Jazzveteranen inspireren popsterren

Op de veertigste editie van het North Sea Jazz-festival moest afgelopen weekend in de Rotterdamse Ahoy de scheidslijn tussen avontuurlijk en behoudend niet worden verward met de scheidslijn tussen pophelden en jazzveteranen. Wat opviel: veel respect voor het jubilerende festival zelf.

Concerten die tot op de milliseconde zijn uitgedacht, en concerten waarin een naar anarchie neigende spontaniteit de boventoon voert. Het North Sea Jazz Festival biedt beide, en veel ertussen. De diversiteit van het festival is enorm, hoewel een grote kloof gaapt tussen geoliede shows in de grootste zalen en kleinere concerten in achterafzaaltjes vol onderzoekende musici. Het blijven verschillende universums. Is dat erg? Op zich niet, soms lijkt het onnodig, dat die wereld van verschil blijft bestaan.

Soms wordt die doorbroken. De Belgische pianist Jef Neve deed dat fraai in zijn solo-optreden. Hij speelde pophit 'Formidable' van zijn landgenoot Stromae, maar dan in een arrangement dat een liefde voor Ravel en Rachmaninov doet vermoeden. Voor zijn slotnummer haalde Neve de Nederlandse rapper Typhoon op het podium. Daar stonden twee op het oog zeer uiteenlopende mannen die elkaar vonden in een mengeling van blues, klassiek, hiphop en kleinkunst. Niet de mooiste muziek tijdens het festival, maar ontroerend door een onmiskenbaar respect voor elkaars kunnen.

Een dergelijke kwetsbaarheid was dit jaar zeker niet vanzelfsprekend. Veel musici probeerden toch vooral te imponeren met hun techniek. Oudgedienden als bassist Stanley Clarke en trompettist Terence Blanchard kwamen beide met een band vol piepjonge virtuozen. Hun vaardigheid grenst aan het onwaarschijnlijke, maar wat is hun verhaal?

Het Tyshawn Sorey Trio etaleerde evenveel vakmanschap, maar met een heel andere zeggingskracht. Sorey combineert beheerst de weerbarstige soberheid van een componist als Morton Feldman met de woeste kracht van free jazz. Hij is een van de representanten van een lichting musici die vrijheidsdrang verbinden met een geweldige techniek. Trompettist Peter Evans is ook zo iemand. Hij speelde in het trio van artist-in-residence Han Bennink, waarin ook de prettig tegendraadse toetsenist Oscar-Jan Hoogland aantrad. Een ontmoeting tussen drie musici die volledig hun eigen gang leken te gaan en elkaar toch nergens kwijtraakten. Precies hetzelfde geldt voor het unieke ICP waarmee Bennink gisteren aantrad.

Bennink was er veertig jaar geleden al bij, tijdens de eerste editie van North Sea. Dit weekend was hij samen met John Engels, Hans Dulfer, Randy Weston en Lee Konitz een van die mannen van het eerste uur, die, zoals een podiumpresentator zaterdag opmerkte, 'het nog doen.' Dat klinkt cru, maar het mocht soms een wonder heten dat deze musici nog op het podium stonden. Neem altsaxofonist Lee Konitz, zevenentachtig inmiddels en redelijk recent een beroerte achter de rug. De lucht raakt langzaam op, maar zijn ideeën niet. De sprankelende invallen zijn spaarzamer dan voorheen, maar ze zijn er nog.

Op die tweede dag speelden er opvallend veel oude musici. Zoals saxofonist Wayne Shorter, toch ook 81, improviserend met zijn kwartet op het scherpst van de snede. Daarnaast was er een prachtig eigenzinnig viertal oude rotten uit Chicago onder aanvoering van drummer Jack DeJohnette. Hun set vroeg een concentratie die op een druk festival als dit haast niet op te brengen is, wie het lukte werd rijkelijk beloond.

Maar die oude jazzgarde maakte dit jaar maar deels de dienst uit. Van de jongere acts speelden twee zeer verschillende Franse groepen zich in de kijker. Het ruige kwartet van Guillaume Perret mengt metal en jazz. Een beetje veel buitenkant, maar stiekem heel lekker. Pianist Thomas Enhco begeeft zich met zijn trio eerder in de lijn van Jef Neve; barok, virtuoos en toch verfijnd. Een groot talent bleek ook trompettist Adam O'Farrill in de band van Rudresh Mahanthappa.

Een van de allerbeste jazzoptredens gaf drummer Brian Blade met zijn The Fellowship Band, met gloedvolle gospelinvloeden. Dat werpt toch de vraag op waarom de werelden op North Sea zo gescheiden zijn. Wie op vrijdag Mary J. Blige haar hart hoorde leeg zingen in 'No More Drama' en een dag later Blades' altist Myron Walden met eenzelfde intensiteit hoorde soleren, kon niet anders dan denken dat de kloof niet zo groot hoeft te zijn. Die brug is te slaan.

POP

North Sea Jazz is een uitdaging. Tenminste, zo scheen het bij veel popartiesten die dit weekend muzikaal dezelfde hoogtes wilden bereiken als al die grote jazzmeneren. Het mooiste werd het als zij door die uitdaging boven zichzelf uitstegen.

Zoals inderdaad Mary J. Blige, die dichtbij kwam die genoemde brug te slaan. De 44-jarige Amerikaanse zangeres was een van de sterkste zangeressen dit weekend, die zich op de openingsdag met hetzelfde gemak door haar carrière heen laveerde als door hiphop, soul en r&b.

Even haalde Blige herinneringen op aan die goede oude jaren negentig, voordat ze begon aan een stampend blokje eurodance die uitmondde in haar recente samenwerking met houseduo Disclosure. Vooruit, dance, zo'n beetje de enige muziek die níet helemaal werkt op North Sea Jazz.

Maar verder werkt veel, heel veel. Zoals de retrorock van Alabama Shakes. Voor wiens zangeres Brittany Howard het overigens een vreemde gewaarwording moest zijn om eens een keer níet veruit de sterkste strot van een festival te hebben. Er was namelijk genoeg concurrentie, van genoemde Blige, van de swingende Vlaamse Selah Sue, van een saaie maar oersterk zingende Beth Hart, en zelfs een heel klein beetje van Lady Gaga. Hoewel die bij vlagen misplaatste duetshow met de 88-jarige crooner Tony Bennett meer om haar jurkenwissels (van chic gala naar stout doorschijnend) leek te draaien.

Precies, Gaga, Shakes, Blige: het festival boekt al langer een rits flinke popnamen. Maar ondanks dat zulke sterren met de vetste letters bovenaan het affiche prijken, kennen ze hun plaats. Er zijn maar weinig popfestivals waar artiesten zo vaak zeggen hoe trots ze wel niet zijn om op North Sea Jazz te mogen spelen. Zo was Brittany Howard zeker niet de enige die het 'een enorme eer' noemde het affiche met 'zo veel geweldige muzikanten' te delen. Die nederigheid ten opzichte van die jazzveteranen veranderde in de juiste momenten in een uitdaging. Gretig wilden popsterren laten zien dat zij óók best jazz zijn.

Zoals Jett Rebel, die voor zijn doen sober en soulvol begon, om vervolgens voluit op zijn orgel te gaan. Het jonge Nederlandse podiumbeest is flink gegroeid het afgelopen jaar, en gaf zijn geweldige band alle ruimte die het verdiende, in een concert vol solo's op orgel, gitaar, of sax. Hij durfde het zelfs aan om even in te vallen voor Chaka Khan, die wegens keelproblemen haar eigen concert halverwege verliet. Dit soort geldingsdrang leverde flink wat moois op.

Zo ook bij Typhoon: de rapper was het afgelopen jaar niet te stuiten. Diens livereputatie stoelt op het muzikale kunnen van zijn Titanenband. Deze greep North Sea Jazz aan om het allemaal net ietsje funkier te doen, om net dat ene basloopje of toetsenriedeltje ertussen te proppen. Het is zo'n band die de kunst verstaat van het spelen mét, in plaats van het spelen ván de nummers.

Zij zullen diezelfde avond vol bewondering hebben gekeken naar D'Angelo en The Vanguard, de beste begeleidingsband die dit weekend op het hoofdpodium stond. De soulster is sinds zijn 'Black Messiah' bezig aan een onstuitbare comeback, ook in Rotterdam weer, al was het jammer dat de band na een uur pas echt op stoom kwam - en de show al zowat op z'n eind liep.

Maar niet alle popsterren lieten zich uit de tent lokken. Gelikt, degelijk en bovenal veilig popvermaak was er bij Paolo Nutini, geweldig bij stem, die net als de aalgladde John Legend zaterdagavond veel stelletjes in de enorme Nile-zaal liet knuffelen. Smeuïg was ook Jamie Cullum: bij hem kwam tijdens zijn Radiohead-Amazing Grace-combinatie wél bezieling en kippenvel bovendrijven.

Ondanks die veilige namen had North Sea Jazz ook plek ingeruimd voor de huidige vuige soulrock-trend, in de vorm van mannelijke zangers als Curtis Harding, Leon Bridges en Michael Kiwanuka van wie laatstgenoemde het beste songmateriaal in huis bleek te hebben.

De momenten dat de popmuzikanten zich bewust toonden van de roemrijke geschiedenis van het jubilerende North Sea Jazz-festival waren de mooiste, afgelopen weekend in de Ahoy. Wat ook onderstreepte dat popsterren zich steeds meer thuis beginnen te voelen op een van de grootste jazzfestivals ter wereld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden