Jazz woont nu in Denemarken

Jazz heeft in Scandinavië zijn nieuwe thuis gevonden. In Denemarken, om precies te zijn, zo is volgende week te zien op het meerdaagse jazzfestijn Danish Delight.

Is jazz dood of alleen maar verhuisd? Muziekschrijver Stuart Nicholson stelde zich die vraag negen jaar terug en kwam tot de conclusie dat Scandinavië het nieuwe thuis van de jazz is. In bakermat Verenigde Staten is jazz volgens Nicholson een spektakelstuk geworden, waar musici elkaar proberen af te troeven door steeds harder of sneller te spelen. Heel anders gaat het eraan toe in de Scandinavische landen. Daar zijn muzikanten geneigd om goed samen te werken en durven ze dankzij een voortreffelijk subsidiestelsel ook het muzikale avontuur aan, onafhankelijk als ze zijn van bezoekersaantallen en verkoopcijfers.

Nicholsons verhaal gaat zonder meer op voor Denemarken, maar er zijn nog twee redenen waarom de Deense situatie zo bijzonder is. In de eerste plaats is dat een lange en rijke jazzgeschiedenis. In de jaren vijftig en zestig verlieten veel Amerikaanse jazzmusici hun thuisland om zich blijvend in Europa te vestigen. De raciale verhoudingen in de VS speelden daarbij een rol, maar zeker ook de arbeidsomstandigheden. Anders dan in Amerika kon in Europa met jazz geld worden verdiend. Aanvankelijk was Frankrijk favoriet, daarna Nederland, maar uiteindelijk kwamen veel van deze jazzbannelingen in Denemarken terecht om er te blijven. Deense musici hadden zo hun voorbeelden bij de hand en er ontstond een levendige en gezonde scene met meerdere podia en platenmaatschappijen.

Misschien vanwege de vertrouwdheid met het genre heeft jazz in het Deense subsidiestelsel een stevige voet aan de grond gekregen. Ten koste van klassieke muziek wordt er relatief veel aan nieuwe (jazz)muziek gespendeerd. Vooral voor jonge musici zijn er meerdere regelingen om hen te stimuleren. Zo kunnen ze geld krijgen om met buitenlandse muzikanten te toeren en cd's op te nemen. Onder de voorwaarde van een goed plan, en veel eigen initiatief. Daarbij is het de bedoeling dat Deense jazzmusici zich veel in het buitenland laten zien en horen.

En volgende week krijgt het Nederlandse publiek een ongekende kans om kennis te maken met een aantal vooraanstaande Deense acts. Maar liefst tien Deense groepen zijn te bewonderen op podia in Amsterdam, Groningen, Rotterdam en Utrecht. Het eerste dat opvalt bij deze selectie, is dat de Denen er een ruime definitie van de jazz op na houden. De zes zangeressen van IKI brengen bijvoorbeeld a capella muziek die sporen draagt van minimal music, pop en oude vocale (kerk)muziek. Geen jazz van het zuiverste water dus, maar hun bekroonde debuut is zeker een interessante plaat.

Ook zangeres Kira Skov begeeft zich hooguit aan de grens van wat doorgaans jazz wordt genoemd. Met haar album 'When we were gentle' sleepte ze hoe dan ook belangrijke Deense jazzprijzen in de wacht. Begrijpelijk, want een indringend lied als 'Don't Forget me' is zo kwetsbaar dat je het niet zult vergeten. Het is donkere, zeer intense muziek. Ogenschijnlijk eenvoudig, maar sterk gelaagd en vol verfijnde details. Net als de programmeurs die haar selecteerden, doet Skov niet aan hokjesdenken. Dat geldt blijkbaar voor meer Deense musici. Zo speelt in Skovs band toetsenist Simon Toldam die bij popachtige projecten betrokken is, maar ook vooruitstrevende jazz maakt, onder meer met onze eigen Han Bennink.

Een musicus die net als Toldam als boegbeeld van de eigenwijze, onderzoekende jonge jazzmusici wordt beschouwd, is pianist Jacob Anderskov. Zijn discografie is gezien zijn leeftijd uitgebreid en vooral heel divers. Van oude Deense volksliedjes tot complexe bigbandmuziek - Anderskov verkent het allemaal. Tijdens Danish Delight presenteert hij zijn meest recente project: 'Strings, percussion & piano' waarin hij samen met de geweldig talentvolle drummer Peter Bruun soms samen met een klassiek strijktrio opgaat om er later juist tegenaan te schuren. Dissonanten en ongemakkelijke texturen wisselt Anderskov af met lieflijke, haast romantische melodieën.

Ook uitdagend is de groep Kasper Tom 5 onder leiding van drummer Kasper Tom Christiansen. Mede dankzij twee ingehuurde buitenlandse musici, onder wie de opmerkelijke Duitse rietblazer Rudi Mahall, creëren de drie blazers verrassende en spannende harmonieën, die van de ritmesectie alle ruimte krijgen en soms een stevig weerwoord. Met compositietitels als 'Döner Macht Schöner' en 'Butt Crack Blues' wekt de groep een melige, studentikoze indruk, maar in de muziek klinkt dat gelukkig nauwelijks door.

Of de jazz in Denemarken ook geëmancipeerder is dan in menig ander land? Afgaande op deze selectie zou je denken van wel. Vijf van de tien acts worden door een of meerdere vrouwen geleid. Van hen is percussioniste Marilyn Mazur hier de bekendste, vanwege het feit dat ze samen met Miles Davis heeft gespeeld. Mazurs muziek is gloedvol en moeilijk vast te pinnen. Muziek van een wereldburger met tal van zeer diverse invloeden. The Kutimangoes kijken eveneens graag over de grens. Fela Kuti, Tony Allen en andere vertegenwoordigers van de Afro Beat hebben duidelijk model gestaan, maar het resultaat is verbluffend opwindend en ook nog heel intelligent. Het ziet er naar uit dat de jazz nog wel even tevreden in zijn nieuwe Deense huis kan blijven wonen.

Danish Delight, 2 - 7 september op diverse podia. Programma: wwwdanishdelight.dk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden