hetzelfde. Helaas is het alleen voor een korte tournee. Blackman heeft het te druk met haar eigen projecten en wordt ook te vaak door popartiesten voor studiosessies gevraagd om permanent bij de Nederlanders te komen spelen.

Nee, Blackman is hier tijdelijk, en dat hield ook in dat zij de ster van het kwintet was, met alle misplaatste sterallures die daarbij horen. Als begeleidster was ze subliem. Ze hitste de musici op, daagde ze uit en liet ze werken aan iets moois. Maar in haar solo's ging het mis. Niet dat die niet geslaagd waren. Ook haar solo's werden voorbeeldig opgebouwd. Maar waarom duurden ze zo lang? Waarom hadden ze zo weinig te maken met de muziek van het kwintet? Waarom merkte ze niet dat zelfs haar medemusici er op den duur tureluurs van werden?

Op die laatste schoonheidsfoutjes na, gaf het kwintet een boeiend concert, waarin vooral opviel dat de muzikale koers van de hardbop van vroeger verlegd is naar een vorm die het midden houdt tussen de modale jazz die Miles Davis halverwege de jaren zestig speelde en de jazzrock die Davis aan het einde van datzelfde decennium mede hielp ontwikkelen. In een persbericht hadden ze aangekondigd dat ze jazzrock zouden spelen. Met jazzrock wilde het kwintet jongeren naar de jazzpodia trekken. Toch speelde de groep geen echte jazzrock, al verwees de elektrische piano die Juraj Stanik meestentijds bespeelde, er wel veelvuldig naar, evenals de sterke drive die bassist Harry Emmery aanbracht en natuurlijk de hoekige ritmes die Cindy Blackman daaronder legde. Maar jazzrock zoals die pakweg een kwart eeuw geleden gespeeld werd, klinkt toch heel anders.

Het was overigens grappig om te horen dat de beide leiders niet wezenlijk anders speelden dan vroeger, hoezeer zij zich ook gunstig lieten inspireren door de vernieuwde bezetting (ook Juraj Stanik is nieuw). Er zat meer pit in hun spel en ze speelden hun solo's, zo leek het, met meer vuur. Maar qua opbouw, frasering, timing en een natuurlijk vertoon van virtuoze hoogstandjes was er toch weinig veranderd. Van den Dungen en Hoogendijk blijven lefgozers die elke situatie naar hun hand zetten, terwijl ze trouw blijven aan de muzikale uitgangspunten die ze jaren geleden met het oude kwintet neerzetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden