Jazz. Wat is dat nou helemaal? Bebop, hardbop, Spongebob?

Met nostalgische gevoelens over het Haagse verleden en onzekerheid over wat het Rotterdamse Ahoy’ als nieuwe locatie gaat bieden, maken vele tienduizenden zich deze dagen op voor de eenendertigste editie van North Sea Jazz. Of ’s werelds grootste indoor jazzgebeuren zijn vuurdoop in de Maasstad goed doorstaat moeten we afwachten.

In elk geval komen trouwe bezoekers van giganten als Herbie Hancock, Al Jarreau of Roy Hargrove dit jaar weer ruimschoots aan hun trekken. Maar er staat ook veel nieuws op de planken. Zoals popdrummer Manu Katché, die aantreedt met een Pools jazztrio en, uit eigen land, de jonge band Room Eleven. Slechts twee van de talloze acts die het begrip jazz weer eens lekker oprekken.

„Wat is dat nou helemaal jazz? Bebop, hardbop, Spongebob?” Lachend wuift zangeres Janne Schra, kortweg Janne, de hokjesgeest weg. Samen met gitarist Arriën Molema, vormt ze de ruggengraat van de band Room Eleven. Met de debuut-cd ’Six White Russians and a Pink Pussycat’ schaart het kwintet zich onder Nederlands beste makers van on-Nederlands klinkende ’feel good’-muziek. Room Eleven staat voor ongekunstelde spontaniteit, soepel gespeelde up-tempo, poppy jazz, leunend op de singer-songwritertraditie en swingende zigeuner-manouche.

Arriën heeft een opleiding tot muziekdocent afgerond en studeert gitaar op het Utrechts conservatorium. Janne is grotendeels autodidact, maakte zichzelf wegwijs op de piano en begon liedjes te schrijven en te zingen.

Het avontuur begon toen Janne eens een tekst schreef voor Floris Klinkert, de producer van de cd. Een vriend van hem, de bekende DJ Maestro, maakte daar vervolgens een remix van. Janne: „Ik heb hem toen benaderd omdat ik wist dat hij belangrijke connecties had. Wij hadden inmiddels de band opgericht en DJ Maestro liet onze demo horen bij Universal. Niet veel later tekenden we daar zowaar een platencontract!”

„Plotseling werden we verrast door een telefoontje van iemand uit de organisatie van het North Sea Jazz, of we er misschien toch maar van afzagen om te komen spelen! Ze hadden ons al meerdere e-mails gestuurd, maar die waren niet aangekomen. Was het optreden bijna aan onze neus voorbijgegaan.”

Vorig jaar mocht Janne al even ruiken aan de magie van een optreden op North Sea. Na afloop van de reguliere concerten zong ze tijdens een sessie een nummer van haar idool Bonnie Raitt, begeleid door niemand minder dan pianist Kenny Werner. Ook dit jaar staat ze gepland voor een gelegenheidsduet, nu met de Canadese crooner en Sinatra-kloon Matt Dusk, een ander nieuw gezicht op het festival.

„Dan moeten we wel kunnen repeteren”, zegt Janne resoluut, „want we maken beiden totaal verschillende muziek. Ik vind het allemaal wat te glad bij Dusk. Bij Room Eleven draait het meer om rauwheid. Zo hebben we een nummer op de cd gezet, dat ik in een opwelling inzong op mijn mp3-speler. Er sprak zo’n directe sfeer uit dat we het onbewerkt overnamen. We blijven nooit lang doorzeuren om een nummer zo perfect mogelijk te krijgen, dat doet alleen maar afbreuk aan de eerlijkheid ervan.”

„Onze muziek heeft een positief karakter. Sommige liedjes hebben wel trieste teksten, maar die spelen we dan op een vrolijke manier. Zo zorg je toch voor stemmingscontrasten en houd je de spanning erin.”

Live wordt het volgens Janne en Arriën allemaal wilder dan op cd, met meer solo’s en improvisaties. „Daar gaat trompettist Diederik Rijpstra, mijn vriendje en onze ’special guest’, een belangrijke rol in spelen”, roept Janne enthousiast. „Hij maakt tevens deel uit van de band Quincey die dit jaar op het festival meedoet aan de finale van de Dutch Jazz Competition. Daar gaan we natuurlijk naar luisteren. En zeker ook naar gitarist John Scofield, een van Arriëns helden. Die treedt aan met Jack de Johnette, een werelddrummer.”

Over drummers gesproken, wat te denken van Manu Katché? De meeste mensen kennen de Fransman als begeleider van grote sterren uit de pop- en wereldmuziek. Hij speelde met Peter Gabriel, Sting, Joni Mitchell, Tears for Fears* en de laatste tien jaar is hij met grote regelmaat te horen op cd’s die saxofonist Jan Garbarek opnam voor het ECM-label.

Manfred Eicher, de grote man achter ECM, vroeg Katché of hij niet eens een cd onder eigen naam wilde maken. Zo kwam ’Neighbourhood’ tot stand, een samenwerking met Garbarek en het trio van de Poolse jazztrompettist Tomasz Stanko.

Een typische jazz-cd is het niet geworden. Net als Janne en Arriën beschouwt ook Katché zichzelf niet als een jazzmuzikant, maar vooral een liefhebber van het genre. Katché: „Ik liep al langer rond met het idee een cd op te nemen die je met rustige tred langs niet al te moeilijke stukken loodst, waarop de melodieën soepel vloeien, met voldoende ruimte tussen de noten, zonder vertoon van spierballen en virtuositeit. Ik ben een relaxte gozer en zo wil ik mij ook muzikaal uiten.”

Een virtuoze drummer is Manu Katché dan ook niet. Hij blinkt niet uit in het spelen van overdreven ingewikkelde patronen en heeft geen groot drumstel nodig, een gewone kit volstaat. „Het idee dat drummers vooral wild om zich heen slaan moet de wereld uit. Het is niet eenvoudig mensen ervan te overtuigen dat ook drummers melodieuze en gevoelige muzikanten kunnen zijn”, stelt Katché.

Begonnen als pianist ging Katché op zijn vijftiende klassiek slagwerk studeren aan het bekende Conservatoire National Supérieur de Paris. „Die opleiding was heel bepalend voor mij als drummer. Als klassiek percussionist heb je te maken met toonhoogten, harmonie, timbre, je bent deel van een heel orkest en leert overzicht houden. Ik stem nu ook altijd mijn snaredrum en met mijn bekkens breng ik veel kleur aan in de muziek. Een drumkit is geen eenvoudig instrument om een eigen stijl op te ontwikkelen. Wat dat betreft ben ik blij dat ik bij ECM zit, daar respecteren ze de klank van je instrument.”

„Nu mijn eigen cd klaar is, merk ik dat vrijheid ook voor drummers is weggelegd. En dan is het prachtig om samen te werken met mensen die goed kunnen improviseren. Voor hen is het een uitdaging om met iemand te spelen die geen uitgesproken jazzmuzikant is. Ze moeten zich aanpassen aan de manier waarop ik de stukken heb geschreven: eenvoudig, zonder complexe jazzstructuren, als popliedjes.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden