Jazz / Dringen op het podium

Elk jaar wordt tijdens de Uitmarkt, de presentatie van het nieuwe culturele seizoen, één bepaalde discipline extra uitgelicht. Dit jaar staat het Amsterdamse Museumplein op de zaterdagavond geheel in het teken van jazz. Onder de noemer 'Jazz around' bieden de jonge honden een mooie staalkaart van de huidige stand van zaken van de jazz in Nederland.

Het jazztalent bloeit in ons land als nooit tevoren. Talloze huwelijken worden in de geïmproviseerde muziek gesloten met andere muziekgenres en tradities. Een dynamische wereld die zijn weerga niet kent. Maar het aanbod is in een stroomversnelling geraakt. Jaarlijks leveren de vele hoogwaardige jazzopleidingen die Nederland sinds de jaren tachtig telt, hordes muzikanten af, terwijl steeds meer podia hun deuren sluiten. Resultaat is een overstroming waarin maar een enkeling zijn hoofd boven water weet te houden. Daarbij komt dat de toch al marginale groep jazzconcertbezoekers langzaamaan vergrijst, en het betalen van entreegeld in onze cultuur met veel morren gepaard gaat.

Zelfpromotie, bevlogen programmeurs en welwillende subsidiënten zijn voor een gezond jazzklimaat van levensbelang. Maar niet iedereen kan zichzelf even goed verkopen, de podia spelen met grote publiekstrekkers op zeker en de overheid laveert tussen besparingsdrift en gulheid op basis van heersende politieke ideeën.

Hoog tijd dus deze neerwaartse spiraal te doorbreken en een breder publiek warm te krijgen voor de vaderlandse improvisatiemuziek. Met een kwalitatief hoogstaand aanbod zette programmeur Babette Verhoef voor deze editie van de Uitmarkt alvast een belangrijke stap in de goede richting. Door musici uit de beroepspraktijk aan te trekken, maakte zij er dit jaar veel minder een conservatoriumaangelegenheid van dan voorheen nogal eens het geval was.

,,Het was bepaald niet eenvoudig professionals te strikken voor deze onbetaalde concertjes van een half uur. Voor velen lonkten elders lucratieve optredens, en die moet je meepikken als je elkaar zo in de weg zit'', vertelt Verhoef.

Het aantrekken van Verhoef als jazzprogrammeur was een gouden zet. Zij was verantwoordelijk voor het binnenhalen van de 'hot en hip' in het jammer genoeg begin dit jaar ter ziele gegane Amsterdamse Pompoen. Het was de laatste echte jazzclub in Nederland, met elke dag van de week een band op de planken. ,,Voor het jazzklimaat in ons land is het onontbeerlijk dat een initiatief als Pompoen wordt voortgezet'', stelt Verhoef.

Waar kunnen mensen die de improvisatiemuziek een warm hart toedragen nog heen? Naast het vermaarde Bimhuis zijn bijvoorbeeld het Tilburgse Paradox en Wilhelmina in Eindhoven, door zowel publiek als uitvoerders, gekoesterde podia. Maar je kunt er niet dagelijks binnenwandelen om een combootje aan het werk te zien. Een alternatief dat nog enigszins een meerdaagse jazzprogrammering hanteert is het Haagse Pannonica.

Festivals zijn er voldoende. Maar het zijn jaarlijkse gebeurtenissen en de meeste vinden plaats in de zomermaanden. Naast het Haagse North Sea Jazz - dat met een randprogrammering waar menig pop- of wereldmuziekfestival bij in het niet valt, de term improvisatie wel erg ruim opvat - heeft Rotterdam op de Kop van Zuid sinds 2001 het niet al te drukke en breed geprogrammeerde World Port Jazz. Ook Jazz International Rotterdam beleeft komende maand zijn derde editie. Twee broodnodige initiatieven na het verdwijnen van het Newport Jazz Festival en podia als de Jazzbunker en Thelonious.

De Kleine Zaal van het Utrechtse Vredenburg verandert in februari, gedurende het SJU Festival, in een intieme en goed klinkende jazzarena, met op de planken veel hedendaags, cerebraal en crossover-repertoire. Stichting Jazz Utrecht verzorgt de programmering en heeft in zijn zesentwintigjarige bestaan een heel eigen publiek aan zich weten te binden. Met de Pinksterdagen is er zowaar een gratis toegankelijk festival te bezoeken: Jazz in Duketown met zo'n vijftien podia in de binnenstad van Den Bosch.

In Amsterdam is er het dwarse Trytone jazzcollectief, dat zich vooral manifesteert op camp-podia, zoals in het voormalige kraakpand Zaal 100 in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt. Jaarlijks organiseert Trytone hier, en in het Bimhuis, een hoogwaardig jazzfestival.

Het Amsterdamse Concertgebouw verwierf faam als jazztempel met de Jazz at the Philharmonic-concerten, die in de jaren vijftig voor een toen nog jong en dwars publiek plaatsvonden. Veel van datzelfde publiek bezoekt er nu nog steeds optredens van grote namen uit de bakermat van het geïmproviseerde genre.

De Cubaanse pianist Ramón Valle, die het Uitmarkt-jazzprogramma zaterdagavond in het Concertgebouw afsluit, is een echte eclecticus die op heel oorspronkelijke wijze jazz met klassieke en Cubaanse muziek vermengt. Eenvoudig was het voor hem niet om serieus genomen te worden, toen hij zich hier zes jaar geleden vestigde. Ze vonden hem maar een rare, ondermaatse rasta. En dat hij piano speelde, was al helemaal vreemd. De fine fleur van de Cubaanse muzikanten speelt toch conga's, bongo's of timbales?

Om gemakkelijker aan de bak te komen werd hem aangeraden met Nederlanders te spelen; die weten immers de weg. ,,Maar ik had al een sound opgebouwd met Cubaanse muzikanten, en daarvan wilde ik niet afwijken'', vertelt Valle. ,,Als ik met een Hollandse band zou spelen, zou het concept totaal veranderen. Bovendien verloopt de communicatie beter tussen muzikanten met eenzelfde culturele achtergrond. Ik hoef maar in de ogen van mijn bandleden te kijken om te weten welke kant ze op willen.''

Het is een belangrijke reden waarom in ons land de meeste musici met een niet-westerse achtergrond bij elkaar klitten. Maar er zijn er ook die open staan voor een nieuw geluid, een mix van in- en uitheemse klanken. Zo heeft het Utrechtse SJU-podium zijn Music World Series, waar alles behalve vrijblijvend of onsamenhangend gemusiceerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan het Global Village Orchestra dat vanaf dit podium onlangs een prachtige cd uitbracht. Of aan saxofonist Yuri Honing en bassist Tony Overwater. Vanuit hun fascinatie voor Arabische muziek zijn ze een spannende samenwerking met musici uit die contreien aangegaan.

Ook violist Oene van Geel - op de Uitmarkt speelt hij met Mosaic - heeft met zijn multi-etnische formatie Bedham de Indiase muziek ontdekt. ,,Het is belangrijk niet zomaar twee culturen op elkaar te plakken, maar naar een gezamenlijke basis te zoeken, een structuur waar verschillende muziektradities elkaar in harmonie kunnen ontmoeten'', stelt Van Geel.

Al deze experimenten blijven welluidende uitzonderingen. Niettemin zijn het indicaties van een belangrijke nieuwe richting waarin de improvisatiemuziek zich in ons land beweegt. Vooralsnog is het echter zo dat lang niet altijd, of beter gezegd: bijna nooit, een multi-etnische muziekmix iets beters oplevert dan langs elkaar heen spelende culturen, of één dominante, meestal westerse, traditie die wordt aangevuld met exotische kleurtjes.

Vergeleken met bijvoorbeeld Cuba, waar eeuwenlange wederzijdse beïnvloeding van Afrikanen en Europeanen tot een bruisende muzikale mixcultuur leidde, valt het in Nederland nog vies tegen met de multiculturele muzieksamenleving. Met het oog op werkelijk goed gestructureerde crossovers is de natuurlijke nieuwsgierigheid van talentvolle improvisatoren de sleutel tot succes. Maar alsjeblieft, forceer het niet.

Onder subsidiaire dwang van de gemeente Amsterdam - zij achten de Uitmarkt-traditie te veel een zaak van blank autochtoon Nederland - gaat de presentatie van het nieuwe culturele seizoen dit jaar gepaard met het zogenaamde Roots en Routes-programma. Hierin wordt allochtoon talent begeleid door 'experts'. Experts? Bedoelen we hier niet mensen mee wier visie op artisticiteit geleid wordt door politieke opvattingen? Gaat het in de kunsten niet om kwaliteit, om datgene waarvoor mensen een voorstelling bezoeken en waardoor artiesten door elkaar geïnspireerd raken? Is er iemand die weet hoe een 'politiek correct septiemakkoord' klinkt?

Je kunt je bijvoorbeeld ook afvragen waarom er zo opvallend veel zangeressen actief zijn in de jazz, en zo weinig mannelijke vocalisten. En waarom, aan de andere kant, de instrumentalisten vrijwel uitsluitend mannen zijn. Improviserende vocalistes zijn booming in Nederland en de Uitmarkt presenteert er veel voorbeelden van. Deborah J. Carter bijvoorbeeld, de Amerikaanse met het krachtige, ronde stemgeluid, sinds acht jaar in Nederland wonend. Komend seizoen trakteert ze ons op werk van haar jongste cd 'Round moonlight': gemakkelijk in het gehoor liggende, eigentijdse jazz met latin- en mainstream-invloeden. Dan zijn er de Zwitserse Kristina Fuchs, de Curaçaose Izaline Callister en de volledig autodidacte Heleen van den Hombergh. Ook het Songs of Freedom-sextet werkt met een zangeres (Verhoef) en Hinze heeft in zijn Combination een Duitse en Indiase vocaliste opgenomen. Of deze opvallend conventionele rolverdeling binnen een vooruitstrevend genre bij uitstek, nu koste wat kost op de schop moet is de vraag.

,,Ook in jazz is sex appeal belangrijk'', merkt Carter op. Het publiek ziet volgens haar graag een vrouwelijk tegenwicht op het doorgaans door mannen bevolkte jazzpodium. ,,Zolang ik blijf zingen is iedereen blij, maar wanneer ik met suggesties kom voor arrangementen of andere instrumentale zaken, dan word ik als vrouw opeens niet serieus genomen'', voegt ze eraan toe. Van den Hombergh noemt de teksten van de ballades, die vrijwel allemaal voor vrouwen zijn geschreven, de reden voor het gebrek aan jazz-zangers. Een vocalist in de jazz moet volgens haar kwetsbaar en breekbaar overkomen.

Dat zegt allemaal nog niets over de werkelijke reden voor de rolverdeling op basis van geslacht. Misschien dat een van de weinige mannelijke jazz-zangers die ons land telt er een antwoord op heeft. Hartog Eysman bijvoorbeeld. Tijdens zijn zangopleiding was hij de enige jongen in een klas met negen meiden. Eysman zoekt de verklaring in de muziek: ,,Door de tijd heen hebben bepaalde klankcombinaties hun werkzaamheid bewezen: een combo met bas en drums aan de basis, klinkt beter met een zangeres omdat die een hoger bereik heeft dan een zanger, en zodoende voor meer contrast en spanning zorgt.'' Dat daarentegen instrumentalisten veelal mannen zijn, heeft volgens hem voor een deel te maken met de technische richting die de jazz in de loop der jaren is ingeslagen. ,,Op het conservatorium van Arnhem/Zwolle, waar ik les geef, merk ik dat vrouwen minder genegen zijn zich te verdiepen in technische vakken als harmonieleer of muziekanalyse, dat zijn typische mannenvakken.''

De traditionele verdeling tussen de seksen blijkt in de jazz behoorlijk vastgeroest en bij de uitvoerders lijkt maar weinig animo voor verandering ervan te bestaan. Met zijn band Flowriders legt Eysman zich dan ook vooral toe op 'repertoire met ballen': nu-jazz met stevige beats en stoere vocalen. ,,Dit komt nu eenmaal beter over dan een kerel die zingt: Look at me, I'm as helpless as a kitten on a tree.''

Het experimenteren met nieuwe ideeën blijft in de improvisatiemuziek om de nootjes draaien, en dat biedt al meer dan genoeg ruimte voor verandering. Zoals de flirt tussen jazz en hedendaags klassieke muziek die het knipoogstadium ver voorbij is.

Met de uitspraak 'Music is everywhere' brak John Cage al een halve eeuw geleden een lans voor de nieuwe muziek van toen. Sindsdien duiken de geluiden die ons dagelijks omringen als sappige timbres op in menig hedendaagse compositie, en ook in de jazz. Overal, van de Turkse pizzeria tot de blanke rasta met didgeridoo op de Amsterdamse Dam, klinkt de meest uiteenlopende muziek. Geen wonder dat de vrijheid die improvisatie biedt gretig wordt aangegrepen om een brug te slaan tussen diverse muzikale 'niches'. Maar er blijven open geesten nodig. Zoals David Kweksilber en Guus Jansen die op spannende wijze hedendaags klassiek met impro laten versmelten.

Alles kan in de jazz. Maar jammer genoeg haalt bar weinig de planken. Wie wil het programmeren en wie heeft er geld voorover? Zoals het er nu naar uitziet blijft het nog wel even dringen om te swingen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden