'Jauchzet, frohlocket', maar dan anders

spelen met bach | interview | Het is misschien niet zo'n grote traditie als de 'Matthäus-Passion' rond Goede Vrijdag, maar aan Bachs 'Weihnachtsoratorium' ontkom je deze dagen niet in kerken en concertzalen. Ton Koopman vond het tijd voor een alternatief, maar dan wel van Bach.

Geen pauken en geen trompetten. Dat was het uitgangspunt voor een alternatief 'Weihnachtsoratorium' dat Ton Koopman voor ogen had. Best apart als je bedenkt dat het echte Weihnachtsoratorium juist uitbundig met diezelfde pauken en trompetten begint: 'Jauchzet, frohlocket' - een van de feestelijkste beginmaten die Bach ooit componeerde.

Maar vanaf vandaag toert Koopman met zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir door Duitsland, Zwitserland, Italië en Nederland met een door hemzelf samengesteld alternatief, waarin alle noten nog steeds van Bach zijn. De zalen die het programma moesten inkopen toonden zich tot verrassing van Koopman ("Ik dacht: iedereen wil natuurlijk gewoon het aloude Weihnachtsoratorium") enthousiast over het idee. Toch waren er een paar programmeurs die ook graag iets van het echte Weihnachtsoratorium erbij wilden hebben, en er niet helemaal afstand van wilden doen.

En dus klinken op de concerten in Düsseldorf, Laren, Hannover en Milaan gewoon de eerste en de derde cantate uit het Weihnachtsoratorium (mét pauken en trompetten dus), naast cantates 'Dazu ist erschienen der Sohn Gottes' (nr. 40) en 'Sie werden aus Saba alle kommen' (nr. 65). De concerten in Utrecht, La Chaux de Fonds, Lugano en Genua zullen echter geheel pauk- en trompetvrij zijn. Naast de genoemde cantates 40 en 65 worden daar 'Himmelskönig, sei willkommen' (nr. 182) en 'Nun komm, der Heiden Heiland' (nr. 62)uitgevoerd.

Het oorspronkelijke Weihnachtsoratorium bestaat uit zes cantates die Bach in 1734/35 samenstelde uit eerder geschreven muziek en uitvoerde op 25, 26 en 27 december, op 1 januari en de zondag daarna, en op Driekoningen. Met zijn vier alternatieve geestelijke Bachcantates, zoals altijd gecomponeerd voor specifieke zon- of feestdagen, begint Koopman in de 'Weihnachts'-kerkkalender met nr. 182 op het feest van de Annunciatie (25 maart) en eindigt hij met nr. 65 op het Driekoningenfeest (6 januari). Daartussen doet hij de eerste adventsdag aan met cantate 62 en Tweede Kerstdag met cantate 40.

Heeft u niet overwogen om een echte reeks kerstcantates te kiezen uit bijvoorbeeld 1723-1724, Bachs eerste kerstperiode als cantor in Leipzig?

"Daar zit een cantate tussen waarin Bach maar liefst vier trompetten voorschrijft en dan hadden we ons oorspronkelijke - trompetloze - idee los moeten laten. Maar natuurlijk kun je op die manier ook tot een alternatief kerstoratorium komen. Bach heeft zoveel cantates voor de kerstperiode geschreven. Ik heb jaren geleden alle ruim tweehonderd geestelijke cantates van Bach met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir voor cd opgenomen. Uit dat complete oeuvre hebben we later een box met speciale kerst-cd's gedestilleerd. Het was dus niet zo moeilijk om tot die vier alternatieve cantates te komen.

"We zijn daarbij op zoek gegaan naar cantates waarin blokfluiten voorkomen. Blokfluiten passen natuurlijk bijzonder goed bij de herders in het veld. Het zijn echte Kerstmis-instrumenten. Ook Bachs grote collega Händel dacht er zo over. Een blokfluit brengt vrolijkheid en dat is toch vooral de sfeer die bij Kerstmis past. En in sommige cantates worden die blokfluiten aangevuld met hoorns, een duur en chic instrument in die tijd. De combinatie van die twee klanken is een mooi alternatief voor de pauken en de trompetten."

Cantate 182 werd oorspronkelijk voor een Palmzondagviering in Weimar geschreven. Tien jaar later in Leipzig hergebruikte Bach die cantate voor het feest van de Annunciatie, maar de tekst, waarin over Christus' doornenkroon en wonden wordt gesproken, liet hij intact. Past dat wel bij Kerst?

"In Bachs tijd dacht men over zulke zaken heel anders. Christus werd geboren, en waarom? Omdat hij voor ons moet sterven. De Kerst- en Paasgedachte, geboorte en dood dus, liggen heel dicht bij elkaar in die optiek. Het is bovendien een mooie cantate en ik vind het leuk om met de Annunciatie - Maria Boodschap - te beginnen. We zitten dan precies negen maanden voor Kerstmis.

"Cantate 182 is trouwens ook op een andere manier leuk voor mij persoonlijk. Zo'n veertig jaar geleden was het de allereerste cantate van Bach die ik ooit dirigeerde. Het was in Luxemburg bij het koor Le madrigal du Luxembourg. Er was een orkestje samengesteld waarin ik klavecimbel speelde. De koordirigent vond het ineens wel heel veel mensen bij elkaar en vroeg mij om de leiding over te nemen. En dat deed ik, het begin dus van een lang proces."

Is er na al die Bach-uitvoeringen bij u nog steeds sprake van voortschrijdend inzicht? Als u de Bach-integrale weer over mocht doen, deed u het dan anders?

"Bach is vandaag de dag zó gewoon geworden. Ingeburgerd. Ook de speelwijze die in de periode van Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt vleugels kreeg. Boegbeelden waren dat, die met hun complete Bachcantate-project op lp en cd standaarden hebben gezet. Leonhardt is eigenlijk altijd Leonhardt gebleven, maar Harnoncourt hoorde je gaandeweg veranderen. Die incorporeerde steeds nieuwe ervaringen die hij met andere muziek elders opdeed.

"Toen wij begonnen met onze barokke, historisch verantwoorde speelwijze van Bach, moesten we ons tegen alles en iedereen afzetten. Er zijn toentertijd hele lelijke dingen over ons gezegd. Nu is het de nieuwe standaard. Ik denk dat ik nu meer durf en niet meer mezelf afvraag of ik niet te ver ga in mijn muzikale uitdrukking.

"Ik heb altijd op het standpunt gestaan dat je het plezier en het verdriet in het musiceren niet moet verstoppen. Ik kan daar nu spontaner en losser mee omgaan zonder de bronnen uit het oog te verliezen. Een ensemble blijft een ensemble, maar er richting aan geven is zo belangrijk. "Beslissingen nemen vond ik toen lastig en moeilijk. Er werd veel overlegd, er werden compromissen gesloten. Nu gaat me dat makkelijker af, ook al omdat ik vaak met moderne symfonie-orkesten werk en daar ben jij het die de beslissingen móet nemen als je bepaalde dingen voor elkaar wilt krijgen.

"Binnenkort dirigeer ik Bachs Hohe Messe bij de Berliner Philharmoniker. Ik krijg een krappe repetitietijd en dus moet ik duidelijk zijn over wat ik wil. Die durf heb ik nu."

Even over de cantate 'Sie werden aus Saba alle kommen'. Is dat niet een van de allermooiste?

"O ja, schitterende muziek. Die orkestrale inleiding met hoorns, blokfluiten en oboe da caccia alleen al. Het is overigens ontzettend lastig voor de blokfluiten. Maar zulke mooie muziek, daar kun je gewoonweg niet omheen met Kerstmis.

En dan die bas-aria 'Höllische Schlange' in cantate nr. 40. Bach, die vroeger jongenssopraan was en na de baard in de keel tot bas muteerde, zong die aria volgens mij zelf. Hij was een echte multitasker en voerde zijn ensemble vanaf de viool aan. Net als Telemann van wie gezegd wordt dat hij wel zeventien verschillende instrumenten kon bespelen. Maar Bach zong dus. Daarom zijn er maar twee aria's voor bas en viool in zijn gehele oeuvre - hij kon natuurlijk niet allebei tegelijk.

"Maar die aria in cantate 40, dat is echte operamuziek. Ik denk dat er aan Bach een groot operacomponist verloren is gegaan. Luister maar naar de wereldlijke cantate 'Der Streit zwischen Phoebus und Pan'. Pure dramatische muziek. Bach kon personen karakteriseren en hij kon angst zaaien. Onontbeerlijke vaardigheden voor een operacomponist."

Weihnachtsoratorium: waar en wanneer?

Ton Koopman (72) dirigeert zijn Amsterdam Baroque Orchestra & Choir foto FOPPE SCHUT

Amsterdam Baroque Orchestra & Choir olv Ton Koopman in Laren (14/12) en Utrecht (16)

RIAS Kammerchor en Freiburger Barockorchester olv Hans- Christoph Rademann in Amsterdam (13)

Nederlands Kamerkoor en B'Rock olv Peter Dijkstra in Utrecht (15), Naarden (16), Lochem (17), Arnhem (18), Heerlen (20), Leiden (22)

Gli Angeli Genève olv Stephen MacLeod in Den Haag (17)

Bachkoor Brabant en Florilegium Musicum olv Geert van den Dungen in Breda (17)

Residentie Bachkoor en Residentie Bach Orkest olv Jos Vermunt in Den Haag (21 en 22)

Windsbacher Knabenchor en Kammerorchester Basel olv Martin Lehmann in Amsterdam (22)

Nederlands Kamerkoor en Concertgebouworkest olv Trevor Pinnock in Amsterdam (23 en 25)

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden