Jazz maakte je modern

Een dissonant die de maatschappij op zijn kop zette, een oerkracht waardoor ook schrijvers zich lieten meesleuren

PAUL VAN DER STEEN

Jazz had de belofte van opwinding en verandering. Je vindt dat terug in boeken als Remco Camperts 'Het leven is vurrukkulluk'

Jazz, de nieuwe klank van begin vorige eeuw, was meer dan muziek alleen. Die oerkracht moest wel nieuwe tijden aankondigen. De Belgische essayist en literatuurcriticus Matthijs de Ridder verkent het doorwerken van deze revolutie in het denken en de literatuur.

Europa verkeerde in het eerste jaar na de Eerste Wereldoorlog nog in verwarring. Misschien zou dat nog wel even zo blijven. Want vielen de gemoederen wel te bedaren, als mensen voortdurend werden opgehitst door een nieuw soort muziek? Verontruste Fransen richtten daarom de Ligue contre le Jazz-Band op. De kakofonie die jazz genoemd werd, was "een soort muzikaal bolsjewisme". Een verslaggever van La Presse de Paris mopperde: "Als ik dineer in een restaurant komt de rekening me al pijnlijk genoeg voor, ook zonder dat een orkest met epileptische aanvallen me nog eens het vel over de oren trekt."

Aan de overkant van het Kanaal had The Times het over "een van die Amerikaanse afwijkingen die van het leven een nachtmerrie dreigen te maken. Het doel van een jazzband is, blijkbaar om zoveel mogelijk lawaai te produceren, als het soms per ongeluk blijkt te resulteren in muziek, zoveel te beter voor alle betrokkenen."

Jazz gold bovendien als muziek van de onderbuik. Opruiende tempo's en wilde dansen brachten passie naar boven, terwijl de serieuze Europese muziek sinds het begin van de negentiende eeuw steeds meer nadruk op de rede had gelegd. De maatschappelijke impact kon verschrikkelijk zijn, voorspelde een Amerikaanse advocaat, die in augustus 1919 geciteerd werd door de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Het bederf kon tot ver buiten de culturele sector toeslaan. Immers: "Uit alle hoofdsteden van Europa hoort men hetzelfde. Geld en zeden hebben hun vroegere waarde verloren. Iedereen jazzt, jazz is overal: in jazzdansen, jazzgedachten, jazzmoraal, jazzpolitiek."

Sommige literatoren hielden hun hart vast. De hoofdpersoon van Herman Hesse's 'De Steppewolf' (1927) had het over 'ondergangsmuziek'. Toen het Romeinse Rijk op zijn laatste benen liep, "moest er dergelijke muziek zijn geweest". Maar veel andere schrijvers toonden zich onder de indruk van de jazz als dissonant. Die vertegenwoordigde een soort oerkracht, een ontregelende klaroenstoot die nieuwe tijden aankondigde.

Per land, per auteur werd dat weer anders ingevuld, laat De Ridder in zijn boek 'Rebelse ritmes' helder zien: "De jazz, bleek een krijger die, ondanks het feit dat hij een zeer herkenbaar karakter had, zonder problemen kon worden ingezet in de meest uiteenlopende pogingen om het naoorlogse Europa van een 'modern' voorkomen te voorzien."

De muziek troostte bij uitzichtloosheid en gedijde bij visioenen van vernieuwingsgezinden, ondersteunde nationalisme en internationalisme, en herbergde beloften voor fascisten en antifascisten.

Na de Tweede Wereldoorlog kregen auteurs een minder eendimensionale kijk op jazz. In Remco Camperts 'Het leven is vurrukkelluk' (1961) en Willy Roggemans 'Het goudvisje' (1963) droeg jazz nog steeds de belofte van verandering en opwinding met zich mee, maar lag ook het gevaar van lethargie en ontsporing op de loer.

Politiek bleef jazz breed inzetbaar. Het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken gebruikte jazzbands als cultureel ambassadeurs. Raciaal gemengde gezelschappen met een muziek waarin de vrijheidsdrang ingebakken was, waren er betere symbolen van de triomferende westerse democratie te bedenken?

Tijdens tournees door de hele wereld moest de instrumentale propaganda zijn werk doen. Niet iedereen bleek even vatbaar. Sovjetleider Nikita Chroesjtsjov zei na een concert van Benny Goodman (een Amerikaans klarinettist en bandleider met Russische wortels) dat hij niet hield van deze klankeruptie maar van goede muziek. Toen de twee mannen even later ontdekten dat ze allebei liefhebber waren van Mozart, reageerde Chroesjtsjov verbaasd: "En toch speel je die verschrikkelijke muziek?"

In de literatuur van de Oost-Europese dissidenten echode jazz door. Maar meer dan ultieme vrijheidsmuziek werd die de verklanking van een knagende onzekerheid: bestonden absolute rechtvaardigheid en vrijheid wel?

In de loop van de jaren zestig gingen muzikanten jazz ook meer en meer gebruiken voor het maken van politieke statements. Vooral de freejazz pretendeerde dat er onder de wilde klanken een politieke laag verborgen ging. De Nederlandse pianist Misha Mengelberg speelde in 1966 op het Newport Jazz Festival en noemde een van zijn stukken 'Vietcong', ten einde het Amerikaanse publiek op stang te jagen. "Maar het had ook Tante Bet kunnen heten."

Dat soort ironie, in de pop ook te traceren bij artiesten als Frank Zappa, was veel zwarte artiesten vreemd. Zij waren bloedserieus. Een saxofonist als Archie Shepp beschouwde zichzelf als strijder in het gevecht om burgerrechten voor de zwarten in Amerika. Malcolm X onderstreepte in 1964 het belang van jazz: "Als een zwarte muzikant zijn instrument pakt en begint te blazen, dan improviseert hij, hij creeert, het komt van binnen. Het is zijn ziel. Jazz is de enige ruimte in Amerika waar een zwarte man vrij is om te creëren."

Nog steeds zijn er jazzmuzikanten met een missie. De veelbelovende Amerikaanse trompettist Christian Scott veranderde zijn naam in Christian aTunde Adjuah om zijn Afrikaanse wortels te laten zien. In zijn muziek vind je politieke boodschappen over raciale en economische ongelijkheid. "Je bent niet op deze aarde om geen mening te hebben", verklaart hij in een interview in het jongste nummer van het Nederlandse tijdschrift Jazzism. Toch wordt dit soort engagement schaarser. Jazz is niet meer de onstuimige kracht van bijna een eeuw geleden, concludeert De Ridder.

Zijn 'Rebelse ritmes' is geen strak doorgecomponeerd boek. Al in het begin van zijn betoog laat hij weten dat hij geen uitputtende geschiedenis heeft geschreven.

Dat is geen bezwaar. Dat in de tweede helft van het boek de beloofde ontmoeting tussen jazz en literatuur wat naar de achtergrond verdwijnt, is dat wel. 'Rebelse ritmes' biedt gelukkig volop verfrissende gedachten en inzichten. De Ridder zet aan tot (her)lezen en (her)luisteren en gunt zo de nodige literatuur en muziek een nieuw leven.

Matthijs de Ridder: Rebelse ritmes. Hoe jazz & literatuur elkaar vonden. De Bezige Bij, Antwerpen; 376 blz. € 19,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden