jazz

AMSTERDAM - “Het volgende stuk dat we spelen is 'Big Piece' van Michael Moore.” Michael Vatcher zegt het met een toon, alsof er van alles aan de hand is.

De net als de meeste musici vanwege de zinderende hitte in shorts en sandalen gestoken componist aan de andere kant van het podium moet er om lachen. “Wat 'big' betreft, dat valt wel mee. Maar 'long' is het wel”, verduidelijkt hij. Lang was de 'Big Piece' beslist. Doorgaans schrijft hij stukken tussen de pakweg twee en vijf minuten: beeldende miniatuurtjes, waarin hij al zijn gevoel en muzikale ideeën kwijt kan. Zijn 'Big Piece' duurde daarentegen ruim vijfentwintig minuten. Het eigenlijke thema nam slechts een fractie daarvan in beslag. Het grootste deel bestond uit (deels) collectieve improvisaties en solo's.

Toch was 'Big Piece' een typisch voorbeeld van Michael Moore's componeren. En van de muzikale veelzijdigheid en kunde van de musici van Available Jelly. Het thema bevatte de natuurlijke schoonheid die bijna alle muziek van Moore tekent; zo ook de improvisaties, die zich daar direct op baseerden, zoals een duet tussen Ernst Glerum, sonoor strijkend op zijn contrabas, en Moore, met een diepe, intense klank op zijn basklarinet, aan het begin van het werk. Maar ook de frivoliteit, die zoveel muziek van Available Jelly kenmerkt, kwam aan de orde. Speels en voorzichtig in het thema, duidelijker in het groepsspel. Wat het werk nog indrukwekkender maakte, was de vervreemdende nostalgische sfeer die af en toe om de hoek kwam kijken. Niet dat het werk citaten bevatte, maar in hun spel leken de musici desalniettemin regelmatig te verwijzen naar de groten van weleer. Op zijn tenorsaxofoon klonk Tobias Delius een enkele keer als Ben Webster in het orkest van Duke Ellington; Eric Boeren putte hoorbaar inspiratie uit het spel van de in 1956 jong gestorven trompetheld Clifford Brown; en Ernst Glerums 'walking bass' vertoefde evenzeer meermalen in het verleden.

Michael Moore's 'Big Piece' was het hoogtepunt van de tweede avond van het Available Jelly Music Festival, dat dit weekeinde werd gehouden in de concertzaal van het Amsterdamse theater Felix Meritis. Twee jaar geleden organiseerde de groep een eerste festival, vorig jaar volgde een tweede en reeds nu kan al gesproken worden van een belangrijke traditie. Voortgekomen uit de theater- en straatmuziek-circuits, koppelt de groep de vrolijkheid en onbevangenheid van de straat aan de ernst en doordachtheid van de reguliere concertzaal. Beide facetten kwamen de tweede festivalavond ruimschoots aan bod. Dat gebeurde in twee lange sets waarin een globaal beeld geschetst werd van de bijna twintigjarige geschiedenis van de groep. Peruaanse volksliedjes gingen hand in hand met bewerkingen van theaterliedjes van Kurt Weill, oude bijdragen van bevriende musici (zoals het knap opgezette, anarchistisch klinkende 'Don't Fuck Up Our Children' van Sean Bergin) en bestaande en nieuwe stukken van de bandleden Erik Boeren en de broers Gregg en Michael Moore.

Zaterdag brachten saxofonist en crooner Sean Bergin en pianist Alex Maguire enkele aanstekelijke 'songs, scetches and even a little bit of dance'. Daags daarvoor traden The Ex-gitaristen Terry & Andy voor het voetlicht als 'guitar giants'. Gisteravond bedroog pianist Misha Mengelberg zijn vaste partner Han Bennink met de Duitse slagwerker Achim Krümer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden