jazz

UTRECHT - In zijn tijd was de Rotterdamse bokser Bep van Klaveren onverslaanbaar. In 1928 won hij in de categorie vedergewicht een gouden medaille op de Olympische Spelen in Amsterdam. Jules Deelder schreef later het boek 'The Dutch Windmill' over Van Klaveren. De Amsterdamse rietblazer Ab Baars schreef een stuk voor zijn trio en de Amerikaanse trombonist Roswell Rudd, waarin het gevecht om het goud nog eens dunnetjes werd overgedaan.

Met één verschil. Ditmaal, dat wil zeggen afgelopen zaterdag in het Utrechtse SJU Jazzpodium, eindigde het gevecht onbeslist, hoezeer met name Rudd zijn best deed de andere musici uit te schakelen. Dat probeerde de 63-jarige trombonist door letterlijk met zijn instrument uit te halen, felle klankstoten af te vuren, soepel en snel rond zijn as te draaien en de geluiden uit zijn beker door de zaal te verspreiden. De anderen - Baars lenig articulerend op tenorsaxofoon en klarinet, Martin van Duynhoven drummend met de hem eigen precisie en Wilbert de Joode genadeloos zijn contrabas ranselend - hadden daarop eigenlijk geen antwoord, zodat Rudd het gevecht naar zich toe trok. Niettemin waren ze hem met z'n drieën toch weer de baas, zodat er niet echt sprake van een winnaar was.

Het was niet de eerste keer dat Baars en Rudd op een podium stonden. Eerder gebeurde dat in 1996 en onlangs ontmoeten ze elkaar tijdens het jubileumconcert van het ICP Orchestra. Bij die gelegenheid liet Rudd het afweten, doordat hij iets te veel gedronken had. Ook zaterdag was hij niet geheel nuchter, zoals bij aanvang van de tweede set bleek, toen hij tijdens een solo zo wild te keer ging, dat eerst de partituur van zijn muziekstandaard over de vloer verspreid raakte en toen ook nog eens zijn bril.

Inhoudelijk viel er echter niets op Rudds spel aan te merken. Daarvoor is hij ook te volleerd. Hij speelde met jazzkopstukken als Herbie Nichols, Archie Shepp, Lee Konitz en Steve Lacy. En die ervaring bleek uit iedere toon. Hij wist steeds waar hij zat, zocht in zijn solo's als vanzelfsprekend de diepte op en koppelde voortdurend een perfect gevoel voor timing aan een prachtige, hartverwarmende toon. Zijn instrumentbeheersing blijft bewonderingswaardig, evenals zijn voorkeur voor een combinatie van expressieve uithalen en diepe, donkere growls.

De meeste stukken, die gespeeld werden, waren van de hand van Baars, die zelf ook excelleerde met zijn afwisselend omfloerste en gepijnigde geluid. Dat Baars in wezen een aartsromanticus is, blijkt ook uit zijn merkwaardige voorkeur voor tegendraadse melodieën die tegelijkertijd heel pakkend en toegankelijk zijn. 'The Dutch Windmill' was daarvan een fraai voorbeeld temidden van typische Baars-juweeltjes als het goudgerande 'Truis' en het verstilde, door de Amerikaanse dichter Ezra Pound geïnspireerde 'Pound's Stolen Mountain'.

Het is te hopen dat deze en andere door dit bijzondere kwartet gespeelde stukken niet, zoals de legendarische jazzmusicus Albert Ayler ooit opmerkte, 'vervliegen in de lucht', maar hun weg vinden naar een cd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden