Jazzpianist overwon handicap en werd ware klavierleeuw

AMSTERDAM - Het klinkt cru, maar de dood van Michel Petrucciani op slechts 36-jarige leeftijd komt niet onverwacht. De beroemde Franse jazzpianist leed aan een zeldzame beenmergziekte, die zijn lengte tot ongeveer een meter beperkte en met zulke broze botten opzadelde, dat ze bij het minste braken. Meestal werd hij tijdens concerten bijgestaan door een helper die hem het podium opdroeg en op zijn kruk tilde. Op zijn beste momenten strompelde hij op krukken het podium op en hielp hij zichzelf op de pianokruk.

Bijkomend probleem was een chronisch zwakke gezondheid. Er hoefde maar iets te gebeuren, of hij lag weer in het ziekenhuis. Zijn laatste ziekenhuisopname in zijn woonplaats New York, wegens longontsteking, overleefde hij niet. Gistermorgen overleed hij daar, zo maakte zijn impresariaat in Parijs bekend.

De op 28 december 1962 in het Zuidfranse Orange geboren Michel Petrucciani groeide op in een muzikaal milieu. Zijn vader had een muziekhandel en speelde gitaar, zijn beide broers speelden gitaar en bas. Zelf koos hij al vroeg voor de piano. Op zijn twaalfde imiteerde hij Oscar Peterson en op zijn zestiende werd hij beroepsmusicus. Een paar jaar later verhuisde hij naar New York om met de grote jazzmusici te kunnen spelen.

Tijdens zijn korte carrière als uitvoerend musicus liet Petrucciani zich nooit beperken door zijn handicap en zijn zwakke gestel. Hij overwon alle moeilijkheden en speelde met de beste jazzmusici uit de hele wereld, onder wie saxofonist Wayne Shorter, bassist Gary Peacock en slagwerker Roy Haynes.

Ondanks zijn geringe lengte was Petrucciani een ware klavierleeuw. Zijn korte beentjes haalden net de verhoogde pedalen, zijn hoofd reikte amper tot de rand van de vleugel en zijn schouders kwamen nauwelijks boven het toetsenbord uit. En als hij een hele lage of hele hoge noot wilde spelen, lukte hem dat alleen door met zijn lichaam zwaar de gewenste kant uit te leunen.

Zodra je hem hoorde spelen, merkte je van dat alles echter niets. Eenmaal achter het toetsenbord speelde Petrucciani met een flair die hem in een directe relatie stelde met de allergrootste jazzpianisten uit het verleden, onder wie de door hem bewonderde Bud Powell en Bill Evans. In zijn composities en improvisaties citeerde hij met gemak uit de jazzgeschiedenis, zonder zich ook maar een moment tot clichés te laten verleiden. En in zijn veelal romantische spel koppelde hij een vanzelfsprekende virtuositeit aan een fijnzinnig en opmerkelijk krachtige toucher.

Wat blijft zijn de herinneringen aan spectaculaire concerten en tientallen cd's. Daaronder het recent verschenen 'Solo Live', en 'Flamingo', een kwartet-album met de bejaarde violist Stephane Grappelli (beide verschenen op het Dreyfus-label).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden