jazz

Op zondag 31 maart optreden in Muziekcentrum Vredenburg. 'New Moon Daughter' verscheen als Blue Note CDP 7243 8 37183.

De met een zwoele, exotisch lage stem gezegende Cassandra Wilson is daar een van. Zij opent haar nieuwe cd 'New Moon Daughter' met een introverte, bijna verveeld gezongen versie, die de tekst alle eer doet. Knap is ook dat het arrangement de muziek zodanig in het heden plaatst, dat het vandaag gemaakt had kunnen zijn. Het is gelijk het mooiste nummer van een album, dat van begin tot eind weet te boeien.

In het Brusselse Theater 140, waar Wilson donderdag het tweede optreden gaf van een uitgebreide Europese tournee, was het wachten op dát moment: 'Strange Fruit'. Maar neen, zelfs niet als glorieuze toegift.

De zangvedette richtte zich tijdens het ruim anderhalf uur durende optreden op de meer toegankelijke songs van haar laatste cd's. Dat 'toegankelijk' niet verward mag worden met 'leeg' of 'minderwaardig', toonden schitterende vertolkingen van popsongs (Neil Youngs 'Harvest Moon', waarmee ze het concert opende, en U2's 'Love is Blindness'), onvervalste blues (Son House's 'Death Letter'), jazzstandards (Hoagy Carmichaels 'Skylark') en eigen liedjes (zoals het ontspannen 'Solomon Sang). Wilsons eigen songs kunnen zich er zonder meer mee meten.

Het unieke van Wilsons aanpak is dat ze bekende en onbekende nummers naar zich toe trekt, ze zich toe-eigent en uitvoert met een flair en inzet die zowel betoverend als ontwapenend zijn. Als jazz-zangeres weet ze hoe belangrijk vrije, losse stembuigingen zijn. Ze gaat van laag naar hoog en weer terug, op de meest onverwachte momenten. Ze speelt met de melodie en maakt van een simpele popsong een fenomenaal iets, jazzy en volstrekt eigen van karakter, zonder de achtergrond te verloochenen.

Een bijzonder voorbeeld daarvan was de vertolking van 'Last Train To Clarksville', een weeïg popnummer, dat de fake-popgroep The Monkees in de jaren zestig zong. Wilson maakte er een volwassen lied van, een genietbaar kleinood.

Natuurlijk doet de zangeres dit niet alleen. Medeverantwoordelijk voor het groepsconcept is 'artistiek directeur' Brandon Ross, die de meeste stukken arrangeerde, en in Theater 140 achter een batterij akoestische gitaren te vinden was. Het groepsgeluid is nadrukkelijk transparant met een grote rol voor de relaxt spelende ritmesectie (slagwerker Fred Elias, meesterpercussionist Jeffrey Haynes en contrabassist en basgitarist Lonnie Plaxico). Minstens zo belangrijk was het voortdurend inspirerende slidegitaarspel van nieuwkomer Kevin Bright. Hij liet de muziek zuchten en steunen, alsof er daadwerkelijk allerlei merkwaardige vruchten hingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden