Jazzy cadans en intelligente accenten in de verhaallijnen

TONEEL


On the Road


Toneelgroep Oostpool


****


'Beweging is onze enige nobele functie.' Dat is de mantra van vrijbuiter Dean Moriarty, het door het leven chronisch opgewonden personage uit Jack Kerouacs 'On the Road', de eerste roman die de stem van de naoorlogse beatnikgeneratie verkondigde.


Toneelgroep Oostpool verpakt de jachtige levenshonger van de jeugd voor hun theateradaptatie al bij aanvang in een alleszeggend beeld: in een decor van ruwhouten pallets rennen de vier acteurs op loopbanden, zweet op het voorhoofd, zonder een meter vooruit te komen. De belangrijkste vraag uit de roman ligt daarin verscholen; leidt elke weg niet tot stilstand? Worden we uiteindelijk niet tóch onze vaders?


Jack Kerouac wilde met 'On the Road' zo dicht mogelijk bij het leven komen zoals het wordt beleefd, als adequate analogie van de ervaring, waarin de taal an sich een mystieke ervaring moest oproepen. Om dit om te zetten naar een kíjkervaring is tricky, bewees de mislukte roadmovie van Walter Salles (2012), maar Oostpool weet het laatste deel in hun jong-zijn-in-moderne-tijden-trilogie spannend en invoelbaar te maken.


Bewerker Hannah van Wieringen volgt de op jazz geïnspireerde cadans uit het boek, en zet tegelijk intelligente accenten in het grote aantal verhaallijnen. Want er gebéúrt nogal wat in 'On the Road': Dean (Reinout Scholten van Aschat) en de jonge schrijver Sal (Matthijs van de Sande Bakhuyzen) doorkruisen het Amerika rond 1950 langs woestijnen, jazzclubs en hoerenhuizen, voortgejaagd door vele ontmoetingen en een met alcohol, seks en drugs omhuld 'onuitsprekelijk iets'.


Regisseur Marcus Azzini houdt er de vaart in, en dat is knap in deze stroom van de op zich stuur- en richtingloze belevenissen. Dialogen worden organisch versneden met scènes waarin de acteurs als verteller fungeren, anekdotiek wordt vermeden. Azzini benadrukt de intrinsieke lichtheid van Kerouacs woorden met rake terzijdes. Zo wordt een in onze tijd gevoelig liggend woord als 'neger' door acteur Ludwig Bindervoet met een droogkomisch 'Moet dat nou?' becommentarieerd.


De jonge acteurs krijgen de kans om uit te pakken. Jazzy sferen worden opgeroepen door een niet onverdienstelijk op de piano improviserende Scholten van Aschat. Jammer dat zijn personage van de naar vrijheid hunkerende Dean Moriarty laat op gang komt, waardoor de aan het homo-erotiek grenzende bewondering van Sal - onmiskenbaar motor achter 'On the road' - weinig grond krijgt. Tegelijkertijd komt wél een extra, universele laag aan de oppervlakte: de naïeve Sal wil schrijven over het echte leven, maar blijft als toeschouwer aan de zijlijn staan. Is dat niet de grootste angst van ons allemaal?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden